Naüpers azen op geheim Silicon Valley

Welke bestuurder droomt er niet van: een concentratie van hoogtechnologische bedrijven strijkt neer in je gemeente en werkt vervolgens als magneet voor talent en ondernemingszin uit de hele wereld. Is Silicon Valley, bij San Francisco, te kopiëren?

MARTIN BOSMA

Zonder dat vervoermiddel is het immers vrijwel onmogelijk de enorme afstanden op het terrein van Stanford University af te leggen. Vier jaar studeren aan deze privé-universiteit kost al snel honderdduizend dollar, dus dan kan een auto er voor de studenten ook nog wel af. De kosten van de studie zijn zo terugverdiend, want wie Stanford op het cv heeft prijken, gaat een onbezorgde carrière tegemoet. Veel van de afgestudeerden vinden een baan dicht bij de campus.

Rondom deze universiteit strekt zich Silicon Valley uit, het belangrijkste technologische gewest van de VS. De vraag die lichtingen bestuurders over de hele wereld bezighoudt is: waarom daar wel en niet bij ons. En vooral: hoe doe je het na? Menig science park in Europa wordt opgericht in de hoop net zo'n centrum van innovatie te worden als deze Amerikaanse streek vijftig kilometer ten zuiden van San Francisco.

“Al tijdens de jaren zeventig vond hier een opbloei plaats, die zijn oorsprong vond in de defensie-industrie”, legt Kathleen O'Toole van Stanford uit. “Zo rond 1981 leek de voorhoedepositie van de vallei verleden tijd.” Japan sloeg toen bressen in Amerika's trots door de produktie van personal computers naar zich toe te trekken. De deskundigen kleurden hun toekomstbeelden in het zwartste zwart: met Noord-Californië zou het net zo aflopen als met Pittsburgh en Detroit, waar alleen ruïnes nog getuigen van een groots verleden.

Silicon Valley hervond echter eind jaren tachtig zijn jeugd. Halfgeleiders, computers en software van reeds bestaande bedrijven als Hewlett-Packard en Intel, maar ook de jonge honden van Sun Microsystems, Conner Peripherals en Cisco, zorgden voor een opbloei. In dezelfde periode ging het definitief bergafwaarts met Route 128, het oudere technologische centrum bij Boston, aan de oostkust.

Anno 1995 is Silicon Valley de thuisbasis van een derde van de technologiebedrijven van Amerika. Er werken meer dan 300 000 mensen bij duizenden hoogtechnologische ondernemingen. De helft daarvan wordt geleid door afgestudeerden van Stanford.

“Mensen denken vaak dat we technologie bij de bedrijven over de muur gooien”, zegt James Gibbons, hoofd van de engineering-school van de universiteit. “Maar zo werkt het niet. Het belangrijkste wat we doen is elk jaar achthonderd van de beste ingenieurs klaarstomen. Dat verfrist het werkersbestand in de regio.” Overigens komt veertig procent van de technici die er afstuderen uit het buitenland, vooral uit landen als India, Taiwan en Zuid-Korea. De universiteit trekt het talent aan.

Het staat buiten kijf: zonder Stanford geen Silicon Valley. Sommige verhalen horen bij de favoriete anekdotes van de campus. Dat een college te kort bleek voor het oplossen van een probleem. In de avonduren kwam het antwoord er wel. Het idee werd een bedrijf, en nu heeft dat bedrijf een omzet van vier miljard dollar. Zo verging het Sun Microsystems. Op die cultuur is men trots: het vercommercialiseren van goede ideeën die zijn ontwikkeld tijdens de les.

Een gokje op de markt Behalve studenten willen ook de professoren zich nog wel eens op de markt wagen. James Clark begon Silicon Graphics, heeft nu 3800 mensen in dienst, en verzorgde bijvoorbeeld de dinosaurussen uit de film Jurassic Park. Nu heeft het bedrijf zijn zinnen gezet op het vervaardigen van de computerkant van interactieve televisie, een van Amerika's meest besproken technologieprojecten.

Een idee dat werkte in de praktijk was het computerbeeld zoals wij dat kennen: met een menu en met het aanklikken van iconen. Het computerprogramma Smalltalk werd in 1979 ontwikkeld aan de Stanford Research Institute. Niet langer hoefde de gebruiker ellenlange commando's uit het hoofd te leren, een beweging met de muis was voldoende. Dat systeem werd later gemeengoed met Windows (het programma van Microsoft), dat tegenwoordig op negentig procent van de computers draait.

Ook gaat de universiteit zelf in zaken. Wie een patent heeft, kan daar geld mee verdienen. Stanford heeft er honderden en verdient op die manier per jaar 24 miljoen dollar. Alleen al 17 miljoen per jaar komt binnen dankzij een vinding uit 1970 voor een manier om vreemde genen geaccepteerd te krijgen door DNA.

Naast toponderwijs heeft de streek een traditie van durfkapitaal, investeringen met een hoog risico. Een derde van al het venture capital van Amerika komt in Californië terecht. Intel kreeg zo omgerekend 5 miljoen gulden aan startkapitaal, terwijl de oprichters over niets anders beschikten dan een idee. Nu zet men daar 15 miljard gulden om. Het is maar de vraag of buiten Amerika het clubje Jonge Turken van Intel voldoende geld zou hebben verzameld. “Die cultuur van investeren met een hoog risico hebben ze gewoon niet in Europa of Japan”, meent Bill Younger te weten, voorzitter van de Western Association of Venture Capitalists in Menio Park.

Zijn er meer redenen waarom Silicon Valley het zo goed doet, bijvoorbeeld afgezet tegen Route 128 - dat op sterven na dood is? Annalee Saxenian van Harvard University concludeerde onlangs na onderzoek dat de winnende formule de samenwerking tussen bedrijven is (Regional Advantage, Harvard University Press, 1994). Geheel volgens de mode - denk aan de clusters van ex-minister Andriessen - hamert zij op het belang van samenwerking tussen bedrijven.

Route 128, de high-tech-streek aan de andere kant van Amerika, wordt gekenmerkt door een kleiner aantal grote ondernemingen, die nauwelijks contact met elkaar hebben. Carrières worden intern gemaakt en een overstapje naar de concurrent is er niet bij. Daarnaast is er een voorkeur voor geheimhouding, en vertrouwen bedrijven vooral op eigen kracht. Er is een strakke hiërarchie. Informatie vloeit binnen een bedrijf op en neer, en maar zelden tussen ondernemingen.

In Silicon Valley is dat altijd anders gegaan. De losse omgangsvormen staan haaks op de meer formele cultuur van de oostkust. Weinig mensen wonen langer dan een generatie in Californië, en die tijd is te kort om een ingesleten hiërarchie te kweken. Er is geen oud geld, elke riche is nouveau.

In Silicon Valley is het bedrijfsleven een netwerk van gelijken, dat gezamenlijk leren bevordert en waarbij gespecialiseerde bedrijven elkaar aanvullen. De sterke sociale netwerken en de flexibele arbeidsmarkt stimuleren experimenten en ondernemerschap.

Rondwandelen Als voorbeeld van het succes van Silicon Valley wordt altijd genoemd Hewlett Packard, een typische Californische onderneming. De manier van leidinggeven heet in de volksmond de HP-manier. De essentie ervan is dat medewerkers zelf maar moeten uitzoeken hoe ze het best kunnen bijdragen aan het welslagen van het bedrijf. Het management werd samengevat onder de kreet “leiding geven door rond te wandelen”. Iedereen weet ondertussen wat de doelen zijn, er is volop informatie en er zijn de middelen om er te komen.

Dave Packard en Bill Hewlett waren in 1939 tweedejaars op Stanford toen ze een muntje opgooiden om te bepalen in welke volgorde hun achternamen in het logo van hun bedrijf moesten komen. Hun onderneminkje startte in de garage (nu een nationaal monument) en heeft nu over de hele wereld 92 000 mensen in dienst, met een omzet van 30 miljard dollar per jaar.

Uiteraard vergaten ze hun alma mater niet, want het was hun professor geweest die ze had aangevuurd in zaken te gaan. Geheel volgens de Amerikaanse traditie waarin je je oude universiteit steunt, stoppen zij Stanford regelmatig dollars toe. In totaal doneerden Hewlett en Packard omgerekend een half miljard gulden.

Er is een taak voor de overheid bij het nabootsen van het succes van Silicon Valley, op regionaal niveau. Als het geheim van Silicon Valley de combinatie van concurrentie en samenwerking is binnen netwerken van gespecialiseerde producenten, dan kan de overheid die samenwerking stimuleren en coördineren. Dat kan door het aanbieden van diensten om risico te spreiden en kennis te delen, met instituten die marktinformatie aanbieden, met trainingen en goede raad, en soms met kapitaal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden