Nederland heeft nog lang geen ’Berkeley van de lage landen’

Weg met de ’eenheidsworst’ en ’stamppotcultuur’, weg met de ’gelijkheidsdeken die Nederland bedekt’, zeggen bestuurders in het hoger onderwijs. Ook in Nederland is onderwijs voor de elite niet meer taboe.

Harvard, Stanford, Berkeley, dat zijn wereldwijd erkende topuniversiteiten. Maar menig Nederlandse universiteitsbestuurder droomt van een ’Harvard aan de Maas’ of een ’Berkeley van de lage landen’.

’Potsierlijk’ noemde hoogleraar bedrijfskunde John Hagedoorn die vergelijkingen onlangs in het Maastrichtse universiteitsblad Observant. De afstand tot de wereldtop zou aan de Nederlandse universiteiten tot ’deemoed’ moeten leiden.

Maar dat geluid wordt overstemd door vele anderen. Tientallen jaren was het beleid van universiteiten erop gericht om in de eerste plaats veel studenten te trekken. Maar de laatste jaren is het inzicht gekomen dat het onderwijs daardoor in middelmatigheid verzand is: massaonderwijs in kolossale collegezalen waar studenten die uitgedaagd willen worden weinig te zoeken hebben.

Het eerste signaal dat de stemming omsloeg, was de start van het zogeheten University College in Utrecht, in 1998. Dat biedt Engelstalig onderwijs op hoog niveau aan een select gezelschap getalenteerde studenten. Sindsdien is er veel gediscussieerd over zulk ’elite-onderwijs’. Mogen universiteiten daarvoor de beste studenten selecteren? Of moet alle onderwijs toegankelijk blijven voor elke student?

Maar terwijl die discussie voortwoedt, zet de omslag door. Er bestaan inmiddels ook university colleges in Maastricht en Middelburg. Volgend jaar gaat naar Utrechts model het eerste hogeschool-college van start, in Zwolle. Daarnaast hebben alle universiteiten en ook veel hogescholen ’honoursprogramma’s’ ontwikkeld, studieonderdelen met extra diepgang die studenten naast hun gewone opleiding volgen.

Talent moeten we koesteren – dat is het nieuwe adagium van beleidsmakers. Want, zo sprak de Tilburgse universiteitsbestuurder Van Oorschot aan het begin van dit studiejaar, „een samenleving die voorwaarts wil, heeft een intellectuele elite nodig.”

Af en toe roept nog iemand dat bij alle aandacht voor de top andere studenten niet vergeten moeten worden. Zo pleitte voorzitter Noorda van de vereniging van universiteiten VSNU afgelopen weekeinde voor meer variëteit. Hij voorziet het ontstaan van verschillende categorieën universiteiten (en hogescholen) voor verschillende soorten studenten. Sommige universiteiten zullen sterk zijn in onderzoek, aldus Noorda, andere richten vooral in onderwijs. Op de ene universiteit kunnen vooral selecte groepen toppers terecht, op de andere ’gewone’ studenten.

Ook voor Noorda zijn de Verenigde Staten een voorbeeld: de duizenden universiteiten daar zijn ingedeeld in acht of negen categorieën. Maar de eerste Nederlandse bestuurder die van zijn universiteit het ’Akron van de lage landen’ wil maken – om maar eens een gemiddelde Amerikaanse universiteit te noemen – moet waarschijnlijk nog geboren worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden