Nederland is waar paradijs voor kunstdief en zwendelaar

Men kan veel te gemakkelijk wettig eigenaar worden van gestolen kunstvoorwerpen. Nederland loopt zwaar achter bij de beveiliging van kunstschatten. Het is hoog tijd dat het toetreedt tot de Unesco-verdragen die diefstal beperken.

Nauwelijks een week na de spectaculaire diamantroof in het Haagse Museon, werden in Amsterdam twee Van Goghs meegenomen. Terecht reageerde Ton Cremers, expert op het gebied van museumbeveiliging, met de opmerking dat (technische) beveiliging niets beveiligt. Alarminstallaties signaleren alleen en zonder menselijk ingrijpen zijn ze geen belemmering voor professionele dieven.

De discussie over de beveiliging van musea is hiermee gelukkig aangewakkerd. Tegelijkertijd is te vrezen voor een verhoging van de toch al enorme verzekeringspremies voor kunst en verdere terughoudendheid van musea en particulieren om kunst in bruikleen te geven.

De recente kunstroven zijn echter ook reden om de aandacht te richten op de rol van de overheid bij de bescherming van het cultureel bezit van Nederland, omdat zij de aangewezen instantie is om op te treden tussen het moment van diefstal en het tijdstip waarop de kunst weer in de handel gebracht wordt. Zij laat het hierbij echter afweten, wat geïllustreerd kan worden aan de hand van drie belangrijke feiten: de opheffing van de Dienst Kunst en Antiek van Korps Landelijke Politiediensten in Zoetermeer, het niet toepassen van belangrijke verdragen op het gebied van cultureel erfgoed en de mogelijkheden die het Nederlands burgerlijk recht biedt voor kunstdieven.

Tot voor kort bestond bij het Korps Landelijke Politiediensten de afdeling Kunst en Antiek, een aanspreekpunt zowel voor de kunsthandel als voor de politie. Kunstdiefstal had echter geen prioriteit meer en per 1 januari van dit jaar is de afdeling opgeheven. In antwoord op kamervragen stelde de staatssecretaris van cultuur in april van dit jaar dat de afdeling niet helemaal zou verdwijnen. De werkzaamheden zouden worden ondergebracht bij de afdeling 'overige criminaliteitsgebieden'. Maar er blijkt dus geen ruimte meer voor een gespecialiseerde afdeling tegen kunstroof.

Dit is onbegrijpelijk in het licht van het toenemende aantal kunstdiefstallen. Terwijl Nederland de prioriteit verlaagt, heeft deze ontwikkeling in het buitenland vaak geleid tot het opvoeren van de inspanningen. In Engeland, Frankrijk en Italië bestaan professionele politiediensten op dit gebied. De Italiaanse is het bekendst en telt meer dan 150 medewerkers. Ieder jaar worden door hen 30000 voorwerpen teruggevonden, genoeg om een museum mee te vullen.

Op internationaal gebied zijn er enkele verdragen die een bijdrage proberen te leveren aan de bestrijding van kunstroof. De belangrijkste zijn het Unesco-verdrag tegen de illegale invoer, uitvoer, en overdracht van eigendom van cultuurgoederen (1970), en het Unidroit-verdrag aangaande de internationale teruggave van gestolen of illegaal uitgevoerde cultuurgoederen (1995). Hoewel het Unesco-verdrag ondertussen is geratificeerd door 95 landen, wacht Nederland hiermee nog steeds. Hetzelfde geldt voor het Unidroit-verdrag. Door het niet ratificeren van deze verdragen is het voor Nederland moeilijker om geroofd goed terug te krijgen wanneer dit naar het buitenland verdwenen is. Tegelijkertijd bemoeilijkt het de inspanningen van andere landen die hun cultureel bezit proberen terug te krijgen wanneer dit naar een land als Nederland verdwenen is.

Omdat het Nederlands recht geen uitzondering maakt voor kunst, kan men gestolen kunstvoorwerpen in korte tijd als legitiem eigendom verkrijgen. Een bezitter (te kwader trouw) van een gestolen kunstwerk verkrijgt na 20 jaar een geldige eigendomstitel. Wanneer men het kunstwerk te goeder trouw bij een kunsthandel gekocht heeft, kan men zelfs na drie jaar een geldige titel verkrijgen. Dit is alleen anders in een beperkt aantal gevallen waarin de Wet tot Behoud van het Cultuurbezit geldt of de Europese Richtlijn over de teruggave van illegaal uitgevoerde cultuurgoederen.

Internationaal neemt Nederland hiermee een uitzonderingspositie in. De meeste omringende landen hanteren een termijn van ten minste 50 jaar. De mogelijkheid in Nederland om binnen een aanmerkelijk kortere tijd een geldige eigendomstitel te verwerven op gestolen kunst, maakt kunstdiefstal hier dus extra aantrekkelijk.

De recente kunstroven hebben de tekortkomingen van de beveiliging van musea pijnlijk blootgelegd. Naast de vraag naar betere beveiliging roept dit naar ons idee opnieuw de vraag op of de overheid niet meer zou kunnen en moeten doen om het kunstbezit beter te beschermen, aangezien de huidige wetgeving en aanpak een kunstrover niet slecht gezind is.

Zolang de overheid geen adequate actie onderneemt op de hiervoor genoemde punten, heeft de kunstdief volledig vrij spel. Nederland lijkt dan te verworden tot een vrijstaat voor al degenen die zich te goed willen doen aan de nationale cultuurschatten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden