Natuurpark moet merk worden

De Holterberg in Nationaal Park Sallandse Heuvelrug. Beeld Hollandse Hoogte

Het zouden ‘iconische natuurgebieden’ moeten worden, onze nationale parken. Maar het is vooral sappelen.

Het is ‘nu of nooit’ voor de twintig nationale parken in Nederland, en daar is honderd miljoen euro voor nodig, zo klinkt deze week de noodkreet aan het toekomstige kabinet. Onder meer de ANWB, Natuurmonumenten, Landschappen NL en werkgeversorganisatie VNO-NCW vinden dat de parken ‘sterke merken’ moeten worden: meer toeristen en betere verbinding met de lokale economie, maar ook meer middelen voor natuurherstel.

Het is een opmerkelijke oproep aan de landelijke overheid, want het Rijk heeft juist vier jaar geleden de handen afgetrokken van de twintig natuurgebieden. Het natuurbeleid is ‘gedecentraliseerd’. Dat betekent in dit geval: het Rijk doet het niet meer, de provincies kunnen het overnemen maar dat hoeft niet. ‘De maatschappij’ moet in het achtergelaten gat springen: gemeenten, waterschappen, grondeigenaren, de toeristensector, ondernemers, burgers.

Overleven

Die overgang verloopt niet erg soepel, blijkt uit onderzoek van Wageningen Environmental Research (Alterra). Een deel van de parken is in ‘een bestuurlijk vacuüm terechtgekomen’ en de zoektocht naar nieuwe financiële bronnen heeft ‘sterk wisselend resultaat’, staat in het rapport ‘Nationale Parken in transitie’. Ofwel: het is niet duidelijk wie waarover gaat en geld verdienen met natuur blijkt niet zo makkelijk. Conclusie van het onderzoek: ‘het merendeel van de nationale parken is bezig met overleven’.

“We hebben eigenlijk het natuurbeleid deels willen privatiseren”, zegt onderzoeker Marcel Pleijte van Alterra. “De gedachte erachter is de ‘vermaatschappelijking’ van de natuur. Organisaties en mensen die er profijt van hebben, zoals recreatiebedrijven, waterschappen, zouden ook iets terug moeten doen voor de natuur. Gebruikers moeten meer ophoesten. Maar die veronderstelling vloeit deels voort uit bezuinigingen. Er is te gemakkelijk van uitgegaan dat er een markt is.”

Alterra heeft het afgelopen jaar ‘de thermometer’ in de nationale parken gehouden. Sinds 2013 is het Rijk niet meer verantwoordelijk en wijst het alleen nog de natuurgebieden aan die het stempel ‘nationaal park’ krijgen. Omdat de Tweede Kamer dat te mager vond, werd in 2015 een motie en amendement aangenomen om het programma ‘Nationale Parken van wereldklasse’ op te zetten. Daar kwam de vorig jaar gehouden verkiezing ‘Het mooiste natuurgebied van Nederland’ uit voort. Het programma van ongeveer een miljoen euro loopt drie jaar, er is nog één jaar te gaan. De roep om 100 miljoen euro deze week beveelt aan dat programma acht jaar te verlengen, en er serieus geld in te steken.

Tot nu toe is het namelijk sappelen bij veel nationale parken, constateert Alterra. “We stellen dat de verzakelijking van het parkbeheer, als alternatief voor overheidssubsidies, nauwelijks uit de verf is gekomen”, staat in het rapport. “Er wordt te veel gevist in dezelfde vijver en er zijn te veel transactiekosten gemaakt.”

Torenhoge ambities

Er zijn wel parken die de zaken goed voor elkaar hebben en al eerder een degelijke organisatiestructuur hebben opgezet, zoals Park de Hoge Veluwe. Ook leidt de ‘decentralisatie’ soms tot nieuwe samenwerkingsverbanden, zoals in park de Weerribben-Wieden waar de gemeente Steenwijkerland en de supermarkt in Giethoorn bijdragen nadat ook de provincie zich had teruggetrokken. Nu dat loopt, wil de provincie Overijssel wel weer meedoen.

Maar het algehele beeld strookt niet met de torenhoge ambities die aan de ‘Nationale Parken van Wereldklasse’ gehangen zijn. Het zouden iconische natuurgebieden moeten worden die internationale toeristen trekken. De hele streek rond zo’n park zou moeten profiteren. En om er ‘sterke merken’ van te maken zouden het er eigenlijk minder dan twintig moeten zijn, en per stuk groter van omvang.

Filefietsen

Pleijte merkte dat de nationale parken grote twijfels hadden bij die vanuit Den Haag bedachte ambities. “Meer toeristen kan niet overal. Soms is de recreatiedruk al groot, is het in het weekend filefietsen. Komt dat de beleving van de natuur ten goede? En als je buitenlandse toeristen vanuit Amsterdam naar andere gebieden wilt leiden, wat vinden ze dan aantrekkelijk? Giethoorn misschien, maar verder, Kinderdijk? Is het hard te maken dat ze komen?” De meeste nationale parken definiëren hun opdracht bescheidener: beheer en herstel van natuur, educatie en voorlichting en een goede inbedding in de regio.

Intussen zoeken de parken wel naar manieren om geld binnen te halen, maar dat blijft vaak marginaal, ziet Pleijte. “Crowdfunding wordt geregeld genoemd. Een natuurgebied buiten de nationale parken, de Dommelbimd in Noord-Brabant, heeft zo tienduizend euro binnengehaald. Daar zijn dan wel 200 tot 300 mensen bij betrokken. Dat is niet zaligmakend qua euro’s. En stel dat Staatsbosbeheer een theehuis wil beginnen, dan is de recreatieondernemer verderop daar misschien niet blij mee. Wat heeft het park als geheel daaraan?”

“Een andere bron van inkomsten, toegang heffen, willen de meeste parken niet. Als er geen hekken staan kan het niet eens, maar ze zien de natuur vooral ook als een collectief goed, dat vrij toegankelijk moet zijn.”

De nationale parken zijn zich sterk bewust van hun doelstelling, constateert Pleijte. “De verkiezing voor het mooiste natuurgebied heeft echt nieuwe creativiteit en elan losgemaakt. Maar de parken zijn er in de eerste plaats om de natuur te beschermen. Geen enkele economische activiteit mag hiermee op gespannen voet staan.”

Nationale parken in Nederland. Beeld Sander Soewargana

Elk evenement geeft een euro per deelnemer

De ‘struinrolstoel’ staat in de hal bij Buitencentrum de Sallandse Heuvelrug. Een stevige stoel met grote rubberbanden om ook mensen die niet goed kunnen lopen van de heide en het bos tussen Nijverdal en Holten te laten genieten. De stoel is betaald met geld van gebruikers van het park.

Iedereen die een evenement organiseert, draagt per deelnemer een bedrag af aan de Stichting Samen. Die is opgericht nadat het Rijk het natuurbeleid losliet in 2013. Over de hoogte van dat bedrag was discussie, vertelt Bertus van Elburg, penningmeester van de stichting . “Het was eerst één euro vijftig. Maar we begrepen van organisatoren van evenementen dat we meer ruggesteun zouden krijgen als het omlaag zou gaan naar één euro. Vooral voor activiteiten die weinig kosten, zoals een wandeltocht van drie euro, was 1,50 extra te veel.”

Uitleg was ook nodig. “Mensen zeiden: onze activiteit belast de natuur helemaal niet, dus waarom moeten wij betalen? Het gaat erom duidelijk te maken dat burgers wat terug kunnen doen voor de natuur. Zodat ze ervan kunnen blijven genieten.” Inmiddels zien organisatoren van evenementen hun bijdrage als een ‘kwaliteitskenmerk’. Ze doen hun afdracht onder de noemer ‘S(up)port for Nature’. “Daar zijn nu ook banners en spandoeken van, die gebruiken ze graag.”

Maar nog niet iedereen is overtuigd. “Dwars door het park loopt een weg. We hebben de Ronde van Overijssel, een wielerwedstrijd, gevraagd ook bij te dragen maar dat wil de organisatie vooralsnog niet. Het is toch de openbare weg, zeggen ze.”

Als verder iedereen meewerkt komt er per jaar zo’n twintigduizend euro in het fonds, zegt Van Elburg. Betrokkenen bij het park kunnen projecten indienen om dat geld aan te besteden. Ook de grondeigenaren. “Staatsbosbeheer wil een bruggetje herstellen. Natuurmonumenten wil ergens een biotoop maken om de aardbeivlinder te lokken. Het gaat om zaken die niet uit het gewone beheer betaald kunnen worden.”

In het Buitencentrum vertelt commercieel medewerker Ria de Zwart dat de natuur vooropstaat bij de Sallandse Heuvelrug. “Mensen weten ons steeds beter te vinden. We verhuren zalen voor feestjes en vergaderingen, organiseren allerlei activiteiten. Het Buitencentrum moet zichzelf kunnen bedruipen. Maar het gaat om de bescherming van de natuur. We gaan hier geen auto’s laten racen.” De Zwart merkt nu dat meer Belgen langskomen omdat ze deze week schoolvakantie hebben, maar ziet niet voor zich dat drommen buitenlandse toeristen plots het natuurgebied gaan bezoeken. “Wij vragen ons meer af hoe we jongeren kunnen bereiken en hun bewust kunnen maken van de waarde van natuur. Educatie vinden we het allerbelangrijkst.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden