Nazmiye Oral Er is helemaal geen zoektocht

Nazmiye Oral (Hengelo, 1969) is actrice, theatermaakster, columniste en schrijfster. Ze was te zien in tv-series zoals 'Baantjer' en 'Hertenkamp'. In 2003 schreef zij de slotmonoloog voor de theatervoorstelling 'Gesluierde monologen'. Dit jaar verscheen haar romandebuut 'Zehra'. Oral is te zien in '#Moes', muziektheater in volkstuinen.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben
"God was iemand die mij in de gaten hield, niet uit liefde, maar om te zien of ik mij wel goed zou gedragen. Er waren erg veel regeltjes, bijvoorbeeld dat meisjes, als ze gemenstrueerd hadden zich na het douchen nog een keer ritueel moesten reinigen. Er mocht geen plekje, nog niet ter grootte van een rijstkorrel, van je huid droog blijven. Als ik niet gehoorzaamde, zei mijn moeder, zou de aarde onder mijn onreinheid trillen.

En dit herinner ik mij ook nog goed: na het eten moest ik de tafel afruimen. Daar had ik vaak geen zin in. Als mijn moeder het mij later nog eens moest vragen zei ze: 'Weet je dan niet dat elke hoek van het tafellaken door een engel wordt vastgehouden en dat ze het pas kunnen weghalen als alles is opgeruimd? Die vier engelen staan daar nu al uren op jou te wachten! Wanneer ga je nou eindelijk eens beginnen?'

Ik kon niet geloven dat God iemand was die een score bijhield, maar ik moet ook eerlijk zeggen dat ik, als ik me niet goed voelde en een schild nodig had, snel Arabische versjes ging opzeggen - en me ook daadwerkelijk beschermd voelde.

Of God bestaat? Nee. Ja. God is het bewustzijn, het leven dat in alle dingen zit. Er te zijn is goed genoeg, maar... weet je, ik wil je iets vertellen, twee verhalen die iets kunnen zeggen over de oorsprong van mijn verlangen. Ik twijfel of ik... Nou ja, luister maar en kijk straks wat je ermee doet, okay?

Ik was zes jaar toen mijn ouders mij naar Turkije stuurden - daar zullen we het later over hebben. Ik herinner me hoe ik op een dag, in een veld vol klaprozen, wroetend in de aarde, op zoek naar mooie steentjes, een ooievaar zag overvliegen en ineens, door de ogen van die vogel, mezelf kon zien zitten. Het gaf mij troost - zonder dat ik daar woorden voor had - te weten dat ik deel uitmaakte van een groter geheel. Ik was niet alleen. Die tijd in Turkije is, toen ik het later moeilijk kreeg, mijn enige houvast geweest.

Tweede moment: Ik was achttien. Ik was al een paar jaar verloofd met Levent, de zoon van vrienden van mijn ouders. Vreemd eigenlijk, want mijn ouders waren helemaal niet zo ouderwets, maar toch, het was de bedoeling dat ik met die jongen zou gaan trouwen en dat wilde ik helemaal niet. Niet dat ik er iets tegen had gedaan; ik was een soort puber in comateuze toestand geweest. In die tijd - ik was ten einde raad, mijn ouders zaten met de handen in het haar - deed ik op een avond met Carmen, mijn beste vriendin, een paar telepathische experimentjes. Dan zond zij vanuit de ene hoek van de kamer gedachten die ik in de andere hoek, in stilte, kon ontvangen - dat soort dingen. Ik was dus al in een zekere stemming, zullen we maar zeggen. Op een gegeven moment zat ik een beetje in een atlas te bladeren toen mijn oog viel op een foto van een berg, met zo'n besneeuwde top. Ik keek naar die foto en ik herinner mij dat ik, in mezelf, een beweging maakte; kijk eens, hoe mooi dat land omhoog komt. Tot ik ineens merkte hoe dat gevoel, steeds krachtiger, helemaal vanuit mijn onderbuik naar boven begon te stuwen, eruit, uit mij - ik dacht dat ik gek werd, ik dacht dat ik dood ging. Carmen had eerst niets in de gaten maar toen ze me rare dingen hoorde zeggen - ik kon voor niets het juiste woord meer vinden - heeft ze me naar een andere plek in huis gebracht waar ik langzaam maar zeker kalmeerde. Toch was er die avond iets blijvend veranderd. Mijn ogen waren anders gaan staan. Een tante, die van niets wist en die ik trouwens ook niet eens zo graag mocht, merkte het ook op: 'Je kijkt anders'. En het rare was, ik ging vanaf dat moment ook allerlei dingen sterker voelen. Ik werd assertief - ik zou kort daarna de verloving verbreken en het huis uitgaan - maar ik had ook ervaringen van enorme liefde. Ik zag dat ik niet voor niets in dit gezin was geboren, maar ook, heel duidelijk, dat het tijd was om een eigen weg te kiezen. Nu kon het, dit was het moment, omdat ik diep van binnen voelde dat ik altijd met hen verbonden zou blijven."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is
"Er zijn geen afbeeldingen van Allah, en als de profeet Mohammed ergens wordt afgebeeld, dan draagt hij een sluier of kun je zijn gezicht niet zien omdat er enorme vlammen om hem heen zijn die zijn aura moeten verbeelden. In overdrachtelijke zin vind ik dit een mooi gebod: de vorm doet er niet toe. Het is God die erdoor heen stroomt waardoor, als het goed is, het ego opbrandt."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken
"Als ik hier allerlei nare dingen over jou zit te bedenken, dan hoef ik die niet eens uit te spreken. Je voelt het vanzelf. Het gaat dus om de intentie. Als mijn intentie niet deugt, vloek ik zonder woorden."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen
"Ik weet niet hoe het er in de kerk aan toe gaat, maar ik herinner me dat ik als kind erg blij werd van een bezoek aan de moskee. Ik begreep niets van wat er werd gezegd, maar ik vond het heerlijk om de ruimte te delen met mensen die, ieder op hun eigen manier, met God bezig waren. Dat we daar, met z'n allen, zaten om die kant van onszelf ruimte te geven vervulde mij met een groot gevoel van liefde. Ik ga niet meer naar de moskee, maar als ik om zeven uur 's ochtends mediteer, krijg ik diezelfde ervaring. Dan ben ik stil, dan luister ik. Ik leg mijn oor tegen de mond van God."

V Eer uw vader en uw moeder
"Toen ik eindelijk, na jaren van strijd, durfde te zeggen dat ik het huis uit wilde gaan, zei mijn vader: 'Goed, ga dan maar.' Niet zo van: ik ben teleurgesteld, nee, het was echt goed. Ik hoefde hem niets meer uit te leggen. Mijn moeder rolde met haar ogen en riep uit: 'Hoe kun je dat nou zeggen?' Maar het besluit was genomen en ik vertrok naar Arnhem om op kamers te gaan wonen. Een maand later overleed mijn vader.

Hij had nooit iets gemankeerd, er was geen reden om overdreven ongerust te zijn toen ik dat telefoontje kreeg - 'Er is iets met je vader' - en toch wist ik het.

Toen ik opgroeide heb ik hem voor de vorm geëerd; ik wist niet beter. Daarna was er veel ruzie en strijd en vervolgens stierf hij. Onze relatie is, in zekere zin, na zijn dood doorgegroeid. Ik ben hem beter gaan begrijpen. Misschien zou je kunnen zeggen dat ik uiteindelijk terug ben gekomen bij de liefde die ik voor hem voelde toen ik een klein meisje was.

Het was veel moeilijker om mij tot mijn moeder te verhouden. Ze had liever gehad dat ik iemand anders was geweest. En ik heb van haar, op den duur, een soort buurvrouw gemaakt. Dat vond ik rustiger, overzichtelijker. Voor mijn gevoel had ze mij, tijdens die verloving, in de steek gelaten. En daarna maakte ze zich klein in mijn omgeving, ze was altijd een beetje angstig, verontschuldigend. Als ik thuiskwam van een bezoek aan haar, zei ik tegen mijn vriend dat ik mij net een of ander monster voelde. Bovendien wilde zij altijd over mijn vader praten, terwijl erover zwijgen juist mijn manier was om met zijn dood om te kunnen gaan.

Er begon iets tussen ons te veranderen toen ik kinderen kreeg. Kinderen krijgen was iets wat ze begreep; een gevoel dat we konden delen. Toch zou het nog een paar jaar duren voordat ik weer naar haar begon te verlangen. Ik was overspannen en ik voelde een grote behoefte om dingen in mijn leven te helen; niet onder het tapijt te vegen, nee, echt de boel goed schoonmaken. Eerst dacht ik: nu moet mijn moeder iets gaan doen, maar meteen daarna wist ik dat ik zelf de eerste stap moest zetten. Zij kon alleen mijn moeder worden als ik haar kind weer wilde zijn. Nu is onze relatie helemaal goed. Ik heb er de tijd voor genomen, maar nu luister ik dan toch naar dit gebod: ik eer mijn vader en moeder zeer.

Ik heb lang gedacht dat de problemen met mijn ouders waren ontstaan nadat ik op mijn zesde naar Turkije was gestuurd; kennelijk was ik niet veel waard was, dat ik zo maar weggedaan kon worden. Toen ik na vier jaar terugkwam was ik braver dan braaf omdat ik bang was dat ik, na de eerste de beste driftbui, misschien wel wéér naar Turkije zou moeten. Het verhaal is veel eenvoudiger: mijn ouders waren destijds nog van plan om zelf ook terug te gaan. Het was een praktische overweging om mij daar alvast de lagere school te laten doorlopen. Ik kan ze er nu alleen nog maar dankbaar voor zijn want uiteindelijk is die ervaring in mijn jeugd van essentieel belang voor mijn ontwikkeling geweest. Dat is wat ik je eerder wilde vertellen: daar ligt de kiem van mijn weten dat ik verbonden ben met alles en met iedereen."

VI Gij zult niet doodslaan
"Ik kan mij bijna letterlijk voorstellen hoe iemand een mes in zijn keel krijgt, hoe er bloed vloeit, hoe hij het zal uitschreeuwen van de pijn, maar het lukt me niet om te bedenken dat ik het ben die zoiets vreselijks aanricht. Als je wordt aangevallen, uit angst of misschien zelfs uit wraak, in een rush... ja, misschien, maar met voorbedachten rade? Of als straf, omdat die ander óók een moord heeft gepleegd? Ik vind de doodstraf barbaars. De Amerikanen hadden Osama Bin Laden niet mogen doden. Ik zie die uitschakeling vooral als een gemiste kans om iets van zo'n geschiedenis te leren; om als mensheid, in zijn geheel, te evolueren."

VII Gij zult niet echtbreken
"Toen het in mijn huwelijk niet zo goed meer ging, wist ik niet hoe ik moest zeggen dat ik ongelukkig was, of dat ik iets anders wilde. We hadden eigenlijk nooit ruzie, maar het gevoel was er niet meer; het was niet waarachtig wat ik deed. Nu, terugdenkend aan de klap die de echtscheiding mij heeft gegeven, denk ik wel eens: als je niet half dood gaat, kun je maar beter gewoon getrouwd blijven. Het ergste vond ik het voor de kinderen. Ze waren te klein om er iets van te begrijpen. En de dagen waarop ik hen niet zag, deed het gemis mij echt, fysiek, pijn. En toch kon het niet anders. Liefde is te groot, te belangrijk; als je zoiets in een relatie niet oprecht beleeft, is het beter om ermee op te houden.

Wat er met Levent is gebeurd? Ik hoorde van mijn moeder dat hij er de eerste jaren na onze breuk slecht aan toe was, maar dat hij daarna is getrouwd en kinderen heeft gekregen. Ik denk dat het wel goed met hem gaat. Hij en ik, dat was gewoon de bedoeling niet. Ik weet niet of ik in voorbestemming geloof; ik denk dat die sturing van binnenuit komt. Tegelijkertijd kan ik me ook voorstellen dat het leven van sommige mensen gebaseerd lijkt te zijn op de ene seconde waarin ze elkaar op een bepaalde plaats ontmoeten. Levent is daar. Ik ben hier. En we zijn allebei waar we horen te zijn."

VIII Gij zult niet stelen
"In mijn vak heb je twee categorieën: de gulle schrijvers en de krenten. Een gulle schrijver maakt zich niet druk over zijn plaats in de hiërarchie. Hij vraagt niet voortdurend aan zijn collega's hoeveel boeken ze al hebben verkocht, of in welke kranten interviews hebben gestaan. Ze zijn niet bezig met status of bezit en kunnen dus niet bestolen worden. Of ik een gulle ben? Laat ik het zo zeggen: ik ben een klein boompje, maar vast van plan een flinke eik te worden. Ik kom wel eens jongere vrouwen tegen die op het punt staan hun eigen weg te gaan maar nog worden gehinderd door schuldgevoel, pijn, onzekerheid of wat dan ook. Ik ben zelf zo'n vrouw geweest en ik had ook mensen om mij heen die zeiden: 'Het klopt echt wat je voelt, toe maar, doe maar, wij geloven in je.' Zo doe ik het nu ook: ik geef door wat ik zelf heb gekregen."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste
"Soms denk ik: je moet jezelf beschermen, misschien is het beter om niet zomaar te vertellen over dingen die buiten de alledaagse werkelijkheid vallen. Voor mij is het een helder en nuchter verhaal, maar zullen de mensen die dit lezen het óók zo zien? Zullen ze mij niet te vaag vinden? Toch kan ik niet anders. Als ik hier dingetjes ga verzinnen, of iets zeg omdat ik denk daarmee te kunnen scoren, zal ik bedrogen uitkomen. Voor mij loopt de beste weg naar buiten altijd via de waarheid."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is
"Ik voel me gezegend. Nee, geen zondagskind, daar stel ik mij iemand bij voor die altijd vrolijk en zonnig is. Daar ben ik echt nog te tobberig voor. Ik ben een piekeraar, ik heb mezelf nooit veel gegund. Ik heb heel lang een soort verstopping in mijn verlangen gevoeld, maar ik geloof dat het nu langzaam maar zeker is gaan stromen. Ik heb ontdekt dat ik mezelf in de weg zat door dingen ánders te willen, door ze mooier of lelijker te maken. Het enige wat ik nu voor ogen heb, is het verlangen oprecht mezelf te zijn, te genieten van wie ik ben, van wat ik heb en van wat ik kan.

Toen ik overspannen was, ben ik in therapie gegaan. Na een half jaar dacht ik al dat het beter ging, maar de waarheid is dat ik mij pas sinds anderhalf jaar goed begin te voelen. Het mooie van die therapie die ik deed was dat het niet over mijn jeugd ging; die hele geschiedenis, al die psychologische inzichten, deden er niet toe. Ik mocht van mijn therapeute wel tien minuten ratelen over van alles en nog wat, maar op een gegeven moment vroeg ze: 'Wat voel je nou, als je zoiets vertelt?' Bij haar leerde ik in mezelf af te dalen en te voelen wat daar van binnen gebeurde. We hebben, net als dieren, drie manieren om op gevaar te reageren: to flee, to fight en to freeze. Een kind reageert primair: het huilt of schreeuwt en dan is het weg. Volwassenen houden zich aan een gebeurtenis vast en ze maken er verhalen van. Wat ik tijdens de therapie heb geleerd is hoe ik iets kan voelen en weer los kan laten, zónder dat ik er een verhaal van maak.

Ik voel mij nu veel meer mezelf dan ooit, ik kan steeds beter voor mezelf zorgen. Toen 'Zehra' uitkwam was er eerst de roes - ik heb het af, het is gelukt - maar daarna sloop toch het verlangen naar succes en erkenning binnen. Tot ik er met een glimlach achterkwam dat ik wéér bezig was om het geluk buiten mezelf te zoeken. Er is namelijk helemaal geen zoektocht. Het enige wat je moet doen is zijn."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden