’Natuurbehóud? We moeten verder!’

(FOTO ANP)

Johan van de Gronden, algemeen directeur van het Wereld Natuur Fonds Nederland, vindt dat ons land afmoet van het mozaïek aan natuurgebiedjes. Concentreer je op drie zeer grote reservaten waarin duin, delta en bos de hoofdrol spelen, houdt hij de Tweede Kamer vandaag voor. Hieronder aan de hand van zes punten zijn plan voor een Nieuwe Natuur.

I Beëindig de polarisatie

„Stel, ik was een half jaar op reis geweest en ik kwam terug in Nederland: dan zou ik me afvragen wat hier in hemelsnaam was gebeurd. Waarom is iedereen plotseling zo negatief over het natuurbeheer? Als ik de reacties in Trouw lees op de vraag van Wilma Kieskamp over de waardering van natuur, dan zie ik venijnige sentimenten. Hetzelfde geldt voor de opmerkingen die op de website worden gemaakt na het interview met Jan-Jaap de Graeff, de directeur van Natuurmonumenten, in Trouw waarin hij probeert uit te leggen waarom zo veel van zijn leden opzeggen. Ik ben geschrokken van die sfeer.

Ik ken de verklaringen. De grote organisaties hebben de afgelopen jaren de natuur misschien te technisch benaderd, en gebruiken jargon waarvan burgers niet warm worden. In een ’biotoop’ ga je niet wandelen, laat staan dat je gaat fietsen door een Ecologische Hoofdstructuur. De beherende organisaties kunnen de hand deels ook in eigen boezem steken. Zij hebben misschien te veel gehamerd op de intrinsieke waarde van de natuur. Maar het grote publiek maakt zich niet zo druk om de Noordse woelmuis of de witsnuit-libelle. Ik denk dat de aandacht te veel is uitgegaan naar instandhouding en te weinig naar herstel van natuurlijke dynamiek. De internationale Habitatrichtlijnen voor soorten zijn daardoor in ons land we l heel calvinistisch uitgevoerd. Extreme bescherming van doelsoorten als de rugstreeppad, waarvan een enkel exemplaar een heel bouwproject kan stilleggen... dat gaat mensen gewoon te ver. En dat kan ik me voorstellen.

Burgers gaan voor de ’nuts-beleving’: ze willen wandelen en fietsen, of in een kano of een open autootje van het landschap genieten. En als het kan: mooi wonen in een voor het water veilig gebied. Samengevat hebben Nederlanders het gevoel dat ze qua natuur geen waar voor hun geld te krijgen. Daarmee zit het natuurbeleid op een dood spoor, ben ik bang.

Daar heeft dit kabinet een neus voor, lijkt het. Staatssecretaris Henk Bleker legt de vinger op de zere plek: op een beleid dat op z’n einde loopt. Maar hij draagt de verkeerde oplossing aan. Hij speelt consequent de CDA-kaart: boer. In de beeldvorming die hij creëert kunnen boeren hun bedrijf nauwelijks uitvoeren doordat de natuur hen als het ware in de weg zit. Dus niet langer agrarisch gebied inruilen voor natuur, maar andersom: laat boeren voortaan de natuur beheren.

De werkelijkheid is anders. In Nederland heeft zeventig procent van het oppervlak een agrarische bestemming. In de overige 30 procent moeten we wonen, werken en recreëren, inclusief natuurbeleving. Wat ik maar wil zeggen: de boeren hebben wat toebedeling van land betreft niets te klagen. Om nog een misverstand uit de weg te ruimen: landbouw gaat níet samen met natuurbeheer, op een enkele uitzondering in het weidevogelbeheer na. We zijn juist 85 procent van de biodiversiteit kwijtgeraakt door de intensieve landbouw. Daarmee staat Nederland er Europees gezien belabberd voor wat betreft natuurwaarde. We doen het nauwelijks beter dan Malta. Slechts 8 procent van de Europees beschermde Natura 2000-gebieden in Nederland heeft voldoende kwaliteit naar internationale maatstaven.

Veel schijnbare tegenstellingen worden aangewakkerd door het populistische klimaat van dit moment, maar hoelang geleden is het dat alle natuurorganisaties samen het boek ’Publiek geheim, het succes van de EHS’ presenteerden, en daarin het succes van de samenwerking met boeren en ondernemers onderstreepten? Amper een jaar. Laten we terugkeren naar die houding en stoppen met de polarisatie.”

II Overheid op afstand

„De natuurbeherende organisaties moeten na het vastlopen van het beleid en met forse bezuinigingen op komst, de kans krijgen zichzelf te hervormen. Henk Bleker jaagt ze op dit moment achterna. Hij dreigt de provincies met een noodwet als ze niet meewerken, en benoemt een commissie die bindende adviezen gaat geven aan Staatsbosbeheer over de grazers in de Oostvaardersplassen. Ik vind de zogenaamde ’bedrijvenbrief’, die minister Verhagen van economische zaken vorige week liet uitgaan, inspirerender. Voor het eerst liet het kabinet de vertaling van een toekomstvisie zien. In deze mindere tijden treedt de overheid terug, schrijft hij. Er is minder geld en daarom komen er minder regels. Bedrijven moeten zelf met innovatieve plannen komen. Zo’n brief zou ik ook graag ontvangen van staatssecretaris Bleker. In zo’n ’Natuur-brief¿ moet dezelfde ruimte worden geboden. En laat de natuurorganisaties dan nog voor de zomer met een eigen gezamenlijk toekomstplan komen.”

III Kies voor slechts drie grote natuurgebieden

„Het Weeld Natuur Fonds concentreert zich vooral op het herstel van de natuurlijke dynamiek in grote gebieden. Vanuit die visie hebben we ons in de jaren ’90 ook bemoeid met het plan Ruimte-voor-de-rivier, waarin het rivierenlandschap veiliger en natuurlijker wordt gemaakt. Daar is als het ware de stoere natuur van Marsman teruggebracht. Dat had veel voordelen, voor zeer uiteenlopende partijen. Het landschap werd door overlopen en waterbergingen veiliger, de natuurwaarde steeg, en er ontstond nieuwe bedrijvigheid. Baksteenfabrieken gebruiken de ontgonnen klei, en recreatie-exploitanten ontvangen duizenden bezoekers die op de natuurlijke uiterwaarden afkomen. Dat succesverhaal kan een voorbeeld zijn voor héél Nederland.

Waarom proberen we in Nederland toch al het kleine te behouden? Alles wordt in het werk gesteld om de biodiversiteit op peil te houden en het liefst te verbeteren. Maar als we goed naar de cijfers kijken blijkt dat Nederland maar 2,5 procent bijdraagt aan de soortenrijkdom op aarde, en dat zijn vooral wormpjes en insecten waaraan je zo voorbij loopt. Zelfs als je deze soorten met veel geld zou kunnen behouden zouden ze het uiteindelijk afleggen tegen de gevolgen van de klimaatverandering. Richt je minder op het behoud van statische populaties, zou ik zeggen, maar meer op grootschalig herstel van natuurlijke dynamiek.

Nederland is een belangrijk internationaal knooppunt, waaraan de natuur als het ware voorbij trekt. Zo verbindt de drieteenstrandloper aan onze kust het leefgebied van de ijsbeer op Groenland met dat van het dwergnijlpaard in Guinee-Bissau. Hij bezoekt ze beide, en rust hier uit. Europees gezien vormt Nederland één grote delta, met moerassen, estuaria, slikken en schorren, wadden en duinen. Absolute ’vlaggeschip-natuur’. In ons land sterft de rivier in de armen van de zee, zeggen ze wel eens. Kijk eens wat die uitstroom van zoet water doet met de organismen in het zout. Dáár gebeurt het volgens de ecologen. De ingrepen van de afgelopen jaren hebben de bever teruggebracht, en de zeearend hebben we niet eens hoeven herintroduceren. Die kwam zo aanvliegen. Dat is nog maar het begin. Zalm in de rivier, de steur terug in de Biesbosch, dolfijnen voor de kust. Het is kan allemaal. Als we er maar voor kiezen.

Ik zou een pleidooi willen houden voor een groot dynamisch delta-park, dat begint bij Lobith, en aan de kust eindigt, in een Haringvliet waarvan de sluizen op een verantwoorde manier worden geopend.. Precies zoals we de Rijnlanden in Europa eerder hebben beloofd, Zo’n deltalandschap heeft een enorm ecologisch en recreatief, en dus economisch potentieel. Hetzelfde geldt voor ons unieke, aaneengeschakelde duinlandschap, van Domburg tot de Wadden, hier en daar doorsneden door een estuarium of slufter.

Naast het blauwe Delta-park en het gele Duinpark, is er ruimte voor een groen Bos-park, al moet ik eerlijk zijn over onze Veluwe: wat betreft de natuurwaarde is het gebied in Europees verband van betrekkelijk geringe betekenis. Maar het is wel prachtig. En het heeft een grotere overnachtingsdichtheid dan heel Zwitserland. Dat moeten we niet verwaarlozen. In samenhang met andere gebieden kan de Veluwe aan natuurwaarde winnen. Denk eens aan een koppeling aan het Duitse Reichswald achter Nijmegen, via de Millingerwaard en de Veluwezoom aan de grote stuifzandgebieden bij Kootwijk, en vennen en heidegronden ten noorden daarvan. Uiteindelijk kan er door een verbinding naar het Veluwer Randmeer een route komen naar de nieuwe natuur in Flevoland met zijn Oostvaardersplassen. Dan bied je kansen aan cyclische natuur waarin het wild weer een echte seizoenstrek kan laten zien. Stel je voor: in Nederland! Met deze ’ruggegraat op land’ krijgen ook roofdieren de kans diep in het gebied door te dringen. Voor alle gebieden geldt overigens dat deze voor de mens toegankelijk moeten zijn. We hebben niets aan natuur die je vanaf een dijk of achter een hek mag bekijken.

Als we kiezen voor deze drie super-gebieden, kunnen we niet tegelijkertijd kiezen voor honderden kleine biotoopjes en reservaatjes, hoe mooi ze ook zijn. Maar die kunnen onder de hoede komen van provincies en particuliere eigenaren en stichtingen, met uiteenlopende financiële constructies en beheersplannen.”

IV Groen beraad kan basis leggen voor nieuwe organisatie van het natuurbeheer in Nederland

„Staatsbosbeheer is in 1899 opgericht als bosbeheerder en Natuurmonumenten in 1905 voor het behoud van arcadische landschappen. Beide organisaties doen op dit moment eigenlijk van alles: ze houden historische gebouwen in stand, verhuren vakantiehuisjes, doen aan houtproductie, beheren kleine gebieden en ’wilde natuur’. Daarnaast doen ze beide zeer gespecialiseerd werk, want er zit natuurlijk zeer veel expertise. Dat gaat uit een oogpunt van bedrijfsvoering moeilijk samen.

Staatsbosbeheer zit op dit moment te zeer onder de knoet van de overheid, waardoor het geen eigen beleid meer kan maken. En het heeft de komende jaren ook zo’n gigantische bezuinigingsopdracht, dat het in deze vorm niet kan overleven. Het is tijd voor een Groen Beraad waarin deze grote clubs zich met al hun expertise buigen over een nieuwe organisatie van het natuurbeheer in Nederland.

Voor de totstandkoming van de drie reservaten is misschien eerst een vrijwillige uitruil van gebieden nodig tussen de ’grote jongens’. Daarnaast behoeft elk gebied een eigen beherende instantie, maatschappelijk verankerd, met de overheid op afstand. Ik neem graag de Britse National Trust als voorbeeld. Dan heb je het bij wijze van spreken over Duin-beheer, Delta-beheer en Bos-beheer. Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer zijn denk ik uitstekend in staat te onderzoeken welke activiteiten en welke expertises bij elkaar horen en hoe zulke nieuwe beheersorganisaties eruit zouden kunnen zien, inclusief een mogelijke verbinding aan de top.”

V Zoek naar een combinatie van private en publieke geldstromen

„Als we natuur groots en uitdagend maken, open voor publiek, met kansen voor ondernemers, trekt diezelfde natuur ook investeerders. Natuurlijk is er rijksgeld nodig, maar dat niet alleen. Donateurs kunnen een belangrijke rol spelen, de provincies kunnen meedoen, maar waarom niet ook het waterleidingbedrijf, pensioenfondsen, energiebedrijven die biomassa uit de bossen willen hebben, en zorginstellingen met plannen voor revalidatiecentra aan de randen van de natuur? De rijksoverheid kan zo bezuinigen, en de natuur krijgt door particuliere financiering een maatschappelijke fundering waardoor deze minder kwetsbaar is voor de grillen van een staatssecretaris.’’

VI Epiloog

„Denk groot.”

Johan van de Gronden: 'De steur terug in de Biesbosch. Het kan. Als we er maar voor kiezen.' (FOTO BRAM PETRAEUS)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden