Nederland krijgt een oerwoud, maar wie betaalt de ranger?

Als Bonaire, Sint-Eustatius en Saba deze week Nederlandse gemeenten worden, beschikt ons land plotsklaps over kwetsbaar tropisch regenwoud en koraal. Zijn we bereid voor de bescherming daarvan te betalen?

Scène 1: Met zijn machete kapt bioloog Tom van ’t Hof zich een pad door het tropisch regenwoud. Zijn schoenen zakken weg in de modder, het zweet gutst langs zijn rug. Boomkikkers verzorgen een voortdurend concert, gekko’s schieten weg. Enorme struiken van kleurige orchideeën overwoekeren de bomen.

Scène 2: Het pad de krater in is bij de laatste orkaan volledig weggeslagen. Ranger Hannah Madden kruipt over rotsblokken en omgeblazen ficussen en houdt zich hangend aan lianen in evenwicht. Slangen kronkelen behoedzaam weg, een vogelspin verschuilt zich onder een kei. Uiteindelijk bereikt de ranger de bodem van de vulkaan, waar een kapok-boom van tien meter doorsnee de krater bewaakt.

Natuur in Nederland is er een stuk avontuurlijker op geworden, nu de BES-eilanden (Bonaire, Sint-Eustatius en Saba) op 10 oktober formeel Nederlandse gemeenten worden. Naast het aangelegde Dwingelderveld of het Drents-Friese Wold, de rustieke Veluwezoom en de parkachtige Sallandse heuvelrug, wordt het aanbod verrijkt met rotskusten, koraalriffen, warmwaterbronnen, migratieroutes voor bultrugwalvissen en nestgebieden voor zeeschildpadden. En er is geen mensenhand te pas gekomen aan de creatie van deze ecosystemen, ze hebben zich juist kunnen ontwikkelen door de afwezigheid van menselijk handelen.

Scène 1 met Tom van ’t Hof speelt zich af op de top van Mount Scenery op Saba, met zijn 877 meter boven zeeniveau straks het hoogste punt van Nederland. De berg kent maar liefst acht verschillende vegetatiezones. De top ligt permanent in de wolken, die de wind door de vegetatie blaast, waardoor hier sprake is van ’horizontale regen’.

„Zo is hier een nevelbos ontstaan”, zegt Van ’t Hof, die sinds de jaren tachtig op het eiland woont en werkt. „De Engelsen spreken ook van een elfin forest, een elfjesbos, omdat veel vegetatie in deze vochtige condities kort blijft.”

Andere Bovenwindse eilanden beschikken ook over toppen die in de wolken blijven hangen en daardoor nevelbos ontwikkelen, maar dat van Saba is uniek. „De top van Mount Scenery is, voor een nevelbos, van geringe hoogte, daardoor is het er minder koud. De kenmerkende mahoniebomen die op de andere eilanden klein blijven, groeien op Saba juist door waardoor er enorme kapstokken ontstaan voor bloeiende planten als orchideeën. Dat zie je nergens anders ter wereld.”

Scène 2 met ranger Hannah Madden vindt plaats op vulkaan The Quill op Sint-Eustatius, die door de Nederlanders ’de kuil’ is genoemd en daarna door de Engelsen verbasterd.

„Elke twee jaar wordt de krater ’getemperatuurd’ door middel van een grondboring”, zegt Madden. „Hij slaapt weliswaar, maar is beslist niet dood.” De noordkant van de vulkaan is droog, op de zuidelijke flanken woekert het tropisch regenwoud. „Die grote verschillen zorgen voor een enorme soortenrijkdom. Bijna alle 482 wilde plantensoorten van Sint-Eustatius komen juist hier voor”, zegt Maddan terwijl ze bijna op een soldier-crab gaat staan, een forse heremietkreeft die jaarlijks vanuit zee zeshonderd meter de berg opkruipt, omdat daar meer voedsel is, om vervolgens weer in zijn schelp naar beneden te rollen om eitjes te leggen.

Is de natuur óp Saba (13 vierkante kilometer) en Sint-Eustatius (21 vierkante kilometer) al overweldigend, de werkelijke parel ligt onder water. Direct rond de eilanden wemelt het tussen het koraal van de schilpadden, roggen, haaien en honderden andere soorten tropische vissen. Ten zuiden van de eilanden ligt ook nog eens de Saba-bank, met 2400 vierkante kilometer een van ’s werelds grootste atollen. De soortenrijkdom van dit atol moet enorm zijn, maar is nog niet vastgesteld.

Dat geldt ook voor de eilanden zelf, zegt Kalli de Meyer, de directeur van de Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA), de koepelorganisatie van de plaatselijke natuurbeschermingsorganisaties. „We weten dat de eilanden door de geïsoleerde ligging en de onherbergzaamheid weinig door mensenlijk handelen zijn aangetast. De biodiversiteit is daarom zeer groot. Alleen al op land kennen Saba en Sint-Eustatius maar liefst 200 endemische soorten, planten en dieren die alleen daar voorkomen en nergens anders. Nederland heeft maar twee unieke soorten (een woelmuissoort en een ondersoort van de grote vuurvlinder). Dat zegt veel over de kwaliteit van de kwetsbare natuur op de eilanden én de verantwoordelijkheid die Nederland daarvoor zou moeten dragen.”

Ton Akkerman is namens het ministerie van landbouw en natuur (LNV) sinds een jaar kwartiermaker op de BES-eilanden. Hij heeft in kaart gebracht waarvoor zijn departement nu precies verantwoordelijk wordt als de eilanden de status van Nederlandse gemeente krijgen.

„De Nederlandse overheid had heel weinig kennis over de eilanden, dus ik heb eerst onderzocht welke prioriteiten er op LNV-gebied moeten gelden. De magnifieke natuur hier heeft duidelijk de eerste prioriteit, de visserij is een goede tweede, al komen beide onderwerpen ook samen. In zijn algemeenheid worden de Antilliaanse wetten op 10 oktober vervangen door Nederlandse, maar behouden de eilanden hun plaatselijke verordeningen. Bij tegenstrijdigheden tussen die twee zijn eventuele aanpassingen nodig. Stap voor stap moet de regelgeving ook op het gebied van natuur naar Europees niveau worden getild, maar laten we wel wezen: dit is zo’n andere wereld dat je je moet afvragen of dat haalbaar is.”

LNV heeft als eerste stap naar het beheer een zogenoemde Exclusieve Economische Zone (EEZ) vastgesteld van 200 zeemijl rond de drie BES-eilanden, waarbinnen ook de rijke Saba-bank ligt. Hoewel die EEZ een einde moet maken aan de twist tussen Sabaanse en Statiaanse vissers over de rechten van deze visgronden, heeft de oprichting van de zone ook een belangrijke beschermende waarde, zegt Akkerman. „De zone voorziet extra rechten, maar ook extra plichten. De eilanden moeten bijvoorbeeld samen een beheerplan opstellen. Dat is er nu niet. Ze zijn dus gedwongen na te denken over de bescherming van het atol en moeten beleid maken.”

„Verder geeft LNV de visvergunningen af aan de vissers en mag daar ook wat voor terugvragen.” Zo stelt het ministerie eisen als het gaat om hoeveelheden en gaan de vissers actief meedoen aan de monitoring van het gebied. Vooral zij weten met welke soorten het goed gaat en welke achterblijven, zegt Akkerman. „Alleen met die kennis kunnen we overgaan naar een duurzaam beheer.”

Het koraalrif is de afgelopen jaren op sommige plaatsen zwaar beschadigd, omdat olietankers die wachten op afhandeling in de haven van Sint-Eustatius op het atol hun zware ankers uitgooien. Daarom is er nu ankerverbod ingesteld op de gehele Saba-bank en komt er zelfs een navigatie-verbod. Tankers mogen niet langer over de bank varen, maar alleen eromheen. De kustwacht gaat dit samen met de boten van de afzonderlijke beschermingsorganisaties handhaven. „Natuurlijk hopen we dat de vissers ons bij die controle gaan helpen”, zegt Akkerman. „Want de bescherming van de Saba-bank is ook hun belang.”

Kalli de Meyer van koepel DCNA is enthousiast over de Nederlandse bescherming van dit zeereservaat, maar er moet volgens haar meer gebeuren.

De meeste Antilliaanse eilanden beschikken op dit moment over een nationaal park op land én een maritiem park. Alleen Sint-Maarten heeft geen landpark. De parken hebben het financieel erg moeilijk. Ze krijgen geld van lokale overheden en daarnaast verkopen ze vergunningen aan toeristen die in de zeeparken willen duiken. Maar die inkomsten zijn te gering. De afzonderlijke natuurorganisaties van de eilanden kunnen de personeelskosten nauwelijks opbrengen en voor onderzoek is al helemaal geen geld.

De natuur op de eilanden staat onder druk. Erosie van de kust is een groot probleem. Het zand dat de zee in spoelt, dekt het koraal af. Ook de duizenden loslopende geiten op de eilanden moeten worden aangepakt. Ze vreten de kwetsbare vegetatie weg. Bovendien rukken op de eilanden de exoten op: Sint-Eustatius is al voor twintig procent bedekt met coralita, een soort haagwinde die andere planten verstikt.

En dan is er nog wat De Meyer ’ongenuanceerde ontwikkeling’ noemt, de stroken land die mondjesmaat worden afgeknabbeld voor huizenbouw en projectontwikkeling.

Om de bescherming te financieren is De Meyer bezig een trustfund te vullen, dat in 2014 24 miljoen dollar moet bevatten. Uit de rente op dat bedrag kan de exploitatie van parken worden gefinancierd. De teller staat pas op 4,8 miljoen.

Het ministerie van landbouw steekt jaarlijks 1,4 miljoen euro in het natuurbeheer van de BES-eilanden, maar kwartiermaker Ton Akkerman geeft toe dat dit geld niet ’gelabeld’ is.

„Jaarlijks geven we acht ton aan de lokale overheden, maar zij zijn verantwoordelijk voor de besteding. Daarover hebben wij geen zeggenschap. Daarnaast gaat er zes ton naar twee specialisten op het gebied van natuurbescherming die door de Nederlandse overheid zijn aangesteld. Dat kun je ook als ondersteuning zien. En ik denk dat Nederlandse onderzoekinstellingen als Imares en studenten van de universiteiten de komende jaren veelvuldig op deze eilanden zullen neerstrijken. Want als je een nieuwe soort wil ontdekken moet je hier zijn.”

De Meyer beklaagt zich over het feit dat de Nederlandse overheid de parken niet direct financieel steunt. Het liefst zou zij zien dat de parken op de eilanden de status krijgen van Nederlands Nationaal Park. „Met die status zijn gelden aan te boren voor bijvoorbeeld de oprichting van bezoekerscentra, die nu geheel ontbreken.”

Maar de huidige regeling voor Nederlandse Nationale Parken sluit de toetreding van de Caribische buren uit. In de regeling staan namelijk verschillende landschapstypen beschreven waarin een park zou moeten liggen. En bij de opstelling van de regeling is met een toekomstig koraalrif of vulkaanpark geen rekening gehouden.

Voordat er van een toetreding sprake is, moet dus eerst de regeling worden aangepast, maar LNV voelt daar weinig voor. „In het Caribische gebied is de natuurbescherming nu aanmaal anders geregeld, via NGO’s die geld krijgen van de plaatselijke overheid”, zegt Akkerman. „Je moet daar geen Nederland van willen maken. Het is hier anders.”

Dat kan wel zijn, zegt De Meyer, maar feit is dat Nederland het beheer krijgt over een serie unieke natuurgebieden. De atollen, nevelbossen en kraterlandschappen met alle fauna en flora overstijgen de waarde van het Nederlandse cultuurlandschap vele malen.

„Deze tropische parken kunnen afdoende worden beschermd met 0,01 procent van het totale bedrag dat Nederland jaarlijks aan natuurbescherming uitgeeft. De vraag ligt dus voor hoeveel verantwoordelijkheid Nederland voelt voor de bescherming van de biodiversiteit binnen haar eigen landsgrenzen, maar overzee.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden