Nazaten patriotten in oude Tweede Kamer

Ze zijn er trots op: hun voorvaderen waren lid van de eerste democratisch gekozen volks- vertegenwoordiging in 1796.

Opgetogen betraden ze gisteren de zaal waar ruim tweehonderd jaar geleden hun voorvaderen de eerste Nationale Vergadering vormden. De ruim honderd nazaten van die revolutionaire patriotten waren er in de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer zichtbaar trots op dat hun stamverwanten lid waren van de eerste, in 1796 democratisch gekozen volksvertegenwoordiging.

De Bataafse periode is bij het grote publiek niet altijd bekend, die roerige periode die aan het eind van de achttiende eeuw begon als uitvloeisel van de Franse Revolutie. De opstand van mensen die het zat waren dat corrupte regenten het land bestierden en dat stadhouder Willem V hulpeloos toekeek. Er moest meer democratie komen, meer rechtsgelijkheid, zaken die voor nu zo vanzelfsprekend zijn.

Het opvallende is dat al die nakomelingen nog een band hebben met de man die in die gewelddadige tijd lijnrecht tegenover de Orangisten stonden, de verdedigers van stadhouder Willem V. Dat was niet altijd eenvoudig. Na de oorlog kwamen de patriotten bijvoorbeeld bekend te staan als NSB'ers.

"In onze familie wordt nog steeds over Elias gesproken", zegt Mieke van Leeuwen-Canneman (71). Zij is achter-, achter-, achter-, achterkleinkind van Elias Canneman (1777-1861), die in de Bataafse periode belangrijke functies vervulde op gebied van financiën.

Van Leeuwen is archivaris en ging in de jaren tachtig werken bij wat nu het Nationaal Archief heet. "Ik kreeg het beheer over een stuk depot waarin uitgerekend het archief van Elias Canneman was ondergebracht." Vijftien jaar geleden besloot Van Leeuwen iets met die geschiedenis te gaan doen. In het archief ontdekte zij dat Elias een uitgebreide correspondentie had gevoerd met Alexander Gogel, minister van financiën in de Bataafse Republiek. "Die correspondentie heb ik getranscribeerd en is later als boek uitgegeven."

Wat radicaler in zijn democratische opvattingen dan Canneman was Rutger Jan Schimmelpenninck, de man die wel bekend staat als de eerste president van Nederland. Heel kort was hij raadspensionaris, voordat hij plaats moest maken voor Lodewijk Napoleon. "Natuurlijk ben ik trots op hem", zegt bijna-naamgenoot Rutger Schimmelpenninck (66). "Hij werkte met veel enthousiasme en overgave mee aan de vernieuwing van de samenleving. De grote veranderingen die Nederland toen doormaakte waren enorm."

Het erfgoed van Rutger Jan Schimmelpenninck wordt tot op de dag van vandaag met veel zorgvuldigheid en liefde gekoesterd, stelt zijn nakomeling. "Het kasteel Het Nijenhuis in Diepenheim is nog steeds familiebezit. Daar woont nu mijn broer. Veel eigendommen van Rutger Jan, zoals zijn bibliotheek en de schilderijen, zijn daar nog. Het is ook te bezichtigen."

De recente viering van tweehonderd jaar Koninkrijk Nederland die twee jaar duurde, vond Schimmelpenninck wat overdreven. De Bataafse periode die totaal nieuwe elementen als rechtsgelijkheid, een Grondwet en democratie bracht en dus duidelijk de fundamenten legde voor het moderne Nederland, kwam er bekaaid van af.

"Natuurlijk slaagde revolutie niet helemaal en werden de patriotten overvleugeld door de Fransen", zegt Rutger Schimmelpenninck. "Maar dat zie je wel vaker met landen die voor het eerst in aanraking komen met democratie. Kijk naar landen in Oost-Europa, daar gaat het nog niet zoals het moet."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden