Natuur in stand houden is een taak voor de overheid

Wie in de natuur 'benutten en beleven' de ruimte geeft, eindigt met meer mountainbikeroutes, pannekoekenrestaurants en campings.

Vermarkten en uitbaten lijkt het devies te worden in het natuurbeleid. Maar daarmee zeg je eigenlijk dat natuur slechts waard is beschermd te worden als het winstgevend is, of gemaakt kan worden. Dat gaat onherroepelijk ten koste van kwetsbare natuur waaraan weinig te beleven of te verdienen valt.

Niet economische, maar ethische overwegingen horen in natuurbeleid en natuurbeheer het primaat te hebben. We hebben eenvoudigweg de morele plicht om soorten en leefgebieden in stand te houden of te herstellen; dat is een overheidstaak die met belastinggeld gefinancierd moet worden. Maar de weg wordt vrijgemaakt voor beleving en benutting van natuur, een fatale tandem.

Met het aantreden van staatssecretaris Bleker heeft de natuur in Nederland een forse stap terug moeten doen. Bleker bezuinigt 70 procent op natuurbeleid, verkleint de Ecologische Hoofdstructuur, schrapt ecologische verbindingen en ontneemt tientallen natuurgebieden en soorten hun beschermde status. Alsof dat nog niet genoeg is, geeft hij de natuurorganisaties nog een flinke trap na - zij hebben 'half werk' verricht en het wordt tijd dat boeren en particulieren het roer overnemen. Weg met de 'elitenatuur' (zeggekorfslakken en zandhagedissen); leve de boerennatuur (met een paar stevige koeien in de wei).

'Volksfilosoof' Bas Haring schoot Bleker te hulp met zijn boekje 'Plastic Panda's'. 'Laat die dieren toch uitsterven' stelde hij in Filosofie Magazine van januari. Al dat levende 'spul' wordt ons meer en meer tot last omdat het een boel ruimte inneemt. Ook als de helft van alle soorten uitsterft, is dat geen ramp, aldus zijn 'optimistische boek', we krijgen er namelijk iets voor terug: gras tussen de stoeptegels en plastic speelgoedpanda's. Persoonlijke beleving is in Harings verhaal het sleutelwoord: "Wat voor mij telt, uiteindelijk, is het ervaren van het leven. Wat uiteindelijk, uiteindelijk, uiteindelijk van waarde is, is goed in je vel zitten."

Beleving speelt ook een belangrijke rol in het interview met Maarten Hajer, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving, naar aanleiding de publicatie van Natuurverkenning 2010-2040 (Trouw, 26 januari). Hajer verwijt natuurorganisaties dat ze zich te technocratisch opstellen. Hun terreinen zijn volgens Hajer te ontoegankelijk, gebieden voor ecologen, niet voor gewone mensen. Behalve de aandacht voor beleving is daarbij ook de aandacht voor benutting van natuur op de achtergrond geraakt, aldus Hajer .

Ook Mirjam de Groot komt met het verwijt van ecologische technocratie aan het adres van natuurorganisaties (Podium, 3 februari). De aandacht voor ecologie leidt volgens De Groot tot een zeer eenzijdige benadering van natuurbeheer. Vooral burgers die zich een plek gevoelsmatig hebben toegeëigend, worden door ingrijpende maatregelen 'diep in hun vertrouwen en hart' geraakt.

Enige scepsis ten aanzien van al die nadruk op de beleving van burgers lijkt op zijn plaats. Sociologen hebben opgemerkt dat we momenteel in een 'belevenismaatschappij' leven. Als gevolg van onze honger naar belevenissen is er een economie ontstaan met als kernactiviteit de bevrediging van onze emotionele behoeften, als groep of als individu. In deze economie dreigt natuur te worden gedegradeerd tot natuurbelevenissen en draait het uiteindelijk om het verkopen van verhalen en sferen.

De opkomst van de belevingseconomie opent mogelijkheden om beleving en benutting op elkaar aan te sluiten. Een voorproefje van deze combinatie levert het voorstel van Gerben Smid en Tom Bade om bedrijven, in ruil voor de plicht een gebied te verzorgen, verhandelbare rechten te verlenen om dat gebied economisch uit te baten (Trouw, maandag). Daarbij draait het vooral om de economische baten van natuurlijke systemen, de 'ecosysteemdiensten'.

Dat lijkt een gouden greep: twee vliegen in één klap - niet langer aan het subsidie-infuus en nog een florerende natuur op de koop toe. Maar zoals wel vaker het geval is, berust het win-windenken vooral op wishful thinking. Een dergelijke vermarkting van natuur is allerminst een panacee voor alle kwalen waarmee het natuurbeheer te kampen heeft. Het komt neer op nog meer mountainbikeroutes, brede verharde fietspaden, pannekoekenrestaurants, souvenirzaken, campings en huisjes. Kortom, weg rust en ruimte in een land dat van alle Europese landen toch al de minste natuur heeft.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden