Natuur naar de kroon gestoken

Stephanus Cousyns (gest. 1709): 'Oost-Indische kers', aquarel uit 1685. (Coll. Bibliotheca Nazionale Centrale Florence)

Ver van de Londense hectiek legt de Britse kroonprins een ecologisch verantwoorde bloementuin aan. Teylers Museum Haarlem toont een keus uit Charles’ bloemenrijk.

Bij het zien van de schat aan schitterende bloemen- en kruidenboeken in Teylers Museum in Haarlem, denk je onwillekeurig dat de opdrachtgevers van al die mooie boeken wel eens gedacht moeten hebben dat ze de natuur in al haar glorie nog eens dunnetjes moesten overdoen en haar zelfs in schoonheid wilden overtreffen.

Bloemenboeken, althans ’bestandscatalogi’ van al wat zich in vorstelijke of adellijke tuinen bevond, waren in het verleden veel meer dan wat een salontafelboek vandaag de dag wil zijn. De eigenaar wilde er duidelijk mee pronken, omdat hij in zijn tuin de mooiste collectie planten van het hele land en misschien wel van heel Europa had. Dat leverde niet alleen prettige gespreksstof op, maar ook jaloerse blikken naar degene die zoveel fraais bezat. En omdat de afbeeldingen van al die planten en bloemen al snel mooier dan in het echt waren, werd de jaloezie nog eens een extra duwtje gegeven.

Het is de vraag of dat ook voor de vorstelijkste tuinman van Groot-Brittannië geldt. Het was niet erg bekend, maar Charles geeft zich de laatste jaren met hart en ziel over aan ecologisch tuinieren. Hij kocht dertig jaar geleden een destijds vervallen landgoed met de naam Highgrove in de omgeving van Bristol. Highgrove is nu ook zijn belangrijkste domicilie. Daar moeten vooral strategische redenen voor zijn geweest: Bristol ligt op 200 honderd kilometer van het Londense hof. Onbekend is of de prins zelf veel doet op Highgrove, hij laat de tuin door een persoonlijk aangestelde tuinman wieden en harken. Dat moet wel milieuvriendelijk gebeuren, dus zonder het uitstrooien van pesticiden en andere chemische rommel. En de tuinman mag op zoek naar verdwenen planten om die opnieuw op te kweken.

Deze tuinman heeft er een paradijsje van gemaakt, waarop de prins zo trots is dat hij besloot om een keur van kunstenaars aan te trekken. Die werden allemaal gevraagd om een bijzondere bloem of plant in hun schetsboek uit te beelden. Alle aquarellen – er werden zo’n 70 kunstenraars uitgenodigd onder wie de enige Nederlandse, de botanische tekenaar Anita Walsmit Sachs – zijn opgenomen in wat een schitterend bloemenalbum moet zijn, het Highgrove Florilegium. Alle reproducties staan ook afgebeeld in een bloemenboek, dat in druk wordt uitgebracht. Gezien de prijs van 10.950 pond (euro11.425 euro) zal dit florilegium ver buiten bereik van de gemiddelde tuinliefhebber te liggen. Je zou denken, maak er dan een populaire uitgave op paperback formaat van, maar wel met goede illustraties voor een redelijke prijs en stel de opbrengst beschikbaar voor een stichting die zich inzet voor de conservering van landgoederen, kastelen en buitens met een bijzondere tuin. Maar nee, Charles stuurt het positieve saldo van zijn bloemenboek door naar The Prince’s Charities Foundation, ook een persoonlijk initiatief.

Desalniettemin, Teyler maakt er een fonkelende show van. Botanische tekenkunst ligt op het grensvlak van twee activiteiten waarin het Haarlemse museum zich zo onderscheidt: wetenschap enerzijds en kunst aan de andere kunst. Botanische tekenaars houden zich als kunstenaars met de wetenschap bezig (namelijk de biologie) in een poging om al die mooie planten en bloemen er zo goed, dat wil zeggen wetenschappelijk te laten uitzien.

Ook in het Highgrove Florilegium is de flora op zijn mooist. Hier heersen niet de seizoenen. De bloemen worden soms nog wel in de knop getoond, maar de meeste staan wijd open. En verbruind of afgestorven blad is nergens te zien. Ook krijg je als kijker geen context te zien: de achtergrond van vrijwel alle bladen in het boek van Highgrove is neutraal wit. Dat maakt ze steriel. Vergeefs verlang je naar een schalks kijkend kikkertje, een dralend opvliegend schoenlappertje of een zoemende bij die stuifmeelkorrels ophaalt.

Om het Britse bloemenboek toch een allurevol kader te verschaffen, heeft Teyler een aantal historische bloem- en kruidboeken uitgestald. Niet dat ze moeten concurreren met het Highgrove Florilegium, want dat krijgt naar de kwantiteit gezien veel meer aandacht. Maar het doet goed dat dit soort boeken ook in de Nederlanden is gemaakt, met als onverbiddelijke topper de Hortus Regius Honselaerdicensis. Die dateert uit het laatste kwart van de 17de eeuw en ontstond op basis van een opdracht van stadhouder Willem III aan Stephan Cousyns. Willem III kwam namelijk in bezit van de plantencollectie van Caspar Fagel die werd uitgezet in de tuin van het kasteel Honselaarsdijk. De Hortus Regius Honselaerdicensis is overigens maar een eeuw of wat in bezit van de Oranjes gebleven. Al in 1824 werd het boek naar Frankrijk verkocht en het is uiteindelijk in een bibliotheek in het Italiaanse Florence terechtgekomen.

Teyler heeft de tentoonstelling als een briljant aangelegde tuin ingericht, de kijker in de waan brengend dat er bijna overal realistische bloemen en planten zijn te zien. Noem het een trompe l’oeil effect, maar het blijft fantastisch om bijvoorbeeld de elegante rozen van Pierre-Joseph Redouté in een zodanige sfeer te zien dat je automatisch het aroma van deze bloemen in je neus krijgt. Jammer is wel, dat de bijbehorende makers buiten schot blijven. Van Redouté, van Cousijns en ook de Nederlandse Walsum Sachs wil je na afloop van je dwaaltocht langs al die tuinen graag meer zien. En wat te denken van Kew Gardens die net als Malmaison bij Parijs, Schönbrunn bij Wenen en Eichstütt in Beieren een eigen afdeling krijgen.

Op grond van de bijzondere planten in Kew, nabij Londen, gaf koning George III aan de Oostenrijkse schilder Franz Andreas Bauer de opdracht om verschillende albums samen te stellen. Maar in de Hortus van Kew wacht de bezoeker sinds een eeuw ook een bijzonder paviljoen waar de botanische tekeningen van Marianne North hangen. Deze vrouw struinde in het Victoriaanse tijdperk alleen gewapend met schetsboek en potloden de jungle van de vroegere Britse koloniën af, zoals Maria Sybilla Merian dat ook had gedaan in Suriname. Van North ontbreekt op de expositie echter elk spoor. Haar bloemen staan dan ook niet in een vorstelijk bloemenboek. Een tekort aan koninklijke grandeur?

Pierre-Joseph Redouté: 'Rosa gallica flore giganteo' (Coll. Bibl. Wageningen)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden