'Nederland moet niet terugvallen op Amerikaanse mini-mini- stelsel Hoogleraar Engbersen bestudeert werklozen in de VS 'Neem mensen serieus en investeer in ze'

'Deze tijd vraagt om handen uit de mouwen. Dan ga je toch niet pleiten voor een basisinkomen. Dat werkt apathie en gemakzucht in de hand, terwijl je juist iedereen moet aanspreken en inschakelen om de maatschappelijke problemen te lijf te gaan. Dan neem je als samenleving mensen serieus en bevorder je tevens het gemeenschapsgevoel. Doe je dat niet dan geef je de strijd op en ben je die mensen kwijt en krijg je ze zeer lastig weer terug.'

De westerse verzorgingsstaat kraakt in zijn voegen. Messcherpe concurrentie uit nieuwe werelden, Oost- en Zuidoost-Azie voorop, ontneemt tienduizenden hun baan. Dat werk, vooral het eenvoudiger industrieel werk, komt nooit meer terug. Het groeiende beroep op uitkeringen, ook van het sterk toenemende aantal asielzoekers, dreigt de verzorgingsstaat onbetaalbaar te maken.

Ondanks de dreiging van blijvende werkloosheid voor velen is de oplaaiende discussie over het basisinkomen aan dr. Godfried Engbersen niet echt besteed. Hij doet al jaren onderzoek naar culturen van werkloosheid en probeert door zo scherp mogelijk de reacties van de slachtoffers op hun werkloosheid in beeld te brengen de overheid tot specifieke maatregelen te verleiden. “Maar een basisinkomen vind ik echt niks. Dat is zo'n defensief instrument.”

Engbersen, hoogleraar verzorgingsstaat en sociale ongelijkheid aan de Rijksuniversiteit Utrecht, schreef in 1989 met anderen het boek 'Een tijd zonder werk, een onderzoek naar de levenswereld van langdurig werklozen'. Hij en zijn mede-auteurs hebben dat onderzoek nu uitgebreid met een internationale vergelijking. Met name de werkloosheid in de VS is goed bestudeerd. Als vrucht daarvan verscheen een dezer dagen het boek: Cultures of Unemployment; a comperative look at long-term unemployment and urban poverty.

Voor vele neo-liberalen in Nederland en in Europa vormen de VS een lichtend voorbeeld: meer verantwoordelijkheid voor je eigen leven, niet altijd maar weer bij Vadertje Staat aankloppen als het even niet loopt zoals je had gewild. Engbersen, ook lid van de commissie-Van der Zwan die de werking van de Bijstand onderzocht, is niet wars van een strengere aanpak, maar wat in de VS gebeurt kan zijn goedkeuring toch niet wegdragen.

“Mijn grootste bezwaar tegen veel huidige voorstellen en ideeen zoals die van Bolkestein is dat werklozen te veel over een kam worden gescheerd. Het is niet simpel een betere werking van de arbeidsmarkt als het middel tegen alle kwalen. Werkloosheid kent een duidelijke culturele component, het zijn verschillende groepen met ieder hun eigen normen en waarden. Die moet je ook verschillend benaderen.”

Engbersen c.s. onderscheiden in Nederland vier groepen werklozen. Als eerste de 'ouderwetse' conformistische groep. Die kenmerkt zich door langs alle legale wegen op zoek te blijven naar werk. “Dat zit in hun genen gebakken. Ze worden gestimuleerd door familie en vrienden. Zij zijn ingebed in een echte arbeidscultuur. Zij vormen zo'n 45 procent van alle werklozen.”

Als tweede onderscheidt Engbersen de fatalistische groep. “Zij, zo'n 25 procent, leeft echt in de marge van de samenleving, is zeer geisoleerd. Zij zijn nergens in ingebed, worden door overheidsinstanties in de houdgreep gehouden. Zij hebben de moed opgegeven ooit nog in het arbeidsproces te functioneren. Een tragisch levensbesef is hun deel, ze zoeken de schuld van hun situatie buiten zichzelf en nemen geen enkele verantwoordelijkheid om eruit te komen.”

De ondernemende werkloosheidscultuur is het kenmerk van de derde groep, zo'n 20 procent. “Dit is een weerbare groep mensen, die er zwart bijwerkt om de inkomsten van de uitkering aan te vullen. Zij gaan zeer handig om met werkloosheidsregels en -instellingen. De grote meerderheid van deze groep heeft in relatieve vrijheid voor dit bestaan gekozen. Dat geldt ook voor de vierde groep, de autonomen - zo'n tien procent, die tevreden zijn met hun uitkering. Zij wensen een sober leven, weg van de hectiek van de moderne maatschappij met zijn lastige arbeidsmarkt. Zij willen vooral de tijd naar hun hand zetten, los van het snelle maatschappelijke ritme.”

Als de werkloosheid oploopt constateert Engbersen een verharding van de verschillende culturen en ook een verschuiving binnen groepen. Velen uit groep 1 vallen uit de boot en zakken af naar twee. En groep 3 vervalt meer en meer van het zwart bijklussen naar een echte drugseconomie, waar kleine en grote criminaliteit gedijt.

In de VS is iets dergelijks waar te nemen, constateert Engbersen, alleen wat extremer. Amerikaanse getto-studies laten zien dat in de jaren vijftig en zestig de getto's nog 'gemeenschapsgetto's' waren met een hierarchische structuur. Het merendeel van de bewoners werkte en de jongeren konden zich spiegelen aan de opkomende (zwarte) middenklasse. Engbersen: “Die voorbeeldfunctie is verdwenen. De zwarte middenklasse is weggetrokken. Daarbij komt het teloorgaan van de oude industrie, die velen in de getto's werk bezorgden en de bezuinigingen op sociaal werk die onder Reagan zijn ingezet. Groep 3 domineert in de Amerikaanse getto's. Er is een zeer sterke overlevingscultuur die ten koste is gegaan van de conformistische groep. Die bestond en bestaat nog, hoe moeilijk ze het ook hebben. Groep 2 is veel extremer, terwijl groep 4 daar totaal niet bestaat. Er zijn staten waar alleen moeders met kinderen bijstand krijgen.”

Deze situatie zie je volgens Engbersen ook in Nederland ontstaan. “Ook hier trekken de middengroepen weg uit de binnensteden, wordt keer op keer bezuinigd op sociaal beleid en verdwijnen banen door de concurrentie uit Azie. Je ziet nog hoopvolle werklozen wegzakken in de fatalistische cultuur en vooral groep 3 wordt sterker. De calculerende Nederlander is in opmars. Die worden aangevuld met een toenemende stroom legale asielzoekers zonder werk alsmede de illegalen. Zij kunnen op den duur slechts overleven door zich ten einde raad maar te storten in eerst kleine en later soms ook grote criminaliteit.”

Terugvallen op het Amerikaanse mini-mini-stelsel om af te zijn van de last die de verzorgingsstaat met zich brengt, vindt Engbersen een foute weg.

“In ons stelsel staan de voordeuren wagenwijd open, maar de achterdeuren zitten op slot. Pas nou gewoon de bestaande regels eerst goed toe. Daar kom je al een heel eind mee: de toegang bemoeilijken en als je er eenmaal inzit de juistheid van een uitkering strenger controleren. Maar je moet niet alle uitkeringen nivelleren omdat je geen oplossing weet voor de huidige problemen. Kijk wat de verzorgingsstaat onze samenleving heeft opgeleverd als je vergelijkingen trekt met de VS en Groot-Brittannie. Ons zijn die getto's bespaard gebleven. Ik ben heel blij met sociale woningbouw en een voor iedereen toegankelijke gezondheidszorg. Clinton ziet dat nu toch ook in.”

In een tijd waarin economen verkondigen dat overleven in de wereldwijde concurrentiestrijd lukt als je met name in mensen investeert, pleit ook socioloog Engbersen nadat hij internationaal heeft rondgekeken en vergeleken voor het instandhouden van de verzorgingsstaat.

“Versterk de positie van de werkenden in achterstandsbuurten, vervolgens moet je met actief arbeidsmarktbeleid de mensen bereiken die graag willen werken, groep 1. Werk heel gericht, met intensieve programma's, aan groep 2. Dat geldt ook voor groep 3, hoewel ik me realiseer dat dat vrij uitzichts-loos is. Door de toegang te bemoeilijken en strengere controle beperk je wel de omvang van groep 3 en 4.”

Engbersen heeft geen blauwdruk voor de toekomst. Met vallen en opstaan moet de verzorgingsstaat overeind worden gehouden.

“Ik weet geen antwoord op alle problemen. Maar betrek iedereen erbij, geef mensen perspectief, investeer in ze, neem ze serieus. Dan kan je ze ook op hun plichten wijzen. Daar wil ik heen, naar een systeem in balans. Balans tussen rechten en plichten, arbeid en sociale zekerheid. Ik wil in elk geval een offensief beleid. Als je dat niet doet, geef je de strijd op.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden