Natuurlijk is Engeland de bakermat van het voetbal!

Engeland, waar het spelletje is uitgevonden, heeft tot nu toe slechts één groot voetbaltoernooi binnen de grenzen gehad. Dat was in 1966, toen het team van Moore en de Charltons voor eigen publiek wereldkampioen werd. Dertig jaar later, zaterdag 8 juni, mag Engeland weer een eigen toernooi openen: het Europees kampioenschap 1996. Terug naar de roots, terug naar de bakermat van het voetbal. Zo zag men het halverwege de vorige eeuw op de Engelse kostscholen: voetballen, dat was een goede zaak voor de jeugd. Goed voor je lichaam, je werd er zelfs een goed 'Christian gentleman' van. De arbeidende massa keek er anders tegen aan. Hoe het ook zij: de komende weken wordt het Europees kampioenschap gespeeld op de bakermat van 'ons' voetbal. Toen Nederland nog niet eens een voetbalbond had, werd in Engeland het profvoetbal al ingevoerd. Geraadpleegde literatuur: Dennis Signy: A pictorial history of Soccer. Howard Bass: Glorious Wembley. Guy Oliver: World Soccer, the history of the game. Andrew Ward: Scotland, the Team. Anton Rippon: England, the story of the national team. Desmond Morris: The Soccer Tribe.

Die historici toch. Jusserand schermt met een Frans voetbalbewijs uit 1147, de Duitser Wettwer 'ontdekt' dat de Vikingen het voetbalspel naar Engeland hebben gebracht - hij is zo eerlijk er bij te zeggen dat hij zich baseert op overleveringen - Blaschke stelt voorts vast dat in uiteenlopende tijdvakken, maar in alle gevallen vele eeuwen geleden, door Romeinen en Fransen en zelfs door het oervolk van de Kaukasus tegen een bal is getrapt. En dan zijn er ook nog Markus en Fella met hun bijzondere visies. Zij zien een dubbele oorsprong: voetballende Chinezen omstreeks tweeduizend jaar voor Christus en voetballende Japanners in de zesde eeuw na Christus.

Ach, in Engeland wordt laconiek gereageerd op die beweringen aan de andere kant van het water. Natuurlijk is Engeland de bakermat van het voetbal! Trouwens, aan oude verhalen ook in Engeland geen gebrek. Joseph Strutt beschrijft al in 1801 een echte voetbalwedstrijd. En wat ook wel aardig is: in Engeland wordt gepronkt met een uit 1314 stammend document dat een verbod op het spelen van voetbalwedstrijden afkondigt. Dit betreft de tijd waarin dorpen en streken eens per jaar tegen elkaar spelen. Het aantal deelnemers is onbeperkt, de bal soms dagen aan een stuk onderwerp van de jacht, het gaat er hard aan toe, er vallen zelfs doden. Vandaar dat verbod.

Over dat soort voetbal spreken de Engelsen allang niet meer, wanneer in de eerste helft van de negentiende eeuw op public schools en universiteiten de basis voor het huidige spel wordt gelegd. Daar gebeurt het; vooral op de public schools van Eton, Harrow, Charterhouse, Rugby, Shrewsburry en Westminster. Het zijn de public schools in deze plaatsen, de kostscholen voor de elite, later voor de elite en de middenklasse, waar sport een voorname plaats krijgt. Op Rugby ziet Thomas Arnold als leider van de 'evangelical movement' football als een ideale mogelijkheid voor de vorming van zijn leerlingen tot Christian gentlemen. Later zal het juist de school van Thomas Arnold zijn, die centraal staat bij de splitsing tussen de twee voornaamse football-stromingen: Association football ('ons' voetbal) en rugby.

Kenmerkend voor het voetbal in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw is de uiteenlopende regelgeving. De spelregels variëren per school. Men speelt ook minder tegen elkaar dan onder elkaar, maar wel altijd met buitengewoon veel plezier. Als de leerlingen van de public schools Old Boys zijn geworden en naar de universiteit gaan, blijft de hang naar dat alleraardigste spel. Zo bergen de studenten op de Universiteit van Cambridge de bal niet op, nee, zij blijven er mee in de weer. Het is ook in Cambridge dat in 1848 voor het eerst uniforme spelregels worden vastgesteld. Nog altijd lijkt football dan meer op rugby dan op voetbal.

Op den duur bevallen de uniforme regels echter lang niet iedereen. Leuk hoor, die helse gevechten om de bal die met handen en voeten gespeeld mag worden, maar technisch begaafde voetballers voelen zich steeds minder op hun gemak tussen de ruwe klanten die op basis van met name hun spierkracht aan het spel mee doen. De voetballers willen zich uiteindelijk van de rugby-fanaten onderscheiden. In Sheffield leidt dat in 1857 tot de eerste echte voetbalclub ter wereld: The Sheffield Club, gevormd door de spelers die het voetbal als twaalftal eerder op de public school van Harrow speelden. The Sheffield Club bestaat tegenwoordig niet meer, nog wel in leven is het vijf jaar later opgerichte Notts County. Deze club uit de eerste divisie is de oudste profclub in Engeland. Notts County voetbalde al, toen hands nog lang geen overtreding was. Ruim voor besloten werd dat hands een vrije trap tegen betekende - in 1869 - was er die historische 26ste oktober 1863. In de Londense Freemason's Tavern aan Great Queen Street, werd door twaalf clubs de oprichting vn de Football Association voorbereid. Er was geen andere FA ter wereld, dus de landsaanduiding is tot op de dag van vandaag achterwege gebleven. Intussen wemelt het in de hele wereld van de FA's, maar dé FA zetelt in Londen. De clubs die in Freemason's Tavern de vergadering bijwoonden, waren Kensington Grammar School, Epping Forest, FC War Office, Barnes, Crusaders, Kilburn, Leytonstone, Perceval House of Blackheath School, Charterhouse School, Blackheath Proprietary School, Surbiton en Crystal Palace.

Het was een vergadering, waarbij de spelregels direct al onderwerp van langdurige discussies waren. Er waren oprichters die voetbal vooral met de voeten wilden spelen, anderen hielden vast aan handen en voeten. Het verschil van mening bleef een bron van veel interne ergernis. In 1871 gaven de aanhangers van Rugby, dan vooral te vinden in de gelederen van de Blackheath Schools, er definitief de brui aan. Zij hadden er eigenlijk al in 1863 genoeg van. Toen besloten zij de voetballers te laten voetballen en zelf de Rugby Union in het leven te roepen. In 1871 werden de laatste lijntjes tussen beide bonden verbroken.

In 1863 groeide in de Engelse voetbalkringen het idee niet langer min of meer vrijblijvend te voetballen, maar voortaan in een enigszins gestructureerde zin. Voor een landelijke competitie was Engeland veel te groot, maar incidentele wedstrijden via het knock out-systeem, was dat niet leuk? Het was een plan dat in het brein van Charles Alcock werd geboren. Hij was een belangrijk man: 25 jaar lang secretaris van de FA, speler van The London Wanderers, in 1875 eenmaal international voor Engeland tegen Schotland en journalist/propagandist bij de sportbladen Field en Sportsman. Zijn beste idee was dus dat knock out-systeem om een beker; in de zomer van 1871 werd zijn plan door de meeste clubs ondersteund en was de strijd om de FA Cup geboren. Er mocht meteen ook maar een club uit Schotland mee doen: het voorname, ook nu nog bestaande Queens Park. Deze club is heden ten dage nog altijd de eigenaar van het reusachtige Hampden Park in Glasgow. Queens Park speelt jaar in jaar uit voor gemiddeld driehonderd toeschouwers in de Schotse tweede divisie; als enige club handhaaft Queens Park op dat niveau de amateurstatus als een vorm van curiositeit.

In 1884 en in 1885 telt Queens Park nog danig mee. In die jaren wordt de finale van de Engelse FA Cup bereikt, twee keer is Blackburn Rovers te sterk voor de Schotten. De Schotse voetballers zijn in die jaren al geliefd in Engeland, hun inzet is altijd grandioos. Velen worden door armoede in zuidelijke richting gedreven. Op de public schools mag het voetbal dan uit idealisme voor hogere doeleinden zijn gekoesterd, al vrij snel na de oprichting van de FA zijn er geruchten dat in het altijd al zo goklustige Engeland stevig op wedstrijden wordt gewed en spelers een aardig bedrag kunnen verdienen. Vooral de Schotse voetballers komen hier op af. De betrekkelijk kleine club Darwen haalt de Schotse internationals James Love en Fergus Suter in 1877 binnen. De FA hoort van alle kanten dat er geld in het spel is, maar bewezen wordt er niets. Darwen zet wel de toon, deze club plaatst het voetbal in een ander daglicht. Op de public schools en de universiteiten spreekt men schande van de alom veronderstelde betalingen. Daar heeft men makkelijk praten, want de leerlingen en studenten zijn zonder uitzondering van goede komaf. Zij hebben het voetbalgeld niet nodig. Opvallend is dat de voetballers uit de welgestelde kringen dolgraag en bij voorkeur op het hoogste niveau hun sport willen blijven bedrijven. Wat is er immers leuker dan voetballen, als je er het talent voor hebt? De upper ten blijft dus voetballen; als overtuigde amateurs, in veel gevallen ook na de invoering van het profvoetbal in 1885. Deze elite-amateurs verenigen zich later in de Corinthians-beweging. Men noemt deze sportmensen gentlemen-players. Die benaming betekent niet zo zeer dat het hier om 'heren-voetballers' gaat, maar om amateurs. Tot ver na de eeuwwisseling gaat het om amateurs, die bij profclubs spelen en ook in de nationale ploeg. Vivian Woodward is rond 1910 bij de Corinthians de grootste speler; een amateur, bij Tottenham Hotspur en Chelsea, maar hij is wel één der beste spelers van Engeland.

Rond de invoering van het profvoetbal komt soms de grote maatschappelijke tegenstelling tussen de Britse voetballers naar voren. In 1885 is de Schot Frank Shaw van de eliteclub Pollokshields Athletic een vooraanstaand speler. Als de Accrington Stanley Football Club hem een aanbieding doet, waar minder bedeelden gretig op zouden toehappen, antwoordt Shaw dat hij van de eer afziet. “Mijne heren, bij mijn terugkomst van een veertiendaagse cruise op mijn jacht, vond ik uw brief....” De rest laat zich raden: de heer Shaw is financieel onafhankelijk, van kindsbeen af. Of de heren van Accrington weten dat hij puur voor zijn plezier voetbalt!

Vervolg op pagina 16

Na de penalty blijft hij dood in het doel liggen VERVOLG VAN PAGINA 15

De meeste Schotten komen graag in Engeland voetballen. Vanaf 1 juli 1885 mag dat dus legaal. Het is de voorzitter van Preston North End, de majoor William Sudell, die alle hypocrisie na een wedstrijd tegen Upton Park beu is. Hij wijst de FA erop dat vooral de clubs in Lancashire hun spelers betalen. “Wel, dat doen wij bij Preston North End ook. Wanneer U dat weigert te legaliseren, dan zeg ik dat wij met amateurs werken en moet U maar bewijzen dat we professionals zijn.”

De FA denkt het zaakje nog te kunnen redden door Preston North End met onmiddellijke ingang verbieden te spelen. De uitwerking van die maatregel is verrassend. Allerlei andere clubs willen voor de eerlijke Sudell bijna een standbeeld oprichten. Club na club trekt zich terug uit het FA Cup-toernooi. Dan gaat de FA in de zomer van 1885 door de bocht: profvoetbal mag. De Schotse FA, die vanaf 1872 de interlands tegen Engeland als de hoogtepunten van het jaar beschouwt, zal pas in 1893 profvoetbal toestaan.

In Engeland is het profvoetbal aanvankelijk een zaak van de clubs uit het noorden en midden van het land. De Londense clubs houden veel langer vast aan de amateurstatus. Als in 1888 tot een professionele competitie - The Football League - wordt besloten, laat Londen het in het eerste deelnemersveld van twaalf clubs volledig afweten. Preston North End wordt de eerste landskampioen, Blackburn Rovers, Bolton Wanderers, Everton, Burnley, Wolverhampton Wanderers, West Bromwich Albion, Stoke City, Derby County, Notts County, Aston Villa en Accrington Stanley zijn de andere deelnemers.

Die eerste Engelse profcompetitie in 1888; een jaar later werd hier te lande pas de Nederlandsche Voetbal en Athletiek Bond opgericht. Engeland deed er slechts 22 jaar over van oprichting van de FA tot profvoetbal te komen. In Nederland zou die stap 65 jaar duren. Het heeft iets onvoorstelbaars: al officieel profvoetbal op de bakermat, wanneer de penalty nog niet bestaat (die wordt pas in 1890 ingevoerd), wanneer het doelnet er ook nog niet is (uitgevonden door John Brody en ingevoerd in 1890), wanneer de doellat evenmin verplicht is (ook pas in 1890) en wanneer de keeper de bal nog over het hele veld met de hand mag spelen (dat zal pas in 1912 veranderen). Het kan, zo vroeg profvoetbal, omdat de Engelse fabrieksbazen al snel inzien dat voetbal een prachtige bron van vermaak voor de arbeiders is. Zo vroeg profvoetbal kan ook, omdat de arbeiders in Engeland echt een massa vormen. Die massa heeft geen boodschap aan het ideaal van voetbal als een stap in de goede richting voor de Christian Gentlemen . De massa leeft in kommervolle omstandigheden en de massa vindt het heerlijk om eens één keertje in de week sportief vermaakt te worden. Niet in alle, maar wel in de meeste gevallen, komen de voetbalhelden uit de massa voort. Een beetje beroepsvoetballer verdient in Engeland in 1890 al vijf tot tien keer zo veel als zijn voormalige kameraden in mijnen en fabrieken.

Er is er eentje die verdient als een soort kermis-attractie zelfs nog veel meer. Dat is de wel zeer wonderlijke doelman Bill Foulke van eerst Sheffield United en later Chelsea. Voor hem zijn buitenmodel voetbalkleren genaaid. Bij een lengte van 1.90 meter, weegt hij 140 kilo. Hij staat met een geweldige bierbuik in het doel. Het is ongelooflijk dat deze kolossale man op het hoogste niveau kan keepen. Hij ziet er niet uit, maar speelt in 1897 teggen Wales zelfs een interland. 'Fat Billy' geldt als een onverschrokken penalty-stopper. Die specialiteit maakt hij ook buiten de wedstrijden te gelde. Hij organiseert op het strand particuliere penalty-shows. 'Penny a penalty-kick' heet zijn gokspelletje. Duizenden liefhebbers komen er op af. Die mensen betalen een penny om een strafschop te mogen nemen, de winnaar van het duel ontvangt steeds drie penny's. Foulke is op dit gebied zo goed, dat hij er zelfs een aardig bedrag aan overhoudt. Het wordt ook zijn dood, de inspanningen worden hem te machtig. Na een gestopte penalty blijft hij dood in het doel liggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden