Natuur in een veldlaboratorium

Het ziet eruit alsof iedereen halsoverkop vertrokken is. Waar 's mensenhand vervaagde, heersen bomen, beesten, struiken en schimmels door de proefsluizen en -zoutinstallaties van knappe ingenieurs. Chaos en ordening smelten hier nu moeiteloos ineen.

Geen beter moment voor een bezoek aan het Waterloopbos dan de dagen rondom het begin van het nieuwe jaar als de vergankelijkheid weer even tastbaar is. Want niet alleen lijkt de tijd hier stil te staan, het is ook aangenaam stil. Geen vuurwerkgeluiden of adembenemende kruitdampen hier. Slechts wat miauwende buizerds en een bosuil die wat te vroeg aan het baltsen lijkt te zijn. Boven het water hangt een sliertige mist, de grond geurt naar afbraak en verval en de verlatenheid is groots en meeslepend.

Het Waterloopbos is onderdeel van het veel grotere Voorsterbos in de zuidoost-hoek van de Noordoostpolder. Dat is zo'n bos 'bij gebrek aan beter'. Door een ondoordringbare keileemlaag in de bodem bleek na 1942, na de drooglegging van de voormalige Zuiderzee, dit deel van het nieuwbakken land zo nat dat akkerbouwers er niets hadden te zoeken. Aan hout was grote behoefte en tussen 1941 en 1961 verrees het woud van 1100 ha. Veel ervaring met bos op kalkrijke klei was er niet en om het risico zo klein mogelijk te houden, plantte men een keur aan bomen. Veel naald en populier - die groeien zo lekker recht - maar ook beuk, eik en esdoorn. Alles zoals dat hoort in productiebossen: keurig in het gelid.

Het was de tijd van de vooruitgang en vooral van waterstaatkundige werken. De Zuiderzee kreeg een afsluitdijk, grond werd gewonnen op water. Het was tijdens de Zuiderzeewerken dat het idee voor een veldlaboratorium ontstond. Jo Thijsse, zoon van Jac. P.Thijsse en ingenieur bij de Dienst der Zuiderzeewerken, maakte in Karlsruhe kennis met het verschijnsel van veldlaboratoria voor het doen van waterproeven en korte tijd later verschenen de eerste waterloopmodellen in de kelder van de universiteit in Delft. De proefopstellingen werden groter en talrijker, de kelder knapte uit haar voegen en in 1952 kreeg het Waterloopkundig Laboratorium het Waterloopbos in Flevoland als werkterrein. Een droom voor knappe koppen zonder smet- of watervrees: kliederen met water en modder en er nog geld voor krijgen ook.

Uit binnen- en buitenland stroomden de aanvragen voor onderzoeken binnen en elke vraag resulteerde in een proefopstelling, compleet met sluizen, stuwen, stroomgoten en waterbekkens. De haven van Bayruth, de Libische oliehaven, de Maascentrale, de zeehaven van Bangkok, de IJsselkop en vele andere waterwerken werden nagebouwd en uit-en-te-na getest. In de loop van de jaren verschenen zo op dertig plaatsen modellen waarmee in totaal honderden proeven zijn gedaan. Modellen verschenen maar verdwenen niet. Want als een proefopstelling niet langer nodig was bleef deze gewoon achter, 'ten prooi' aan de tand des tijds.

En zo is het nog steeds. Niet dat er nog nieuwe modellen bijkomen - computersimulatie maakt helaas voor de mannen spelen met water overbodig - maar de modellen liggen er nog, mooier dan ooit tevoren. Vervreemdend soms. Varens en mossen ontspruiten uit het beton, eenden dobberen in Aziatische havens en in de zoutinstallatie van Bangkok doen franjestaarten hun winterslaap.

Sinds Natuurmonumenten 'het lab' beheert (2002), is dit kalk- en voedselrijke bos nóg weelderiger, eigenwijzer en mysterieuzer geworden. Net als in het Voorsterbos - ooit productiebos- is het bosbeheer natuurlijk; dood hout blijft liggen en door kap en bijplant wordt de soorten- en leeftijddiversiteit vergroot. Dankzij het gegraaf bij de aanleg van de modellen, zijn er veel gradiënten in droog en nat en in kleiige of juist meer zanderige bodem en daarmee een grote variatie in plantenleven. En paddenstoelen, heel veel paddenstoelen. Nachtvorst is er nog nauwelijks geweest en overal slijmen, schimmelen en zwammen de vreemde schepsels. Het Voorsterbos is er wereldberoemd om; er zijn al 400 soorten gespot.

De klei kleeft. Koud op weg wegen de schoenen al dik een kilo en wordt de tred er een gelijk die van het Monster van Frankenstein. We zompen en kliederen met klei. Appelvinken roeren zich in de bomen en vanuit de Libische oliehaven staart een ree ons aan. De modellen zijn stuk voor stuk juweeltjes van menselijk vernuft en puur natuur. Chaos en ordening smelten moeiteloos ineen.

Het verval is groot maar niet alom; Natuurmonumenten laat bewust een deel van de dertig modellen verkommeren en redt en restaureert een ander deel. "In de haven van Ankara bijvoorbeeld", vertelt boswachter Norbert Kwint, "heeft zich zo'n schitterend libellenmilieu ontwikkeld dat we de natuur daar laten prefereren. De IJsselkop is qua natuur ook waardevol, maar dat gaan we wellicht toch restaureren omdat dit stromingsmodel uniek is in de wereld. Zo maken we continu de afweging tussen natuur en cultuurhistorie."

Natuurlijk spelen ook de kosten mee bij de afweging; er gaan honderdduizenden euro's in om. "Daarom zijn we nu bezig met het verkijgen van de status Industrieel Erfgoed", zegt Kwint. De lokale bevolking stond aan het begin van de redding van het gebied. Een projectontwikkelaar met snode plannen had het bos weten te kopen. Hij wilde de modellen opruimen, er honderden huisjes neerzetten en het bos geschikt maken voor recreatie. Gelukkig kwam de bevolking in opstand en maakte Natuurmonumenten de redding compleet. En dus dwarrelen wij hier nu rond, klaar het nieuwe jaar te vieren. Met het geluid van twee raven die door de lucht tuimelen.

www.trouw.nl/natuurtochten

De grootste verzameling wandel- en fietstochten

Waterloopbos
Waarom nu?
De tijd heeft er stil gestaan; oudjaar verglijdt geluidloos en ongemerkt.

Bereikbaarheid
Startpunt: Informatiecentrum Waterloopbos, Voorsterweg 36, Marknesse. Vanaf NS Lelystad bus 315 naar busstation Emmeloord en bus 71 naar Voorstersluis/Repelweg in Marknesse. Ongeveer een kilometer lopen. Bij het centrum is parkeergelegenheid.

Route
Door het Voorsterbos en het Waterloopbos zijn vele gemarkeerde routes uitgezet (zie paneel bij informatiecentrum). Onze route is een samenstelling: we beginnen bij het informatiecentrum met de witte route. Je komt langs de Zwolse vaart te lopen. Als de witte route RA buigt ga je RD. Je komt vanzelf op de blauwe route. Volg deze. Geel komt erbij; volg geel/blauw. Als geel RA buigt, volg je geel. Groen komt er verderop bij; volg geel/groen tot groen alleen door gaat. Blijf groen volgen. Je kruist de rode route. Bij de tweede keer rode route kruisen, volg je rood; een recht pad naar de Zwolse Vaart. Daar LA. Je komt vanzelf weer op blauw. Volg blauw (Nigerweg op). Geel komt erbij. RD tot je rechts informatiecentrum weer ziet.

Alle gemarkeerde routes staan op de Falkplankaart De Wieden en Voorsterbos. Verkrijgbaar in het Informatiecentrum en bij de VVV.

Horeca
In het Informatiecentrum koffie en thee, onderweg niets. Het centrum is open wo., za. en zo 13.30-16.30 uur (in de vakanties vaker).

Excursies
Natuurmonumenten organiseert excursies, veelal gegeven door oud-ingenieurs van het Waterloopkundig Laboratorium. www.natuurmonumenten.nl/agenda

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden