Nederland is gewaarschuwd, een nieuwe Noorse ‘ijstijd’ breekt aan

Havard Lorentzen komt juichend over de finish op de 500 meter. Rechts Ronald Mulder, die zevende werd.Beeld AP

Havard Lorentzen bezorgde Noorwegen op de 500 meter het eerste olympische schaatsgoud in twintig jaar. Hij is het nieuwe uithangbord van het Noorse schaatsen.

Lang, heel lang moest Noorwegen in het schaatsen teruggrijpen op succesvolle namen als Adne Søndral en Johan Olav Koss. Gisteren volgde eindelijk weer eens goud voor Noorwegen. Havard Lorentzen won de 500 meter.

Lorentzen was in zijn jeugd de beste wielrenner van zijn generatie. Hij zette iedereen op minuten. Voetballen was een eitje, basketbal ging ook best aardig. Hij kon alles, maar koos voor schaatsen. Gisteren haalde hij de ultieme prijs: goud op de olympische 500 meter, in een olympisch record: 34,41.

Lorentzen (25) is het goudhaantje van een Noorse ploeg, die eerder deze week al kon juichen voor de derde plek van Sverre Lunde Pedersen op de 5 kilometer. Grappig, kalm, en nooit afgeleid. Het Noorse team heeft zelfs een uitdrukking in de ploeg aan hem gewijd. "Doe een Lori", zeggen ze als een race slecht is afgelopen. Huil niet te lang, daar staat het voor. Laat de negatieve gedachten afglijden. Lori doet niet anders.

Verraste Pedersen vorige week, Lorentzen gaf Noorwegen met goud iets van haar schaatsglans terug. Het was op de 500 meter zeventig jaar na de laatste Noorse winst van Finn Helgesen in Sankt Moritz in 1948 en bovendien twintig jaar na de laatste gouden medaille voor het land. Die was destijds in Nagano voor Adne Søndral op de 1500 meter.

Het was alsof de Noren deze Spelen bewust naar dat verleden teruggrepen. Op het blauwe pak, dat sneller zou zijn dan het vertrouwde Noors-rood, was de cap in retrostijl versierd met de Noorse vlag. Lorentzen en Pedersen pasten zo wat uiterlijk betreft meteen in de Noorse schaatscultuur.

Een diep dal, daar ging het Noorse schaatsen doorheen. Na Sotsji, na weer eens een Spelen zonder Noorse schaatsmedailles, werd het budget voor het schaatsteam zo ongeveer gehalveerd. De grootste sponsor haakte af. Het werd beknibbelen voor het ooit zo grote schaatsland Noorwegen. Coach Sondre Skarli werd soms wel moe van de vergelijkingen, moe van de vraag wanneer Noorwegen weer eens wakker zou worden.

Skarli (31) dacht namelijk klein. Hij moest zich de afgelopen jaren druk maken om de kleinste dingen. Of hij wel een fysio kon meenemen naar de trainingskampen. Of hij zijn schaatsers wel kon overtuigen om die trainingskampen zelf te betalen. Het sportieve verschil met bijvoorbeeld langlaufen en cross-country liep snel op. Het geld ging naar de sneeuw, niet naar het ijs. Daar komt nu wel verandering in, schat Skarli. "Goud is zo waardevol als drie medailles, al is het moeilijk in te schatten. Maar het zou me heel erg verbazen als we volgend jaar geen grote sponsor krijgen."

Het Noorse schaatsen heeft weer een uithangbord: Havard Lorentzen. Hij kwam dit jaar pas voor het eerst op het podium van een internationale wedstrijd, toen hij de allereerste wereldbekerwedstrijd over 500 meter won in Heerenveen. Onder leiding van sprintcoach Jeremy Wotherspoon, sinds twee jaar in dienst bij de Noren, werd hij weer sterker nadat hij lang kampte met een kuitblessure. Hij sneed in 2015 met zijn schaats zowat zijn hele onderbeen open.

Pas een wereldbekerwedstrijd later, toen zowel Lorentzen als Pedersen een afstand wonnen, groeide het zelfvertrouwen. Coach Sondre Skarli: "Toen hadden we als team door dat het iets groots kon worden." Dat heeft de rest van Noorwegen nu ook door. Vorig week stond op een magazine een foto van Pedersen, van bovenaf genomen. De cap was goed zichtbaar. Onder die foto stond een treffende tekst: 'Nieuwe ijstijd'.

Mulder, Smeekens en verbij stellen teleur

De Nederlanders liepen teleurgesteld weg na afloop van de 500 meter, die vier jaar geleden nog in een oranje clean sweep eindigde. Met veel hoop waren Ronald Mulder, Jan Smeekens en Kai Verbij afgereisd, met een respectievelijk zevende, negende en tiende plek stapten ze van het ijs. Mulder maakte 'twee, drie' fouten die een te rommelige rit opleverden. "Dat neem ik mezelf kwalijk. Ik probeerde te veel goed te maken in de eerste bocht. Dat werkte averechts."

Jan Smeekens, die nog met hoofdpijn rondliep na een val eergisteren in de laatste training, reed helemaal geen 'magische rit'. "Die heb je wel nodig. Met gemiddeld red je het niet. Dit stemt me wel verdrietig." Verbij schrok vooral van het gat met de concurrentie. "Het is toch een klap in het gezicht als Lorentzen zo hard rijdt en wij als Nederlanders er zo ver achter zitten", zei Verbij, die zijn eerste rit reed na zijn liesblessure die hij bij het OKT opliep.

Andere verhalen vanuit Pyeonchang lees je hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden