Natuurboerbestaat wel degelijk

Agrarisch natuurbeheer blijkt een fiasco. Boeren kregen subsidie terwijl zij ook met de gifspuit rondreden. Er komt een nieuwe regeling. Project 'Boeren voor natuur' toont hoe het ook kan.

De natuurboer in het oosten
Erve Loninkwoner op landgoed Twickel is te bereiken via een zandpad dat langs een houtwal en over een verhoogde es uiteindelijk naar de schapenboerderij van Marwin Hofstede leidt. In het dal meandert de beek, terwijl op de akker een mengsel van gerst en veldbonen opkomt.

Hier lijkt de tijd te hebben stilgestaan, maar niets is minder waar. Marwin Hofstede is juist een boer van de toekomst. Afgelopen vijf jaar heeft een bedrijf opgebouwd met een 'gesloten kringloop'. Hij verbouwt op zijn veertig hectare landbouwgrond gewassen waarmee hij zijn tweehonderd schapen voedt, en met de mest verrijkt hij het land weer. Hij gebruikt geen kunstmest, geen insecticiden.

Dit was de korte versie van de werkwijze van Hofstede. In werkelijkheid heeft hij op zijn gepachte land een uitgekiend systeem van 'Boeren voor natuur' uitgezet. De Hagmolenbeek bijvoorbeeld was vroeger een afvoerkanaal, die door het Waterschap weer in zijn oude kronkelende bedding is teruggebracht. "Die beek treedt bij veel regen buiten zijn oever, zodat er slib op oevers wordt afgezet", zegt Hofstede. Op die manier kan er door de voeding uit het water een moerashooiland ontstaan, het maaisel kan weer dienst doet als hooi voor de pot-stal." Is de stal weer uitgemest, dan bewaart Hofstede dit mengsel buiten in de regen. Het uitspoelwater vangt hij op en dat gaat in de zomer weer op het land, als dit snel door de gewassen wordt opgenomen. De mest gaat in het voorjaar op de akkers.

Die akkers van Hofstede bestaan voor een groot deel uit gras. Niet één soort fluoriserend Engels raaigras, maar uit een variëteit met klaver en boterbloemen en soms wat zuring. Dan heeft hij nog 1,5 hectare aan maïs en de 4,5 hectare gerst en veldbonen die stikstof uit de lucht halen en de kringloop zo verrijken. In de winter dient dit gewas als krachtvoer. Het menu voor de schapen staat als het ware op ontluiken in deze tijd van zon en regen.

Kenmerkend voor de werkwijze van Hofstede is dat hij zijn land niet kan 'sturen' met kunstmest. Hij moet het doen met de bestaande samenstelling van zijn grond, die slechts wordt gevoed met het slib uit de beek en de mest uit eigen stal. "Langzamerhand weet ik waar de vruchtbare stukken zich bevinden, waar de stroken liggen die moeten worden verrijkt, maar ik heb ook delen gewoonweg moeten opgeven. Daar heeft het fluitekruid het nu overgenomen."

De bedenker
Bij het horen van die onderverdeling in soorten akkers moet bioloog Anton Stortelder even glimlachen. Hij maakt zich al dertig jaar hard voor natuurproducerende boeren en schreef in 2001 de nota 'Boeren voor natuur' waarin voor het eerst de spelregels voor het 'natuurgerichte bedrijf' werden opgetekend. "Wat Hofstede beschrijft, is een schoolvoorbeeld van mozaïekbeheer. De akkers bestaan daarin niet langer uit grote lakens met één soort productiegras, maar uit een natuurlijke verdeling waarin de grond en de eigen mest de vruchtbaarheid bepalen. Die variëteit en het ontbreken van gif en kunstmest levert op den duur een grote biodiversiteit op. De hogere grondwaterstanden zorgen voor een veel betere aansluiting bij de omringende natuur."

Het is deze vorm van agrarisch natuurbeheer waarop Nederland zit te wachten, bleek een aantal weken geleden uit een rapport van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli). De afgelopen tien jaar is een miljard euro verspild aan subsidie aan boeren die akkerranden met wilde bloemen aanlegden, maar er tegelijkertijd met de gifspuit langsreden. Maar juist voor boeren als Hofstede, met een gesloten kringloop, zonder kunstmest en gif, is een belangrijke rol weggelegd. Zij kunnen een buffer zijn tussen natuurgebieden en intensieve landbouw, en ook reservaten aan elkaar verbinden. In die rol is subsidie wel op zijn plaats, aldus de Raad.

Stortelder ontwikkelde zijn concept 'Boeren voor natuur' toen hij zag wat voor een impact met name de tuinbouw op de natuur had. Hij zag ook dat de grote natuurorganisaties grond aankochten en beheerden, die goedkoper en net zo goed door boeren onderhouden konden worden. "Dat tuinieren van de natuurclubs leidde tot een te harde scheiding tussen landbouw en natuur, waardoor landbouwgif naar natuurgebieden uitvloeide. Ik stelde dat juist een tussenschakel nodig was", net als de Rli nu in haar rapport herhaalt.

Na een lange tocht langs belangstellende agrariërs begon Stortelder met twee boeren een proef. Inmiddels doen vier bedrijven mee. De harde eis is dat de ondernemers tien procent van hun land niet in productie nemen, dat er geen aanvoer van mineralen plaatsvindt en geen uitvoer van mest, en dat zij hun waterhuishouding aanpassen. Dat komt neer op een vernatting van het gebied.

In ruil voor de gederfde inkomsten ontvangen de deelnemende boeren een langdurige vergoeding van regionale partijen die baat hebben bij dit natuurvriendelijke beheer. In het geval van Erve Loninkwoner heeft het Waterschap geld in een financieringsfonds gestopt omdat Hofstede bijdraagt aan de natuurdoelen van de Kaderrichtlijn Water. Provincie en omliggende gemeenten hebben gestort omdat de kwaliteit van het buitengebied wordt verbeterd. De helft van Hofstedes inkomen bestaat nu uit zulke vergoedingen, "dat mag ook wel, want ik kan op deze manier maar 200 in plaats van 600 schapen houden." De andere helft verdient hij met de verkoop van jaarlijks 400 lammeren die afgemest naar de slachterij gaan.

De natuurboer in het westen
Dat het concept 'Boeren voor natuur' niet alleen succesvol is in groene gebieden waar nog een coulissen-landschap bestaat, bewijst tweehonderd kilometer verder de boerderij van Jan Duijndam in de Bieslandse polder, zo'n beetje achter de Ikea bij Delft. Hij heeft een melkveebedrijf met 150 koeien, 160 hectares land en een eigen slagerij die een derde van de omzet vormt. Die is belangrijk. "De vergoedingen dekken de onkosten die ik maak en compenseren die milieuschadelijke activiteiten die ik nalaat. Maar juist omdat ik natuurboer ben, is mijn vlees erg gewild. Daar kan ik twintig procent meer voor vragen dan vijf jaar geleden. Daar maak ik mijn winst mee. Sommigen klanten vragen niet eens meer naar de prijs, als ze maar streekvlees krijgen."Ook Duijndam werkt met een gesloten kringloop, alhoewel: dat is niet helemaal waar. Vanwege de geïsoleerde ligging van zijn bedrijf heeft hij toestemming mest voor voer te ruilen met een boer in de Hoekse Waard. Maar voor al het overige voldoet hij precies aan de richtlijn. Hij legde natuurvriendelijk oevers aan, haalde al het Heras-hekwerk weg en verving dit door sloten, en doet met passie aan weidevogelbeheer. In het voorjaar is de waterstand hier een stuk hoger dan voorheen. Hij heeft tegen de trend in een groot aantal grutto's en zelfs jonge kluutjes op zijn land, en maait weer met de natuur mee. "Als er gebroed wordt, wachten we gewoon nog even." Half Delft fietst in het voorjaar langs om Duijndams weidevogels te bekijken.

Stortelder vraagt of iemand even een foto kan maken van zijn schoenen in het gras. Om te laten zien hoe kort dat nog is, dit voorjaar. Dat komt door minder mest en de hoge waterstand. "In de hooilanden van Duijndam is een grote variëteit aan grassen ontstaan. De meeste boeren hebben al in april hun eerste snee gras geoogst, maar in dit land is juli nog de hooimaand, precies zoals dat ooit was. En dat is heel goed voor de weidevogels, dat blijkt wel."

De wetenschapper
Toch is het heel moeilijk vast te stellen wat het effect is van deze vorm van agrarisch natuurbeheer op de soortenrijkdom in een gebied, zegt Judith Westerink van onderzoeksinstituut Alterra. Zij volgt de proef met Duijndam en Hofstede en publiceert na de zomer haar bevindingen. "Het is nog te vroeg om uitspraken te doen over de biodiversiteit." Wel is de verwachting dat als er gedurende lange tijd aan mozaïekbeheer wordt gedaan, de natuur daarop reageert. "Het project 'Boeren voor natuur' belast het milieu minder door het verbod op kunstmest en gif, en het tekort aan mest. De deelnemers beschermen zo de omliggende natuurgebieden, zorgen voor verbindingen tussen reservaten, kennen een relatief hoog grondwaterpeil waardoor verdroging uitblijft, en de deelnemers houden allerlei landschapselementen als houtwallen, sloten en hagen in stand. Allemaal goed voor de natuur, en voor de mens die daarin recreëert."

Duijndam benadrukt dat deze vorm van natuurboeren niet alleen goed is voor het landschap, maar ook voor de agrariër. "De regeling agrarisch natuurbeheer zoals we die nu tien jaar kennen, is zes jaar aardig geweest om er aan te snuffelen, maar daarna hadden keuzes gemaakt moeten worden. De agrarische sector heeft dat niet gedaan. Door het project 'Boeren voor natuur' heb ik mij van voedselproducent naar ondernemer kunnen ontwikkelen. Voor het arbeidsintensieve werk heb ik de 'hulpboeren' bedacht: goedkope arbeidskrachten uit een re-integratieproject. Dat mes snijdt aan twee kanten. De picknicktafels langs mijn land worden gesponsord door het bedrijfsleven, de heggen gevlochten door vrijwilligers, zodat ik mij ook gesteund weet door de bevolking. En dat is de Nederlandse boer vergeten: dat hij met natuur als partner kan ondernémen."

Half Delft fietst nu in het voorjaar langs om Duijndams broedende weidevogels te bekijken

Schapenboer Marwin Hofstede heeft op zijn land een uitgekiend systeem van 'Boeren voor natuur' uitgezet.

Verder lezen over 'Boeren voor natuur'

Meer gegevens over het project 'Boeren voor natuur', een beschrijving van de projecten en de voorwaarden waaraan deelnemers moeten voldoen, zijn te vinden op www.boerenvoornatuur.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden