Natuurlijk was het niet meer dan borrelpraat

Daar was het dan: het langverwachte onderzoek naar de ’seksualisering van de samenleving’. Vrijdag stuurde minister Plasterk een brief naar de Kamer, inclusief bijlagen met ’deelstudies’.

In 2007 belandde het thema, zoals dat heet, hoog op de agenda. Dat jaar maakte Sunny Bergman furore met haar film ’Beperkt houdbaar’, mocht de Amerikaanse onheilsprofetes Ariel Levy overal haar zegje doen, zorgde een affiche in Utrecht van een mevrouw in goudkleurige bikini voor wekenlang debat, haalde het begrip breezerseks alle kranten, en verscheen er een heus manifest: ’Sex moet weer haute couture worden’. Onze zeden, zo luidde de communis opinio, waren rap aan het verwilderen. En speciaal jongeren, beïnvloedbaar als ze zijn, dreigden daaraan ten onder te gaan.

De overheid, het moet gezegd, voelde de tijdgeest haarfijn aan. Schreef de Emancipatiemonitor 2006 nog onbekommerd dat „de huidige opvattingen vrij geëmancipeerd zijn en dat het seksuele zelfbeschikkingsrecht van vrouwen wordt gerespecteerd”, krap een jaar later bleek onze moraal er ineens héél anders uit te zien.

In zijn Emancipatienota ’Meer kansen voor vrouwen’ betitelde minister Plasterk ’de seksualisering van de maatschappij’ als een ’nieuwe uitdaging in het emancipatieproces’. Ook hij maakte zich zorgen om de „portrettering van meisjes en vrouwen als lustobject, onhaalbare schoonheidsidealen en de toenemende vercommercialisering en seksualisering van het vrouwelijk lichaam in de media”.

De toch niet geheel onzinnige vraag of er überhaupt wel sprake is van ’seksualisering van de samenleving’, klonk bijna nergens. Of je dat eerst niet eens gewoon zou moeten uitzoeken al evenmin. Het was iets als een geopenbaarde waarheid, waarin wij gehoorzaam dienden te geloven. Volgens de minister was er alleen nog ’een gedegen verkenning naar de effecten van de seksualisering’ nodig. En dus gaf hij liefst vier instituten de opdracht om zo’n onderzoek uit te voeren.

Met enige gretigheid sloeg ik dit weekend de betreffende studies open. Zijn wij inderdaad een natie in zedelijk verval?

Natuurlijk, de onderzoekers verpakken hun bevindingen in het allerwolligste beleidsmakersproza. Maar hun conclusies zijn glashelder.

Ze hebben ’geen verband’ gevonden tussen het kijken naar hitsige muziekclips en ’seksuele ervaring’. Konden niet vaststellen „dat de media er de oorzaak van zijn dat jongeren meer in seks geïnteresseerd zijn en er hun gedrag door laten leiden”. Hebben alleen „op zeer beperkte schaal aanwijzingen gevonden dat het gebruik van (niet-pornografische) geseksualiseerde media samenhangt met grensoverschrijdende attitudes en ervaringen”. Zagen „de unieke rol van de glossy’s niet bevestigd”. En ook niet dat ’hoger mediagebruik’ samengaat met „minder tevredenheid over het eigen uiterlijk”.

Niks aan de hand, kortom. Alle ophef over de ’seksualisering van de samenleving’ was welbeschouwd niet meer dan borrelpraat – gebaseerd op vage gevoelens, niet op saaie feiten. Het gras leek even blauw, maar het is nog altijd groen.

Een hele geruststelling, zou je zeggen. Staken ze dus bij het ministerie de vlag uit, opgelucht dat de zorgen voor niets zijn geweest? Erkende de minister ruiterlijk dat hij zich beter om reële kwesties druk had kunnen maken? Werd het dossier met een ferme klap gesloten?

Welnee. Plasterk kondigde in zijn Kamerbrief op vastberaden toon een reeks nieuwe maatregelen aan. Met deze aanpak, schrijft hij, hoopt hij jongeren ’weerbaarder’ te maken „tegen de mogelijke negatieve effecten van de seksualisering”.

Wie het begrijpt, mag het zeggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden