Nederland koppelde Europa vijftien jaar geleden aan internet

Vraag Nederlandse kantoorwerkers wat zij écht niet willen missen: telefoon of internet, en het antwoord luidt volgens marktonderzoekers nu meestal 'internet'. En dat terwijl het net pas sinds een paar jaar gemeengoed is.

Vincent Dekker

Nederland doet bij het gebruik van internet in Europa mee in de voorhoede en in Amsterdam staat een van de grootste internet-knooppunten van dit werelddeel. Dat zal enerzijds te danken zijn aan eigenschappen van de Nederlander in het algemeen, zoals een grote technologische nieuwsgierigheid, maar is anderzijds vooral de verdienste van één Nederlander: Piet Beertema. Hij legde op 17 november 1988 als eerste Europeaan elektronisch contact met het Amerikaanse NSF-net, de voorloper van internet. Dat was gisteren dus precies vijftien jaar geleden.

Internet was aanvankelijk vooral iets voor de wetenschappelijke wereld. Beertema was en is daarvan een exponent. Als systeembeheerder bij het Centrum voor Wiskunde en Informatica (CWI) in Amsterdam is hij al decennia bezig met computernetwerken. Dat waren in Europa eerst netwerken binnen bedrijven en instituten en, sinds begin jaren tachtig, netwerkjes rond één 'openbare' computer, een zogeheten prikbord-pc waar hobbyisten een berichtje voor een ander konden achterlaten of zelf een berichtje konden lezen.

In de Verenigde Staten is de basis voor internet alweer bijna 35 jaar geleden gelegd: in 1969 nam het ministerie van defensie daar het Arpanet in gebruik. Het Advanced research project agency wilde voorkomen dat defensiecomputers bij een atoomaanval zouden worden uitgeschakeld en koppelde computercentra daarom aan elkaar. Bij de uitval van één computercentrum zouden de overige het werk kunnen overnemen.

Wetenschappers die het Arpanet hadden ontwikkeld, ontdekten zelf al snel het gemak van e-mail en andere mogelijkheden van zo'n landelijk computernetwerk. Het Arpanet werd steeds meer een wetenschappelijk net en na afsplitsing van het militaire deel ontstond zo in de jaren tachtig het NSFnet van de National Science Foundation.

Bijna twintig jaar lang was het internet zo een puur Amerikaanse zaak, totdat in 1988 Piet Beertema zijn wetenschappelijke collega's zo gek wist te krijgen hem toegang tot hun net te verlenen. Daarna ging het snel: al gauw kregen ook andere Europese wetenschappelijke instituten aansluiting en in 1993 werd het zelfs opengesteld voor particulieren. In Nederland was het XS4All, opgericht door computerhackers, dat in mei 1993 de eerste internetprovider werd. Dat was nog voor hobbyisten. Veel providers volgden en inmiddels is naar schatting ruim 60 procent van Nederland af en toe online. Met dank aan Piet Beertema, die in 1999 koninklijk werd onderscheiden voor zijn baanbrekende werk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden