Nederland benadeelt zichzelf bij uitzetting Iraanse asielzoekers

De auteur is voorzitter van de Vereniging van Iraanse academici in Nederland.

Is er de laatste tijd in Iran iets veranderd dat de uitwijzing van de asielzoekers rechtvaardigt? Integendeel. Op 17 oktober jl., twee weken voor de uitspraak, nam het parlement van het mullah-regime een wet aan die samenscholing van twee of meer tegenstanders (van het regime) in binnen- en buitenland verbiedt en hun een gevangenisstraf van twee tot tien jaar in het vooruitzicht stelt. Het mullah-regime is al 35 keer door de VN wegens de grove schending van mensenrechten veroordeeld. Onafhankelijke mensenrechtenorganisaties als Amnesty International en het Rode Kruis worden niet tot Iran toegelaten om de situatie ter plaatse te beoordelen.

Het regime baseert zijn rechtssysteem op het principe van Maslehat-e-Nezam ('wat goed is voor het regime'). Geen dag gaat voorbij of het regime maakt nieuwe regels om de rechten van de mensen nog meer te beperken.

De schendingen van mensenrechten, gewelddadigheden en terroristische activiteiten beperken zich niet tot Iran zelf. Iraanse vluchtelingen zijn regelmatig het doelwit van aanslagen. Rafsanjani, de zogenaamd gematigde president van Iran, noemde de moord op Rabin 'wraak van God'. Het is geen geheim dat het regime alles in het werk stelt het vredesproces in het Midden-Oosten te ondermijnen en het fundamentalisme in de regio te bevorderen. Tientallen aanslagen over de gehele wereld, waaronder de aanslag tegen een militaire basis in Saoedie-Arabië, worden aan het Iraanse regime toegeschreven.

Deze voorbeelden laten zien dat het regime geen enkel respect voor de eigen bevolking of voor internationale verdragen heeft. Het Duitse parlement heeft hieraan consequenties verbonden: het nam onlangs een resolutie aan om een reis van de minister van buitenlandse zaken van Iran naar Duitsland te verbieden. Het Nederlandse parlement daarentegen lijkt wel in winterslaap te zijn. Het houdt zich muisstil.

Bitter

De Nederlandse regering heeft via de rechter een halve overwinning binnengehaald. Met deze overwinning is het net als met het eten van een reep chocolade. De eerste helft is zoet; de staatssecretaris mag de asielzoekers uitwijzen. Echter de andere helft is bitter. Want: hoe gaat ze de asielzoekers uitwijzen? Wat gaat ze doen wanneer de wanhopige asielzoekers zelfmoord gaan plegen? Wat gaat ze doen wanneer de situatie escaleert en de vluchtelingen massaal verzet gaan bieden tegen de dreigende uitzetting? Ze hebben immers niets te verliezen. In Nederland in de gevangenis belanden is waarschijnlijk veel luxer en veiliger dan in Teheran vrij rondlopen.

Iran is onder de reactionaire mullahs één grote gevangenis. Hoe kan de staatssecretaris de veiligheid van de uitgewezen asielzoekers garanderen? Zou zij bereid zijn de moord op de uitgewezenen door het mullah-regime op haar geweten te nemen? Het Iraanse regime treft al voorbereidingen om de twee asielzoekers die onlangs bij de rechtseenheidskamer terecht stonden, te arresteren; een Iraanse krant vermeldde naar aanleiding van de uitspraak, dat het dieven en smokkelaars waren. Het zou niet de eerste keer zijn dat politieke tegenstanders door het regime als smokkelaars geëxecuteerd zouden worden.

Den Haag moet zich realiseren dat het de toekomstige strategische belangen van Nederland met het machtigste land in het Midden-Oosten op het spel zet. Na de vorming van de paarse coalitie met een linkse signatuur dachten veel mensen dat er een betere tijd voor de asielzoekers en een oplossing van de vluchtelingenproblematiek zou komen. Het kabinet dient echter liever het economische belang van Nederland op korte termijn, in de vorm van betrekkingen met een groep moordlustige machthebbers die doodstraffen tegen burgers van andere landen uitvaardigen, dan dat het Nederlands goede naam hooghoudt in het eerbiedigen van rechts- en mensenrechtenprincipes.

De regering baseert haar beleidswijziging jegens de Iraanse asielzoekers ook op het standpunt van andere Europese landen. Daarmee impliceert Nederland dat die landen het bij het juiste eind hebben. Men vergeet voor het gemak dat Nederland een naam heeft hoog te houden als het om de bescherming van vluchtelingen en asielzoekers gaat.

Wat de Nederlandse regering en het parlement beter kunnen doen is in gesprek treden met de ware vertegenwoordigers van de Iraanse bevolking, de democratische oppositie geleid door de Nationale raad van verzet Iran, om in de eerste plaats een oplossing te vinden voor de positie van het beperkte aantal asielzoekers dat uit Iran hier komt. Daarnaast kan de Nederlandse regering investeren in een goede relatie met het toekomstige Iran en zijn vertegenwoordigers. De Iraniërs vergeten nooit de landen die hun in moeilijke tijden bijgestaan hebben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden