Natuurgebied de Westerschelde wordt bedreigd

We zitten op de graskade bij de jachthaven van Paal en kijken uit over de rietmoerassen van het Verdronken Land van Saeftinghe, dicht bij de monding van de Schelde. In het zuidoosten steken de koeltorens van de kerncentrale van Doel, net over de grens met België, nauwelijks af tegen de heiige verte.

Een graspieper vliegt met schokkerige vleugelslagen vlakbij op uit het gras. In schommelende vlucht wiekt een bruine kiekendief laag over de rietpluimen. Bruine kiekendieven, elders in ons land alleen broedvogel, overwinteren hier ook.

Voortdurend klinkt het fluiten van smienten, maar we zien ze niet. Het riet onttrekt de eenden aan het gezicht. Dan ontdekken we een troepje grauwe ganzen, nog geen honderd meter ver. Waakzaam kijken ze in onze richting, maar ze tonen geen neiging tot vluchten. Hoe langer we kijken, hoe meer we er zien tussen het dorbruine riet. Het kunnen er duizenden zijn. Saeftinghe is het belangrijkste overwinteringsgebied voor de grauwe gans van West-Europa.

“Regelmatig zit hier twintig procent van de hele populatie, zo'n 35.000 ganzen. Er overwinteren hier ook nog eens gemiddeld 20.000 smienten en 10.000 pijlstaarten”, zegt Hans Peeters van Vogelbescherming, met wie ik op pad ben.

Tellen is onmogelijk, zolang de vogels tussen het riet blijven. Dat kan alleen als ze allemaal opvliegen. Een paartje pijlstaarten is bezig in een plasje. De woerd is een Japanse prent: slank en lichtgrijs, met zwarte puntveren op de rug, de zwarte staart uitgetrokken tot een lange spits, het wit van de hals in een dunne lijn doorlopend op de chocoladebruine kop.

INTERNATIONAAL

Hans: “Er zijn hier om en nabij de tweehonderd vogelsoorten waargenomen. Volgens de laatste tellingen komen in het Westerschelde-estuarium vijftien vogelsoorten voor in in-ternationaal belangrijke aantallen.” En hij somt ze op: grauwe gans, smient, pijl-staart, bergeend, lepelaar, bonte, kanoet- en drieteenstrandloper, kluut, scholekster, wulp, zilverplevier, bontbekplevier, tureluur en rosse grutto. Het Verdronken Land van Saeftinghe herbergt bo-vendien zeldzame broedvogels zoals waaierstaartrietzanger en grauwe gors.

De Westerschelde is na Waddenzee en Oosterschelde het derde belangrijke wetland van Nederland. Vogelbescherming en het Wereldnatuurfonds vragen dit jaar speciale aandacht voor de wetlands, waterrijke gebieden die onmisbare vluchtheuvels zijn voor trekvogels, van levensbelang op hun weg naar het zuiden en terug. Bovendien broeden juist in wetlands tal van wereldwijd schaars geworden vogelsoorten.

ZEEARM

Juist wetlands staan bloot aan voortdurende bedreiging. De Westerschelde is helaas geen uitzondering. De laatste helemaal open gebleven zeearm van het Deltagebied is altijd als natuurgebied onderschat, waarschijnlijk omdat het een drukke vaarweg is. Tweemaal per dag vallen bij eb slikken en zandbanken droog en vullen bij vloed de kreken van de schorren zich met zeewater. Het Verdronken Land van Saeftinghe is met 3500 hectaren het grootste en meest gevarieerde brakwaterschorrengebied van Noordwest-Europa.

De bijzondere natuurwaarden van de Westerschelde staan al lange tijd onder druk. Ongeveer 10.000 hectaren schorren, slik en ondiep water zijn al in de vorige eeuw ingepolderd en zelfs in de laatste decennia zijn nog enige duizenden hectaren waardevol biotoop door inpoldering en aanleg van industrieterreinen verloren gegaan. Er zijn nauwelijks nog zoute schorren over.

DIEPERE VAARGEUL

Het Baalhoekkanaal, dat dwars door Saeftinghe zou worden gegraven, is van de baan. Twintig jaar lang hing de mogelijke aanleg daarvan als het zwaard van Damocles boven de schorren. Maar even ernstig is een verdrag dat Nederland en Vlaanderen in 1995 sloten voor verruiming en verdieping van de vaargeul in de Westerschelde. Daarbij zal waarschijnlijk tien procent van Saeftinghe verloren gaan, naar schatting 200 à 500 hectaren. Het ergst is het verlies aan ondiep water en slikken, zo belangrijk voor vogels als foerageerplaats en voor vis en garnalen als kraamkamer. Het verschil tussen laag- en hoogwater, nu gemiddeld zes meter, zal waarschijnlijk oplopen tot 7,50 meter. Hoeveel precies kan niemand voorspellen. Slikken en schorren zullen verzanden en daardoor hun bijzondere eigenschappen verliezen of door oeverafslag verdwijnen.

LANDBOUWBELANGEN

Bijna alle tien natuurontwikkelingsprojecten, die ter compensatie van dit verlies aan natuurwaarden worden voorgesteld, liggen binnendijks en compenseren het verlies van ondiep water, slikken en schorren niet. De compensatiemaatregelen houden alleen rekening met landbouwbelangen. Prognoses van Rijkswaterstaat en ecologische criteria zijn volledig opzijgeschoven omdat passende compensatiemaatregelen zoals het landinwaarts verplaatsen van dijken op bestuurlijke en pu-blieke weerstand stuiten. Vogelbescherming, de Stichting Natuur en Milieu, de Stichting Het Zeeuwse Landschap, Natuurmonumenten en de Zeeuwse Milieufederatie, die een bezwaarschrift indienden bij minister Jorritsma, weten zich gesteund door de Europese Commissie, die eind vorig jaar de Nederlandse regering in gebreke stelde, omdat de voorgenomen maatregelen voor natuurherstel in de Westerschelde on-voldoende zijn.

VERDWIJNENDE POLDER

Een dijk scheidt de Hertogin Hedwigepolder van het Verdronken Land van Saeftinghe. Volgens de compensatieplannen zal deze polder aan de zee worden prijsgegeven en dan weer schorrengebied worden. 'Het Verdronken Land van Jorritsma', zoals Esther Hageman het twee jaar geleden al op deze pagina noemde. Hans: “Dat is geen compensatie voor wat aan milieus verloren gaat, want schor is er genoeg. Het gaat om ondiep water en slikken. Dit wordt alleen maar meer van hetzelfde.”

De polder gaat verloren met alles wat ze nu nog heeft: fraaie lange lanen met hoge bomen, langgerekte percelen met struweel, riet en populieren, die de graspercelen en akkers scheiden, oude bosjes en plasjes. Een torenvalk hangt in de lucht te bidden. Een enkele buizerd wiekt weg van de weidepaal waarop hij zat. Een grote troep kauwen, hout- en holenduiven zoekt voedsel op een zwarte akker. Op een weiland verderop staan waakzaam de halzen gestrekt vijftien kolganzen, die we eerder al over het Verdronken Land zagen vliegen.

DOEL GEDOEMD

Het dorp Doel ligt net over de grens. Daar word je ook niet vrolijk van. In de schaduw van de kerncentrale heerst een sfeer van doem. Doel moet verdwijnen, maar de inwoners hoorden tot de dag van vandaag officieel nog niets en van een tijdplanning is niets bekend.

Het water bij de kerncentrale bevriest nooit. Hier stroomt het koelwater de Schelde in. Het oostelijke deel van de zeearm behoort tot de meest vervuilde gebieden van Nederland. Vooral zware metalen en organische verbindingen zoals PCB's en PAK's worden door de Belgische en de Nederlandse industrie geloosd. Mosselen bevatten zeven maal zoveel cadmium als in de Oosterschelde. De sterk verontreinigde baggerspecie die bij verdieping vrijkomt, moet elders aan de Westerschelde gestort worden. Natuurbeschermers maken zich geen illusies.

In het vallende duister kijken we bij de kerncentrale naar twee krakeenden en een troep grauwe ganzen op het blinkende water.

NATUUR DEZE WEEK

Het is lente, al is het nog lang geen 21 maart. Elke dag valt er iets nieuws te melden. De knoppen zwellen en struiken en heesters schieten snel in blad. De knoppen van haagbeuk en krentenboompje schuiven, meidoorns en sneeuwbessen zijn al gehuld in pril groen. Overal bloeien klein hoefblad, gele, witte en paarse krokussen, gele narcissen en op zonnige, beschutte plekken de blauwe sterhyacintjes. De gele kornoelje zit vol bloemenkluwentjes en in mijn buurt bloeien in tuinen op het zuiden de forsythia's (Nederlandse naam: Chinese klokjes). ù Vroegelingetjes vond je vroeger hoofdzakelijk op duinhellingen, nu ook massaal onder straatbomen. Twee weken geleden bloeiden de eerste plantjes met veel witte priegelbloempjes, tegelijk met een andere kruisbloemige, de kleine veldkers. ù De houtduiven koeren druk en maken baltsvluchten, waarbij ze schuin omhoog vliegen en met bol gehouden vleugels naar beneden zeilen. Het houtduivenpaar zit in de klimop in de watercypres voor ons huis op twee eieren. ù Torenvalken baltsen bij een mogelijke nestplek, meestal een oud kraaiennest of een speciaal voor hen opgehangen valkenkist. ù In de polders komt het weidevogelleven op gang. Scholeksters en kieviten zijn terug en deze week hoorde ik hoog boven de polder de eerste kwinkelerende veldleeuwerik van het jaar. Het wachten is nog op grutto en tureluur. ù Met veel geplas van water en felle trappen en snavelhouwen bevechten de meerkoeten onderling een plek voor hun nest in de dicht bevolkte gemeentevijvers. ù In bossen en parken zingen de vinken. Het duurt meestal even voordat de mannetjes de echte vinkenslag weer onder de knie hebben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden