Natuurbescherming / Geldgebrek doet dieren de das om

Het demissionaire kabinet-Balkenende heeft de geldkraan voor het kopen van grond voor natuur dichtgedraaid. Dat betekent dat meer dan de helft van de diersoorten die (sterk) worden bedreigd, het risico lopen verder achteruit te gaan en zelfs uit te sterven.

door Hans Schmit

DEN HAAG - De zilveren maan, een dagvlinder, leeft in vochtige graslanden waar de voedselplant voor de rupsen, het moerasviooltje, groeit. De zilveren maan is honkvast: de vlinder is weinig mobiel en vliegt doorgaans minder dan vijfhonderd meter.

Omdat de populaties klein van omvang zijn, zijn ze kwetsbaar voor toevallige gebeurtenissen. Bovendien worden ze bedreigd door een overdaad aan voedingsstoffen en ontwatering. Voor hun voortbestaan is het daarom van belang dat zij naar nieuwe, geschikte plaatsen kunnen vliegen waardoor de populaties groter kunnen worden en daardoor meer kans op overleven hebben.

Helaas zit dit er voor de zilveren maan niet in. Want er is geen geld om natuur aan te kopen -althans, de politieke bereidheid om het in het verleden toegezegde beleid te blijven uitvoeren, ontbreekt in het huidige kabinet. Minder aankopen betekent vertraging van de realisering van de ecologische hoofdstructuur -het samenhangend netwerk van natuurgebieden dat over vijftien tot twintig jaar zo'n 750000 hectare moet beslaan.

Vertraging betekent onder meer dat de huidige versnippering van natuurgebieden (de belangrijkste oorzaak van de achteruitgang van de kwaliteit van de natuur) minder voortvarend kan worden aangepakt. Volgens het Wageningse onderzoeksinstituut Alterra worden in het bijzonder soorten die niet in staat zijn grote afstanden te overbruggen hiervan de dupe. Maar ook van soorten die afhankelijk zijn van grote, aaneengesloten natuurgebieden (zoals otters en bevers) kan het duurzaam voortbestaan in het geding komen.

Uit onderzoek van Alterra blijkt dat meer dan de helft van de diersoorten die (sterk) bedreigd worden, door de vertraging van het beleid een relatief hoog risico lopen. Het gaat om zes soorten zoogdieren, 49 soorten broedvogels, tien soorten zoetwatervissen, drie soorten reptielen, negen soorten amfibieën en twintig soorten dagvlinders.

Het kabinet wil als alternatief voor de vertraging van de ecologische hoofdstructuur (EHS) meer agrariërs inschakelen bij en belonen voor natuurvriendelijke activiteiten. Dat betekent dat het streven naar een bepaald type natuur (er zijn 27 verschillende typen natuur die in de EHS een plaats moeten krijgen) in sterkere mate moet worden gecombineerd met landbouwkundig gebruik.

In een aantal gevallen kan dat, zegt Alterra, maar in een aantal gevallen kan dat nu juist niet. Er zijn typen natuur die niet zijn te verenigen met landbouwkundig gebruik, zoals laagveengebieden, graslandreservaten en gebieden met kwel en bronnen. Daar leidt de combinatie met landbouw tot extra risico's voor een kwart van de bedreigde en sterk bedreigde hogere planten en voor een derde van libellen, sprinkhanen, landkevers en andere lagere dieren. Het gaat dan bijvoorbeeld om blauwgraslanden met soorten als drijvende waterweegbree, groene glazenmaker en gestreepte waterroofkever.

Alterra heeft het onderzoek uitgevoerd voor de Raad voor het landelijk gebied (een adviesorgaan voor het kabinet en de Staten-Generaal) die recent heeft geadviseerd de toegezegde middelen ter beschikking te blijven stellen om de EHS onverkort te kunnen realiseren. Volgens de raad kan Nederland de internationale verplichtingen voor het veiligstellen van soorten en leefmilieu's niet meer nakomen. Ook de doelstelling om de biologische verscheidenheid te bereiken zoals die in 1982 in Nederland aanwezig was, wordt onbereikbaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden