Nederland heeft wat met tulpebloemetjes beeldende kunst

De expositie 'Tulpomania binnen buiten' is te zien t/m 29 mei in het Frans Halsmuseum, Groot Heiligland 62 in Haarlem, ma-za 11-17 uur, zo en feestd. 13-17 uur. Brochure f 2,50, cat. f 25. Her en der in de Bollenstreek en in Noord-Holland worden manifestaties op het thema 'Tulp 400' gehouden. T/m 8 mei is bij de Culturele Raad van Hillegom, Irenelaan 16 de expositie 'Tulipa 400' te zien. Vanaf donderdag 22 april exposeert de schilder Jas in 't Huis Dever in Lisse, die die dag ook de bollenvelden in de Lisser gemeente zal 'signeren'. T/m 15 mei. Het boek 'Tulp 400 jaar', door Hans van der Sloot, 160 blz., uitgave Elmar, Rijswijk, f 69,50.

Nederland heeft wat met tulpebloemetjes, als je afgaat op wat een horde aan kunstemakers en vormgevers er mee gedaan heeft. En Turken, die hebben ook wat met tulpen, zoals het Frans Halsmuseum in Haarlem laat zien, de hoofdstad van de streek die in het voorjaar het drukst door toeristen wordt bezocht.

Haarlem en de Bollenstreek staan bol van de activiteiten die het Nederlands Bureau voor Toerisme indachtig die stroom buitenlanders heeft ondernomen. Er was dit jaar immers geen beroemde schilder te memoreren die een of drie eeuwen geleden ter wereld kwam, c.q. overleed (Mondriaan wacht tot het einde van dit jaar), en dus moest er een uitvinding worden gedaan. Nu wil de overlevering dat in het najaar van 1593 de opzichter van de Hortus Botanicus van Leiden een pakje uit Turkije ontving. Daar stak een smakelijk bruin bolletje uit, dat volgens de bijsluiter snel de grond in gestoken moest worden. Zodat de universiteitstuin binnen enkele maanden, dat wil zeggen in 1594, de eerste tulpebloem kon aanschouwen. Overigens nog een wonder dat de goede man de bol niet in zijn mond stak, maar in de grond. De tulp is immers familie van de ui en lijkt eetbaar, maar niet heus, zoals hongerige Nederlanders in de winter van 1944 moesten ervaren.

Niet wetend wat hij zou veroorzaken, legde hij daarmee de basis voor een cultuur die inmiddels een miljoenenzaak is geworden. In Turkije was de tulp niets ongewoons: de prachtlievende Osmaanse sultan Suleyman II liet tijdens zijn regering van 1520 tot 1566 de tulp in talloze gedaanten op kunstvoorwerpen afbeelden. In het aardige plaatjesboek 'Tulp 400 jaar' met schaarse teksten van Hans van der Sloot is te zien dat afbeeldingen van tulpen werden gebruikt ter decoratie van omslagen van de Koran, van grafzerken, badkamers en ceremoniele kaftans. Zo ver is het in Nederland niet gekomen, maar kunstenaars zijn hier in de loop der tijden niet geheel vrij van de tulpengekte gebleven. Vooral de handel in de bollen, die in de 17de eeuw vooral windhandel werd, zette de penselen en pennen aan het werk. In de vaste collectie van het Frans Halsmusuem is daarover een aardig schilderij te zien uit 1650. Flora, de bloemgodin, weegt een stapeltje juwelen af tegen een enkele tulpebol en bemerkt dat de weegschaal doorslaat naar de bol. Pan, god van het bos en de herders, is aan haar voeten gelegen en draagt Cupido met een tulp op zijn rug, 'zelfs hij is gevallen'. Dertien jaar eerder, in 1637 was de tulpenhandel volledig ingestort. Moest je voordien een bedrag ter grootte van een herenhuis voor een enkele bol neerleggen, toen de gekte voorbij was, werden de prijzen weer heel wat normaler.

In de kunst bleef de tulp overigens een gretig gebruikt onderwerp. Tot ver in de 19de eeuw werden de prachtigste bloemencatalogi vervaardigd, waarin de tulp als Nederlands beste exportartikel werd aangeprezen. Het Florilegium Harlemense uit 1901 is zo'n catalogus waar de firma Bakker uit Hillegom zijn vingers bij zou aflikken. Maar die haalt dan ook niet een tekenaar als A. Goossens uit Brussel, een man die grote kennis op biologisch gebied koppelde aan een vaardige hantering van de tekenpen. Goossens is geen Ambrosius Bosschaert, geen Osias Beert of Pieter Holsteyn, maar hij wist verdraaid goed hoe een tulp in elkaar steekt.

Tulpen horen in vazen, als ze al niet in de tuin of op het veld blijven staan. En vazen moeten bedacht worden, denken veel kunstenaars nog steeds. Het lijkt wel of de tulpenvaas steeds belangrijker wordt in ontwerpersland. Na het cd-rek dat elke ontwerper minstens een keer moet hebben gemaakt, verdient de tulpenvaas minstens evenveel aandacht. Het Frans Halsmuseum heeft er tientallen bij elkaar gezet, van de torens van Jan van der Vaart (zes, zeven elementen op elkaar gestapeld, allemaal getuit, zodat de bloem half horizontaal de ruimte in steekt, en bekroond met een spits die veel weg heeft van een kerstpiek) tot de kussenvaas van Erik Jan Kwakkel. Veel vazen verliezen het traditionele karakter dat ze lange tijd hebben gehad. De nieuwe vormgevers leggen de bloemen neer (zoals Dirk Romeijn), bergen ze op in de pootjes en de snuit van een varken (zoals Lot Moorrees), of laten ze uit een steenklomp steken (zoals de groep Cheops). De mooiste is de lekker dikke kont van La Bloemen, een wellustig gevormde tors die Vilma Henkelman als ode aan cabaretiere Karin Bloemen heeft gemaakt. Daar staan de bloemen pas goed in.

Omdat ook Turken iets met tulpen hebben, werden zij eveneens door het museum uitgenodigd een vaas te maken. Dat liep echter op een vergissing uit. De Turkse tulpenvazen ogen door en door gedateerd, alsof er honderd jaar op dit gebied niets is gebeurd. Geen Turkse tulpomania dus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden