Navo / Een trouw bondgenootje

Nederland heeft zich als Navo-partner dan wel solidair verklaard met de grote Verenigde Staten, maar hoe serieus wordt het landje dat ooit leed aan Hollanditis eigenlijk genomen? Deskundigen zien Nederland als een 'nuttige junior-partner'. Maar denk niet dat we invloed hebben, waarschuwt oud-diplomaat De Hoop Scheffer.

Hoe hard er aan het Binnenhof ook op wordt gehamerd dat de Verenigde Staten 'proportioneel' en 'waardig' moeten reageren op de aanslagen in Manhattan en Washington, Den Haag beseft ook wel dat Nederland daar als kleinere Navo-bondgenoot vrijwel geen invloed op heeft.

Wanneer de Verenigde Staten duidelijk maken hoe ze terug willen slaan, kunnen de Navo-bondgenoten -groot of klein- niet veel meer doen dan ja of nee zeggen tegen eventuele Amerikaanse verzoeken of ze willen bijdragen. De bondgenoten worden geconsulteerd, maar de manier van vergelding die de Amerikanen voor zichzelf bedenken zal geen onderwerp zijn van een uitgebreid Navo-debat.

Toch staat de Navo nu op scherp. Staatshoofden, regeringsleiders en ministers reizen stad en land af om de lidstaten van het bondgenootschap op één lijn te krijgen. De Britse premier Tony Blair is binnen 48 uur van Berlijn via Parijs en Washington naar Brussel (EU) gevlogen, de Franse president Jacques Chirac heeft al overleg met president George Bush gehad. En ook minister Van Aartsen van buitenlandse zaken is al naar menig hoofdstad geweest voor een bliksembezoek. Maar wie tellen er nu eigenlijk mee? Hoe groot is de Nederlandse invloed binnen de alliantie onder normale omstandigheden?

De tijd van de Hollanditis tijdens de kruisrakettendiscussie is voorbij. Tegenwoordig, zeggen diplomaten, heeft de Nederlandse regering weer voldoende geloofwaardigheid. Dat is vooral het gevolg van de relatief grote inzet van de Nederlandse militairen bij internationale vredesoperaties in het recente verleden, van Ethiopië tot Cyprus en van Kosovo tot Bosnië. Het drama van Srebrenica zou daarbij niet meetellen als fout die alleen Nederland wordt aangerekend.

Het instituut voor internationale betrekkingen Clingendael meet ongeveer eens in de tien jaar het Nederlands gewicht in de internationale schaal. Oud-directeur Joris Voorhoeve, de latere minister van defensie, nam die klus in de jaren zeventig en begin tachtig voor zijn rekening, de huidige Clingendael-directeur Alfred van Staden verrichtte afgelopen zomer de jongste meting.

De belangrijkste conclusie van hun weging is dat Den Haag in de eerste twee decennia na de Tweede Wereldoorlog 'behoorlijk wat invloed' had en daarmee in feite boven z'n stand leefde. De verklaring daarvoor is dat Nederland met sterke ministers van buitenlandse zaken als Van Kleffens en Stikker driftig meebouwde aan de nieuwe na-oorlogse internationale instituties, de Europese Gemeenschap en de Navo. Bovendien kwam Nederland bovendrijven in het krachtenveld omdat de Duitsers zich niet konden profileren en de Britten zich afzijdig hielden van de Europese integratie. De kleine trouwe bondgenoot van de Amerikanen kwam volgens de studies van Voorhoeve en Van Staden pas eind jaren zestig, begin jaren zeventig terug op z'n normale gewicht. Voorhoeve beschreef in 1981 'de slinkende rol van Nederland' maar zag dat niet als een drama. Nederland was eindelijk teruggekeerd naar z'n normale schoenmaat.

Van Staden waarschuwt dat de Nederlandse regering zich momenteel geen illusies moet maken over het huidige gewicht van de positie. ,,Nationale zelfoverschatting kan alleen maar tot frustaties leiden.''

Invloed in de internationale vergaderzalen en binnen de 'voortdurende conferentie van de internationale diplomatiek' valt voor een deel te meten aan de hand van de posities van landen op allerlei ranglijstjes, voor een ander deel heeft het te maken met imago. Een rangorde die van belang is voor de Navo is de berekening van de defensie-uitgaven en de omvang van de strijdkrachten. Binnen het bondgenootschap neemt Nederland daarbij een vijfde plaats in, ongeveer vergelijkbaar met Canada. Wereldwijd staat ons land met de omvang van het defensiebudget zeventiende, één plek lager dan tien jaar geleden.

,,Je kunt wel veel meten, maar uiteindelijk worden de macht en de invloed bepaald door de psychologie'', zegt een diplomaat. In de Navo gaat het erom hoe Washington, Londen, Bonn en Parijs (in die volgorde) een land waarderen. In de praktijk van de ronde tafelconferenties: houdt de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken zijn koptelefoon met simultaan-vertaling op wanneer zijn of haar Nederlandse collega aan het woord is? Verschillende Navo-deskundigen houden vol dat Nederland meestal door de Amerikanen wordt beschouwd als een 'nuttige junior-partner'. De koptelefoon gaat vaak wel af als de Denen of de Noren het woord voeren.

De Nederlandse invloed in de Navo steeg weer een beetje na de Kosovo-crisis van 1999. De Verenigde Staten namen tachtig procent van militaire inzet bij Allied Force voor hun rekening, daarna kwamen Groot-Brittannië en Frankrijk, vervolgens Nederland. De Koninlijke Luchtmacht was apetrots na de lof die ze kreeg toegezwaaid van de Amerikaanse luchtmacht. Het succes viel vooral op in Nederland zelf en niet in gezaghebbende internationale kranten. Van Staden noemt dat een voorbeeld van 'tekortschietende reputatiebehartiging' van de Nederlandse regering. Er had beter gescoord kunnen worden na deze onevenredig grote inzet van de luchtmacht.

De waardering voor de junior-partner moet ook blijken uit de deelname aan het Patriot-luchtverdedigingssysteem, de anti-raket-raketten die de VS tot nu toe alleen delen met Israël, Duitsland en Nederland. Militair gezien hebben de Amerikanen de kleine Nederlandse bijdragen met F-16's en Patriot-raketten uiteraard niet nodig. Maar politiek is het van enig belang, bezweren diplomaten, omdat de Verenigde Staten niet steeds het verwijt willen krijgen dat ze in hun eentje politieman op de wereld spelen.

De bedoeling is dat een klein land als Nederland een beetje invloed krijgt in ruil voor die inspanningen. Midden in de hectiek van de Kosovo-crisis ging dat echter niet goed. Politiek Den Haag stelde achteraf mokkend vast dat Washington, samen met enkele andere grootste Navo-partners, wel erg op eigen houtje bepaalden welke doelen werden gebombardeerd.

In hun analyse van de Nederlandse positie wegen de Clingendael-medewerkers veel niet-militaire zaken. Nederland won aan geloofwaardigheid door het economische succes van het poldermodel. Tegelijk kwam er veel internationale kritiek op typisch paars beleid, zoals de euthanasie-wetgeving, het homohuwelijk of de liberale drugswetgeving, waardoor Amsterdam te boek kwam te staan als het Sodom en Gomorra van de wereld. Deskundigen geloven echter niet dat dit laatste slechte imago van grote invloed is op de positie binnen de vergaderzalen van de EU of de Navo.

Al maakt minister Van Aartsen van buitenlandse zaken zich blijkbaar wel een beetje zorgen want hij heeft allerlei liberale wetsvoorstellen van paars omstandig in het buitenland uitgelegd. Zijn ministerie onderzocht niet voor niets hoe het op dat front staat met de Nederlandse reputatie in het buitenland. Maar binnen de hekken van de Navo gaat het vooral om trouw bondgenootschap, militaire solidariteit en de omvang van de defensiebudgetten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden