Nederland moet EU democratisch duwtje geven

De Europese top die gisteren in Dublin is begonnen, is de laatste onder het Ierse voorzitterschap. Nederland neemt de fakkel het komend halfjaar over, met als eervolle taak het Verdrag van Amsterdam voor te bereiden, waarin de uitbouw en verdieping van de EU geregeld moeten worden. Wat zijn de kansen voor een democratischer en meer progressief Europa? De auteur is medewerker van de Groene fractie in het Europees parlement.

Dan maken de socialisten deel uit van twaalf van de vijftien regeringen van de EU. Alleen in Duitsland, Frankrijk en Spanje zit de sociaaldemocratie in de oppositie. De socialisten in Europa hebben dan ook een grote verantwoordelijkheid om spelregels voor de Europese politiek bij te stellen. Links heeft hier alle belang bij, want voor de conservatieven is Europa af. Zij hebben de interne markt en binnenkort de Euro. Maar op het gebied van milieu, sociale en werkgelegenheidspolitiek en het democratisch gehalte is Europa nog lang niet af. Na de val van Major heeft de Nederlandse regering nog negen weken om tot een succesvolle afronding van het Verdrag van Amsterdam te komen.

GroenLinks heeft tegen het Verdrag van Maastricht gestemd omdat het niet ver genoeg ging. Met name op milieu- en sociaal gebied is er te weinig vooruitgang. Het belangrijkste kritiekpunt is het democratisch gat van het Verdrag van Maastricht. Op veel Europese beslissingspunten is de procedure ingevoerd van stemming met een gekwalificeerde meerderheid in de Raad van ministers, zonder medebeslissingsrecht van het Europees parlement. Hele regeringen en nationale parlementen worden zo buitenspel gezet. Niet verwonderlijk dat de Euroscepsis, ook in Nederland, is toegenomen. Afnemend vertrouwen in de Europese Unie heeft natuurlijk ook te maken met het feit dat regeringen zich bij onpopulaire besluiten verschuilen achter 'Europa', bijvoorbeeld bij de bezuinigingen om de Emu-criteria te halen.

Nu heeft het Ierse voorzitterschap een concept Verdrag van Amsterdam voorgelegd voor de top van Dublin. De belangrijkste vernieuwing in het Ierse voorstel is om tot een gemeenschappelijk EU-beleid te komen voor asielpolitiek, vluchtelingenbeleid, visa- en immigratiepolitiek. Het is de bedoeling om na een overgangsfase ook hier met gekwalificeerde meerderheid te besluiten. Dat is positief, want indien deze besluitvorming op eenparigheid gebaseerd blijft, dan wordt de meest restrictieve politiek tot EU-politiek. Negatief is het voorstel om bij de uitvoering van besluiten betreffende justitiële en politiële samenwerking van gekwalificeerde meerderheid uit te gaan. Het progressieve beleid van Nederland op gebieden als drugs en vrouwenhandel komt dan zwaar op de tocht te staan.

Op sociaal gebied is het de bedoeling om het Sociaal Protocol af te schaffen zodra er een Labour-regering is. Hier zou Nederland in het eindbod voor het Verdrag van Amsterdam kunnen voorstellen dat er ook minimumregels komen voor de sociale zekerheid in de lidstaten van de EU. Elk land zou in ieder geval een bijstandswet moeten invoeren. De hoogte van de uitkering zou gerelateerd kunnen zijn aan het gemiddelde inkomen van dat land. Hetzelfde geldt voor het minimumloon. Op deze manier zou het Europese sociale model concrete inhoud krijgen en wordt sociale dumping op de Europese markt voorkomen.

De Ieren hebben een hoofdstuk werkgelegenheid voorgesteld. Dat is echter een tandeloze tijger: “Maatregelen die wettelijke en bestuurlijke harmonisatie beogen, zijn uitgesloten.” Nodig is politieke moed om tot een Europese werkgelegenheidsstrategie te komen. Bijvoorbeeld door voorstellen voor een minimum belasting op de factor kapitaal. Onderzoek van de Europese commissie heeft aangetoond dat de totale belastingopbrengsten in de EU ongeveer gelijk blijven, maar dat de factor arbeid steeds zwaarder belast wordt, terwijl de belasting op de factor kapitaal steeds geringer wordt. Net als in de jaren dertig ontwikkelt zich een spiraal naar beneden. Geen wonder dat de werkloosheid in de EU blijft stijgen.

Op milieugebied hebben de Ieren feitelijk niets nieuws voorgesteld. Dat is jammer, want met name Denemarken, Duitsland en Oostenrijk hebben interessante voorstellen ingediend. Oostenrijk wil dat de EU ophoudt met kernenergie te stimuleren. In 2002 houdt het Kolen en Staal Verdrag van de EU op. Dat is een goed moment om ook te stoppen met atoomenergie. Duitsland heeft voorgesteld om het makkelijker te maken voor lidstaten om strengere milieuwetgeving te handhaven. Nog belangrijker is het Deense voorstel om besluitvorming over een aantal concrete eco-taxen op EU-niveau, waaronder de Europese energieheffing, op basis van gekwalificeerde meerderheid mogelijk te maken. Hier ligt een zware verantwoordelijkheid voor de Nederlandse regering. Zonder Europese energieheffing is het onmogelijk om de uitstoot van kooldioxide drastisch te reduceren. De Deense bevolking heeft al een keer Nej gestemd in het referendum over Maastricht. Geef dit vooruitstrevende land een goede reden om dit keer 'ja' te stemmen.

Moeilijkste klus

De moeilijkste klus, de institutionele vernieuwing om de EU gereed te maken voor 20 of 25 lidstaten, is op het bordje van het Nederlands voorzitterschap gelegd. Er groeit een consensus dat elk land slechts één commissaris krijgt in de Europese commissie. De vijf grote landen zullen hier niet zonder compensatie mee akkoord gaan.

In de EU-6 domineerden de drie grote lidstaten Duitsland, Frankrijk en Italië de Benelux. In de huidige EU-15 domineren de kleine lidstaten. Door de uitbreiding met de landen van Midden- en Oost-Europa komen er nog meer kleine lidstaten bij. Bepaalde grote lidstaten zullen een groter stemmengewicht in de raad doordrukken. De stellige verzekering van de Nederlandse regering dat de positie van de kleine lidstaten niet zal worden aangetast, zal als sneeuw voor de zon verdwijnen. In plaats van halsstarrig vast te houden aan de huidige stemmenverdeling lijkt het beter ervoor te zorgen, dat gekwalificeerde meerderheidsbesluitvorming in de Raad altijd gepaard gaat met medebeslissingsrecht voor het EP. Dan wordt het democratisch tekort al flink kleiner.

In het Ierse voorstel krijgt het Europees Parlement iets meer macht in de medebeslissingsprocedure. Maar nog steeds is het zo dat het Europees parlement zijn eerste lezing niet eindeloos kan uitstellen. De Raad van ministers is echter niet gebonden aan enige tijdslimiet om tot een gemeenschappelijk standpunt te komen. Vijf jaar komt herhaaldelijk voor. Bij de Euro-OR duurde het 20 jaar.

Kortom, er zijn kansen genoeg voor het Nederlandse voorzitterschap om het Verdrag van Amsterdam progressiever en vooral democratischer in te kleuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden