Natuurlijk dacht ik aan je

Ik ben vierendertig. Ik ben nooit alleen geweest. Ik ben nog steeds niet alleen. Nog altijd niet alleen. En toch is er niemand anders, nu. Ja, jij, maar je weet het niet. Ik heb vannacht mijn verjaardag gevierd. Ik had een kelder vol wijn tot mijn beschikking; ik had mezelf dood kunnen drinken, het had een mooi einde kunnen zijn, zo jarig, zo samen met mezelf. Ik dronk niet, want er was niemand om te vermaken. Niemand met wie ik hoefde te dansen. Of tegen wie ik diepzinnige dingen moest zeggen over het leven en de liefde, over het ouder worden, politiek, familie- issues.

Dus heb ik mijn verjaardag gevierd met een kop thee en een sigaret. Ik rookte, staarde uit het raam naar de donkere decemberlucht en dacht: waarom leek dit me een goed idee? Waarom wacht ik niet met het alleen zijn tot het echt niet anders kan, niet anders ís? Ik ben bang dat ik later als ik daadwerkelijk oud en eenzaam ben zal denken: toen ik vierendertig werd, koos ik voor de eenzaamheid. En het had niet gehoeven. Er waren tal van mogelijkheden. Ik heb de mogelijkheden niet benut. Daar was ik te goed voor. Daar bén ik te goed voor. Ik heb van al mijn mogelijkheden een onmogelijkheid gemaakt.

Weet je? Ik voelde me te goed voor jou. Dat is wat ik mezelf graag voorhoud. In werkelijkheid voelde jij je te goed voor mij; dat is niet uitgesproken, maar niet alles hoeft uitgesproken te worden. Je zei de laatste keer dat ik je zag dat ik pretendeerde deel uit te maken van de wereld, en dat ik dat ook van anderen verwachtte, maar dat ik een laffe man was die zichzelf opsloot in zijn lichaam.

'Iedereen zit opgesloten in een lichaam', zei ik toen.

En jij zei: 'Man, luister nou toch eens naar me. Voor een keer. Dit gesprek.'

Ik heb daarna geprobeerd naar je te luisteren, echt waar. Ik probeerde te begrijpen. Ik keek naar je en dacht: ik wil haar voor altijd blijven willen. Maar ik wist meteen: ik wil haar niet meer. Ik wilde het je zeggen, al was het om het tegendeel van mijn lafheid aan je te bewijzen, maar eerst luisterde ik naar je, want dat had ik beloofd. Ik hoorde de helft van wat je zei. Je had het erover dat ik dingen laat eindigen voor ze goed en wel begonnen zijn. 'Omdat je te veel nadenkt', zei je. En je wees naar mijn hoofd. 'Je denkt de dingen stuk', zei je. 'Dat is jouw grote talent.'

Je had gelijk: de dingen stuk denken is één van mijn grootste talenten.

Jij was niet iemand bij wie ik met stukgedachte illusies aan hoefde te komen.

'Het is juist dapper als je iets durft te maken van iets waarvan je niet weet of het waar is', zei je eens.

'Zoals liefde?' vroeg ik.

'Misschien ook de liefde, ja.'

Ergens boezemde mij het angst in, dat zelfs jij het allemaal niet zeker wist. Dus ik zei: 'Niemand blijft bij zijn eerste liefde. Zoiets is onmogelijk.'

'Er zijn duizenden, misschien wel miljoenen mensen die dat wel degelijk doen.'

'Dat zijn mensen die niet nadenken.'

'Of mensen die serieus nemen wat ze voelen.'

'Wat is de kans?'

'Wat?'

'Wat is de kans dat je eerste geliefde de ultieme liefde is?'

'Het gaat niet om kansen.'

'Mij wel. En weet je wat het is?'

Je was even stil. Ik keek naar je.

'Ik wil geen kansen mislopen', zei ik.

Ik dacht aan iets wat ik ooit ergens had gelezen: dat tijd niet constant is, dat de ene minuut niet even lang is als de andere minuut. Dat nachten langer lijken te duren dan de dag, en zelfs van elkaar verschillen, alsof ze steeds trager afgespeeld worden. En ik zei, denkend aan al die nachten: 'De ene liefde is de andere niet.'

'Dat lijkt me het mooie ervan', zei jij. 'Dat je altijd denkt dat je met iets unieks bezig bent.'

'Ik wil het niet meer', zei ik nogal lomp en abrupt, maar eerlijk. Ik had niet verwacht dat ik zoiets zo zou durven zeggen. Want in wezen heb je gelijk; ik ben een laffe man. Niet laffer dan anderen, maar toch: laf, net als de rest. En nu durfde ik min of meer per ongeluk met de waarheid op de proppen te komen. De meeste mensen durven pas toe te geven dat ze iets niet meer willen als er iets anders voor in de plaats is gekomen, iets wat ze wel willen. Ik had niets anders. Tenminste; niets concreets. Ik wist alleen dat ik geen zin meer had in dat wat jij uniek noemde: in iets wat je liefde kunt noemen. Ik wilde alleen zijn. Ik dacht dat ik het nodig had.

Nu ben ik vierendertig.

Na de thee en de sigaret ben ik een wandeling gaan maken, door de stad. Ik ben al dagen niet naar buiten geweest. Ik miste de frisse lucht niet. Frisse lucht is iets wat mensen verzonnen hebben. Dat wil zeggen, we hebben het er nog over terwijl het niet meer bestaat. Je weet dat we daar goed in zijn: dingen uiteindelijk niet laten bestaan. Ik heb het niet alleen over jou en mij, maar over de mensheid. Je kunt zeggen dat ik dingen kapot maak, maar als je me dat kwalijk neemt betekent dat dat je het leven niet begrepen hebt. We hebben lang gedacht dat we nog bestonden; jij en ik; net als frisse lucht.

Ik zei dat ik niet meer wilde en jij zei gelaten: 'Oké. Als jij denkt dat er andere kansen zijn, moet je die grijpen.'

'Het gaat me niet om andere kansen', zei ik. 'Het gaat me om mezelf.'

'Dat is een ziekte van de tijd', zei je. En je zei ook nog: 'Je vergist je en daar kom je nog wel achter. Tijd is tijd. Die moet je sowieso doorkomen. Alleen of samen: tijd blijft tijd.'

Dat is niet waar. Jij weet net zo goed als ik dat sommige tijd al op is. Vierendertig jaren: weg. Want vierendertig jaar geleden is het begonnen. Eerst was ik er niet en toen was ik er wel, net als iedereen hier.

Ik wandelde en ging op een bank aan het water zitten en ik geef toe: natuurlijk dacht ik aan je. Ja, we hadden uniek kunnen zijn. Door dapper te zijn; misschien is dat de eerste stap. De koude lucht prikte in mijn ogen. Frisse lucht. Een winterlucht. Het kon me weinig schelen of die fris was of koud. Ik ademde zo diep mogelijk in. Ik was alleen, maar jij was er ook, en ik wil dat je dat weet.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden