'Nederland behoort tot de waterarmste landen ter wereld'

Water wordt de komende eeuw steeds schaarser en daardoor een bron van ernstige conflicten. Deze worden heviger dan de oliecrises van de afgelopen decennia. Want olie kan worden vervangen, maar voor zoet water - van vitaal belang voor al het leven op aarde - bestaan geen alternatieven. De mondiale watercrisis is een snel groeiend en explosief probleem, waarschuwt Henk Saeijs, sinds kort bijzonder hoogleraar waterkwaliteitsbeleid en duurzaamheid aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

Hoewel vloeibaar zoetwater dus een geringe fractie van de totale watervoorraad vormt, gaat het in absolute getallen toch om een grote hoeveelheid: in rivieren en meren bevindt zich zo'n elf miljoen km3 water. “Maar wanneer we denken dat dit de hoeveelheid is die ons ter beschikking staat, vergissen we ons”, zegt prof. dr. H. L. F. Saeijs, directeur van Rijkswaterstaat in Zeeland.

“Duurzaamheid stelt grenzen aan het gebruik. Duurzaam gebruik van de zoetwater-reserves houdt in, dat het gebruik niet hoger mag zijn dan de hoeveelheid waarmee deze reserves door neerslag worden aangevuld. Van die neerslag gaat de helft weer 'verloren' door verdamping, zodat uiteindelijk jaarlijks slechts 45 000 km3 duurzaam beschikbaar is. Aan het eind van deze eeuw legt de mens reeds beslag op 44 procent hiervan.” De vraag naar water zal de komende eeuw sterk toenemen, meldt de Wereldbank: bij de huidige groei verdubbelt de waterconsumptie in 21 jaar. “De groei ontstaat niet alleen door de toename van het aantal mensen, maar ook door de groeiende vraag per hoofd van de bevolking. Er is méér water nodig voor sanitaire voorzieningen, economische groei en voedselproduktie. Naast de schaarste is de ongelijke verdeling in ruimte en tijd van het water een probleem. In bepaalde gebieden valt aanzienlijk minder neerslag dan elders.” “Droge streken zijn het Midden-Oosten, Noord-Afrika, Centraal-Azië, delen van India en Pakistan, Australië, het westelijk deel van Zuid-Amerika en het mid-westen van Noord-Amerika. Daarbij komt dat de bevolkingsgroei het grootst is in landen in droge gebieden, waar reeds een tekort aan water is. Op de grote VN-conferentie over milieu in Rio de Janeiro is geconstateerd, dat één op de drie mensen in ontwikkelingslanden niet de beschikking hebben over drinkwater in hoeveelheden en van een kwaliteit die toereikend is voor de eerste levensbehoeften.”

Ondanks het feit dat water een schaarse bron is, gaan we er uiterst slordig mee om. Vervuiling, verspilling en onverantwoorde onttrekking van grondwater plegen een ernstige aanslag op de reserves. Saeijs: “Overal in de wereld kampen rivieren en meren met kwaliteitsproblemen. Daar weten wij, als bewoners van de delta van de Rijn, Maas en Schelde, alles van. Een andere aanslag op de kwaliteit van het water vormt de toenemende trek van mensen naar stedelijke gebieden. In 1950 leefde 29 procent van de bevolking in de stad; in het jaar 2000 is dat 47 procent. Het aantal steden met meer dan tien miljoen inwoners is dan toegenomen van drie naar 22, waarvan achttien in ontwikkelingslanden.”

“Zuivering van afvalwater heeft in die steden een lage prioriteit. Sterk geïndustrialiseerde steden als Sao Paulo, Calcutta, Mexico City en Caïro zijn berucht vanwege hun geringe zorg voor de waterkwaliteit. Rivieren zijn een open riool, grondwaterstanden dalen en tegen steeds hogere kosten moeten steeds verderweg gelegen watervoorraden worden aangeboord. Open riolen komen niet alleen ver van huis voor: Brussel loost het rioolwater van meer dan een miljoen mensen ongezuiverd op de Zenne.” Een ander probleem vormen de effecten van de ongebreidelde toename van dammen en stuwmeren. Saeijs: “In een eeuw tijd zijn in vrijwel alle 214 internationale rivieren in de wereld, met een stroomgebied groter dan 100 000 km2, dammen en stuwmeren aangelegd. De argumenten: een betere verdeling van het water, de opwekking van elektriciteit en verhoging van de veiligheid tegen overstromingen. De gevolgen zijn echter verwoestend: oorspronkelijke bewoners worden verdreven of uitgeroeid, dieren en planten verdwijnen, stuwmeren lopen vol met bovenstrooms geloosde verontreinigingen en klimatologische veranderingen zijn aan de orde van de dag.”

De druk om meer dammen aan te leggen, is groot, maar daarmee los je de waterschaarste niet op, zegt Saeijs. “Dammen worden aangelegd om lokale en sectorale redenen, waarbij niemand rekening houdt met de gevolgen van de ingreep stroomafwaarts. Er zijn meer dan 30 000 grote dammen in de wereld en zij hebben vrijwel allemaal meer negatieve dan positieve effecten. Een paar voorbeelden. Door de aanleg van stuwdammen in de rivieren die water naar het Aralmeer voerden en door fout waterbeheer wordt nu het voortbestaan van 50 miljoen mensen in het Aralbekken bedreigd. De dammen die Turkije in Zuid-Anatolië in het stroomgebied van de Eufraat en de Tigris wil bouwen, dreigen Syrië en Irak droog te leggen. Je ziet de Eufraat en Tigris opdrogen. Het is duidelijk dat een Turkse hand aan de kraan gemakkelijk tot een crisis in de regio kan leiden.”

Saeijs zegt niet tegen het bouwen van dammen te zijn, mits ze ecologisch goed in het stroomgebied worden ingepast. “Ik ben tegen de argumenten waarmee ze worden aangelegd. Overigens ben ik wèl tegen dammen in het tropisch regenwoud: die twee verdragen elkaar niet. Tropische regenwouden houden bij uitstek water vast, het zijn enorme sponzen. Het verzamelen van water in stuwmeren vernietigt niet alleen het oerwoud op de plaats van de stuwmeren, maar ook de wouden die als gevolg daarvan verstoken blijven van het noodzakelijke water.

Zoet water speelt een belangrijke rol bij de produktie van voedsel: want hoewel land een noodzakelijke voorwaarde is voor agrarische produktie, legt water eerder dan land beperkingen op aan de landbouw. Het zonder meer en op grote schaal irrigeren van (te) droog land, roept echter nog grotere (milieu)problemen op.

Saeijs: “Het ontwikkelen van irrigatiegebieden kan leiden tot vernietiging van waterrijke gebieden benedenstrooms, waterverontreiniging en verlies aan biodiversiteit. Bovendien is de effectiviteit vaak laag. Bij grote projecten in Azië blijkt dat slechts 30 procent van het aangevoerde water wordt benut; de rest verdampt. Wanneer het water aan de oppervlakte verdampt, blijft een dun laagje zout achter, waardoor de bodem onvruchtbaar wordt. Dat is alleen te vermijden door drainage van het irrigatiewater; de Egyptenaren hadden dat 7 000 jaar geleden al door.”

Nederlanders denken in een land met een overvloed aan water te wonen. Een hardnekkige misvatting, zegt Saeijs: “De beschikbare hoeveelheid neerslag per persoon is hier slechts 680 m3 per jaar. Op de VN-conferentie in Rio is de armoedegrens op 1 000 m3 gelegd. Wij behoren tot de waterarmste landen ter wereld en zitten op ongeveer hetzelfde niveau als Kenia. We rekenen ons echter rijk, doordat vier rivieren grote hoeveelheden zoet water aanvoeren.”

Nederland gebruikt dat water verre van duurzaam: meer dan 20 m3 per jaar verlaat, om de zouttong in de Nieuwe Waterweg terug te dringen, ongebruikt ons land. Ook is veel water nodig voor het wegspoelen van vuil en verzilt polderwater en voor het peilbeheer, omdat het land anders nog dieper wegzinkt.

Saeijs: “Voldoende schoon water is ook in Nederland een probleem. Het stroomgebied van de Rijn droogt langzaam maar zeker uit. Dat komt onder meer door snelle ontwatering van grote stedelijke en industriële gebieden, ontbossing en grondwateronttrekking in de landbouw. De Rijn is 25 procent korter geworden en over grote delen verbouwd tot scheepvaartweg. Er zijn 480 stuwen, dammen en sluizen gebouwd om het water beter te beheren, waarbij niemand zich bekommerde over de gevolgen voor het gehele stroomgebied. Als het regent, gooit iedereen alles open en verdrinken wij; als het droog is, houdt iedereen alles dicht en verdrogen we. In januari verdronken we bijna, nu kunnen we amper op de Rijn varen.”

“De vraag hoe we milieuvriendelijk en duurzaam met de kostbare en schaarse waterreserves moeten omgaan, is in Rio al beantwoord: een integrale aanpak, op het niveau van het stroomgebied van een rivier. Die aanpak omvat zowel het oppervlakte- als het grondwater, de kwantiteit en kwaliteit en alle andere belangen. Voor grensoverschrijdende rivieren vergt dat internationaal overleg.”

“Landen met een overschot aan water, krijgen de komende eeuw grote politieke macht. Misbruik daarvan kan escaleren tot internationale conflicten. Egypte dreigt met oorlog tegen Soedan, wanneer dat land bovenstrooms water van de Nijl aftapt, Israël gebruikt het grootste deel van het Jordaanwater waarvan Jordanië afhankelijk is, de Turkse dammen dreigen nu al de bron van een conflict te worden. Om uitbarsting te voorkomen, dienen op wereldniveau afspraken te worden gemaakt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden