Natuurmens avant la lettre

Schrijver en filosoof Henry David Thoureau (1817-1862) ondergaat een revival in ons land. Onlangs verscheen een herdruk van een zeer geslaagde vertaling uit 2005 van zijn boek 'Walden'. Een paradoxaal, maar belangrijk boek.

Van 4 juli 1845 tot 6 september 1847 verbleef schrijver, filosoof en natuurvorser Henry David Thoreau in een zelfgebouwde houten hut, een klein huisje, aan de oever van het meer Walden Pond bij het dorpje Concord, Massachusetts. Hij hield er een dagboek bij dat hij later bewerkte tot een lang essay onder de titel 'Walden, or a life in the woods'. Het boek zou tijdens zijn leven amper verkopen maar is nadien uitgegroeid tot een van de belangrijkste teksten van de negentiende eeuw. Dat wil zeggen: vooral in de Verenigde Staten, waar het een cultstatus heeft bereikt.

In Europa heeft het een geringere impact gehad en dat is onterecht. Het werk van Thoreau, niet alleen 'Walden' maar ook sommige andere essays waaronder 'Walking', staat aan de basis van de natuurbeschermingsgedachte. Thoreau heeft ons de ogen geopend voor de schoonheid van het ongerepte.

Momenteel ondergaat Thoreau (1817-1862) in ons land een kleine revival. Johan van de Gronden wijdde in zijn recente bundel 'Wijsgeer in het wild' een hoofdstuk aan Thoreau en Filosofie Magazine besteedde vorige maand ruim aandacht aan hem. Zeer onlangs verscheen een herdruk van een eerdere vertaling uit 2005 van 'Walden' en van 'Civil disobedience', een kort essay over burgerlijke ongehoorzaamheid. De nog eerdere Waldenvertaling, van K. Sanders uit 1972, is al jaren niet meer verkrijgbaar. De betere vertaling uit 2005 van Anton Haakman is nu opnieuw gepubliceerd in een fraai gebonden uitgave.

De plek waar Thoreau's optrekje heeft gestaan naast Walden Pond (door Sanders knullig vertaald als 'de Walden-vijver') is een bedevaartsoord voor natuurliefhebbers. Met stenen is aangegeven waar het bouwsel ooit stond, en een groot houten bord vermeldt een cruciale zin uit het boek: "I went to the woods because I wished to live deliberately, to front only the essential facts of life, and see if I could not learn what I had to teach, and not, when I came to die, discover that I had not lived".

Het is interessant om te zien hoe die zin in beide Nederlandse vertalingen is weergegeven. Eerst K. Sanders: "Ik ging naar de bossen omdat ik weloverdacht wou leven; om mij tegenover de essentiële feiten van het leven te plaatsen; om te zien of ik niet kon leren wat het te leren had; en om niet op mijn stervensuur te ontdekken dat ik niet geleefd had". Haakman: "Ik ging de bossen in omdat ik bewust wilde leven, om me alleen met het wezenlijke bezig te houden en te onderzoeken of ik niet kon leren wat het leven me moest leren, zodat ik niet op mijn sterfbed zou moeten ontdekken dat ik niet geleefd had". Wat een verschil! Afgezien van het eigenaardige gebruik van de puntkomma bij Sanders, waardoor het zinsverband wordt onderbroken en de deelzinnen los van elkaar komen te staan, is zijn vertaling meer letterlijk, terwijl Haakman veel beter de essentie van Thoreau's woorden in één zin met één idee weet te behouden.

Wars van conventies

Thoreau (1817-1862) was een gecompliceerde figuur. Hij zou tegenwoordig ongetwijfeld het etiket 'hoogbegaafd' hebben gekregen, maar hij was ook eigenwijs, anarchistisch en wars van conventies. En, ondanks zijn Franse roots, een typische Amerikaan. Wie de openingszinnen leest van 'Civil disobedience', waarin hij betoogt dat een goede regering een regering is die amper regeert en de beste een regering die helemaal niet regeert, herkent onmiddellijk die eigenaardige Amerikaanse overheidsafkeer die wortelt in de vrijheidsdrang van de settlers en hun trek naar het Westen. Behalve Natuurmonumenten, de jachtlobby en de vegetariërs maakt wellicht ook de Tea Party aanspraak op een deel van Thoreau's erfenis, hoe vervelend we die constatering ook mogen vinden. Al eerder merkte schrijver Jan Kuipers in een artikel in Hollands Maandblad op dat 'Walden' een soort bijbel is geworden: "Het gaat over alles en men kan er de meest uiteenlopende opvattingen op gronden". Vooral in Amerika zijn ettelijke meters boekenplanken volgeschreven over Thoreau: de Walden-exegese is er een vakgebied op zich geworden.

We moeten niet denken dat Thoreau zich als een heremiet had teruggetrokken in een ongerepte wildernis, hoezeer hij die ook waardeerde. Het gebied rond Walden Pond was kort tevoren gekocht door de schrijver Ralph W. Emerson, dorpsgenoot en mecenas van Thoreau, om te voorkomen dat het werd kaalgehakt. Het was sowieso een secundair bos, geen oerbos. Bomen werden geveld als bouwmateriaal en als brandstof en om er dwarsliggers voor de nabijgelegen spoorbaan van te maken.

Terwijl Thoreau het onkruid schoffelde op zijn bonenakker kwamen pijlpunten, aardewerkscherven en oude aslagen boven, die duidden op eerdere bewoning en landgebruik door indianen. Met regelmaat kwamen gasten langs, met regelmaat ook wandelde Thoreau via de spoorbaan de paar kilometer naar Concord om zich in de kroeg te laven aan een drankje en de dorpsroddels. Hij hield van de stilte en de eenzaamheid, maar had zichzelf niet losgesneden van de maatschappij.

Subliem en gedetailleerd zijn de vele beschrijvingen van de dieren in plas en bos: de vissen, eekhoorns, muizen en de vele vogels, zoals een stil zittende sneeuwuil die hem een tijdlang als een kat aanstaart vanaf een lage sparrentak. De strijd tussen twee mierenkolonies, grote zwarte en kleinere rode mieren, wordt over meerdere pagina's beschreven als betrof het een journalistiek verslag van de veldslagen bij Austerlitz of Waterloo, inclusief de zelfopofferende heldenmoed van individuele miertjes.

Ook de topografie van het meer wordt zorgvuldig opgemeten en beschreven, om heersende ideeën te ontkrachten dat het oneindig diep zou zijn. Het is die combinatie van Thoreau's gedetailleerdheid met zijn brede, filosofische blik op de eigenaardigheden van de natuur en de maatschappij die, samen met een onderkoeld gevoel voor humor, 'Walden' tot zo'n bijzonder boek maakt.

Afgezien van enkele slordigheden (zo ligt het meer geen 25 kilometer van Concord, maar 2,5) is de vertaling van Haakman zonder meer geslaagd te noemen. De annotaties, die de vertaler waarschijnlijk grotendeels heeft ontleend heeft aan de editie van William Rossi uit 2008, geven nuttige extra informatie. De lezer blijft achter met soms paradoxale teksten van een paradoxaal schrijver en heeft daarna voldoende stof om nog eens diepzinnig na te denken over zijn eigen plaats in de natuur en de samenleving.

De strijd tussen twee mierenkolonies wordt over meerdere pagina's beschreven als betrof het een journalistiek verslag van de slag bij Waterloo

Henry David Thoreau: Walden & De plicht tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Vertaald door Anton Haakman. De Bezige Bij; 412 blz. euro24,99

Het interieur van Thoureau's huisje.

Walden Pond.

Henry David Thoreau.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden