Nazi-slachtoffer / Pater Robert Regout, een onbekende martelaar

Met een herdenking en een biografie is gisteren in Nijmegen eer betoond aan Robert Regout, jezuïet, priester, geleerde -slachtoffer van de nazi's, omgekomen in Dachau in 1942.

Anders dan zijn kampgenoot en collega priester-professor Titus Brandsma -na diens dood in Dachau door Rome zaligverklaard- is Robert Regout relatief onbekend. Toch stierf ook hij in het beruchte priesterblok van dit nazi-kamp de marteldood. Volgens zijn bewonderaars heeft de jezuiët evenveel recht op een zaligverklaring als de zalige Titus.

Regout had de pech dat zeven jaar voor zijn dood het zaligverklaringsproces was begonnen van de Nederlandse jezuïetengeneraal Roothaan. Tegelijk het 'zalige' leven onderzoeken van twee jezuïeten uit één land ging Rome te ver.

De 'Vriendenkring van Robert Regout' geeft de moed niet op. Met kennelijk steun van de jezuïeten is er nu een zeer verzorgde biografie -jammer genoeg nogal hagiografisch, waardoor er een eendimensionaal beeld van zijn persoon wordt geschetst.

Wie was Robert ('Beis') Regout echt? Op 18 januari 1896 te Maastricht geboren in een gegoed rooms nest -vader en oom waren respectievelijk minister van waterstaat en van justitie, grootvader had de aardewerkfabriek Sphinx opgericht- ging hij, na het gerenommeerde jezuïetencollege in Katwijk, rechten studeren in Utrecht. Hij brak de studie na een jaar af en trad in bij de jezuïeten (1915). De theologische vorming bleef bij hem onder de maat, waardoor hij, aldus de biografie, de 'vierde gelofte' (gehoorzaamheid aan de paus) niet mocht afleggen.

Met zijn in 1920 hervatte rechtenstudie, nu te Leiden, liep het beter. In 1934 promoveerde Regout cum laude. Zeven jaar eerder was hij tot priester gewijd. Hij werd leraar aan het Nijmeegse Canisiuscollege, daarna studentenmoderator aan de Katholieke Universiteit. In 1939 volgde zijn benoeming tot hoogleraar volkenrecht.

Als rechtsgeleerde was Regout geen baanbrekend figuur. Zo stond hij achter de fatale neutraliteitspolitiek van Nederland. Maar hij schreef en zei zinnige dingen over 'de rechtvaardige oorlog' en verdedigde, ondanks eigen bedenkingen, het bestaansrecht van de Volkenbond. Zijn grote verdienste is dat hij politiek en rechtswetenschap in ons land het belang van het volkenrecht leerde inzien.

Hij was een prototype van het vooroorlogse katholicisme, overtuigd dat uitwassen van de moderniteit kerk en samenleving bedreigden. Nederland en de wereld moesten worden bekeerd tot God en het katholicisme, anders waren ze ten dode opgeschreven.

Als persoon was Regout integer en bescheiden, soms ook kritisch en fel. Dat laatste vooral waar het de in zijn ogen te geringe katholiciteit van de Nijmeegse student betrof. Hij won gemakkelijk vertrouwen van anderen, maar gaf zichzelf niet gauw bloot. Als moderator doorbrak hij de elitestructuur van het studentencorps en bracht hij de leden bewust in contact met jonge arbeiders. Een socialistenvriend was Regout bepaald niet. ,,Als wij geroepen zijn om bij voorkeur onder armen te werken, moeten wij hun moeilijkheden, misvattingen en verkeerde idealen begrijpen en tegenwicht geven tegen socialistische idealen.''

Hij ontpopte zich als een rabiate anticommunist. ,,Rome ziet in Moskou geen hoop'', tekende hij in juli 1936 met kennelijke instemming aan, ,,in het nationaal-socialisme misschien.'' Twee jaar later -Hitler had net Oostenrijk ingelijfd- zei hij dat een krachtige loyaliteitsverklaring van de rk kerk aan de Duitse staat voorlopig het beste was. Dat 'bewees' de relatie tussen Vaticaan en Mussolini.

Dit wil niet zeggen dat Regout een nazi-vriend was. Integendeel. Hij waarschuwde zijn studenten al in een vroeg stadium tegen de gevaren van het nazisme. En na de Duitse inval, 10 mei 1940, reisde hij stad en land af om katholieke advocaten, burgemeesters, hoge ambtenaren en professoren aan te sporen hun rug recht te houden.

In juni van datzelfde jaar analyseerde Regout in het jezuïetenblad Studiën de rechtstoestand in bezet Nederland. ,,De Duitsers zouden het moeten waarderen'', schreef hij, ,,indien wij onszelf zijn en óns vaderland en onze eigen vorstin met hart en ziel blijven toegedaan.'' De bezetter dacht er anders over. Op 1 juli werd Regout gearresteerd. Men verdacht hem (ten onrechte) van contacten met de Duitse emigrant pater Muckermann, een felle anti. Men nam Regout ook zijn recente artikel hoogst kwalijk.

Hij zat eerst een kleine twee maanden vast in Arnhem. In augustus werd hij overgebracht naar de Berlijnse Alexandergevangenis. Op beide plaatsen was hij volgens getuigen de natuurlijke leider en geestelijk raadsman van zijn medegevangenen. Zelfs bewakers raakten onder de indruk van Regouts rustig en blijmoedig optreden. Ten slotte voerde men hem in december 1940 af naar Dachau.

Te midden van alle sadisme en onmenselijkheid bleef hij ook in het strafkamp zichzelf. ,,Wie Regout zag vatte weer moed'', aldus een kampgenoot. En: ,,De lompen fladderend rond zijn broze lichaam straalde hij een rustige vroomheid uit.'' Hij probeerde naar vermogen mensen te helpen.

Zelf kreeg Regout meer dan zijn portie kwellingen. Zo moest hij in de winter van 1941/1942 samen met Poolse priesters van 's morgens vier tot 's avonds negen, zonder jas en onder een temperatuur van soms min 35 graden, sneeuw ruimen. Regout behoorde ook tot de groep geestelijken die tijdens de Stille Week van 1942 onderworpen werd aan uitputtende strafexercities. Op Goede Vrijdag moesten ze na afloop op hun kleerkasten klimmen en daar, uitgeput, Bachs 'O Haupt voll Blut und Wunden' zingen.

De ontberingen sloopten Regout. Eind 1942 deed hij een poging in de ziekenbarak te worden opgenomen, maar werd weggejaagd. Op de terugweg zag hij een Poolse priester halfdood langs de weg liggen. Hij nam hem in zijn armen, schuifelde terug naar het lazaret en smeekte de verplegers om de Pool op te nemen. Een kampbewaker sloeg de man de hersens in en schopte Regout de deur uit.

Kort daarop bleek dat hij geelzucht had en kwam hij alsnog in de ziekenzaal terecht. Al gauw besefte Regout dat zijn einde nabij was. Op 18 december 1942 maakte hij zijn geestelijk testament op: 'Als O.L. Heer het 'offer' van mijn leven zou vragen, dan met grote vreugde voor Geloof en Vaderland en bijzonder voor de studenten en Professoren aan de Nijmeegse Universiteit'. Tien dagen later stierf Regout, 46 jaar oud. De priester die hem bijstond getuigde: ,,Ik heb nooit vermoed dat het mogelijk was zo doodgewoon en tegelijk zo sereen en blij uit het leven te gaan.''

Vriendenkring van Robert Regout:

Robert Regout; Omnia-Fausta Drachten;

ISBN 907418129; 152 blz.; € 39,50.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden