Nature of nurture? Denk niet zo zwart-wit

Hoe de mestkever ter wereld komt hangt niet alleen af van de genen die hij heeft overgeërfd, maar ook van genen die hij níet meekreeg. Beeld Hollandse Hoogte

Zijn eigenschappen als een wiskundeknobbel of een sporttalent aangeboren of aangeleerd? Dat was decennialang de strijd. De twee kampen vinden elkaar nu in het midden.

Mestkevers van het geslacht Onthophagus maken veel werk van de voortplanting. Een keverpaar graaft eerst een verticale schacht in de grond en legt vandaar horizontale tunnels aan. Aan het eind van elke tunnel legt het vrouwtje een ei en een voorraadje mest, waarna de tunnel wordt afgesloten. Ei en mest zijn de basis waarop de nakomeling moet groeien.

Hoe groot de jonge kever wordt hangt vooral van die voorraad af en minder van de genen die de jongeling van zijn ouders heeft gekregen. Lichaamslengte zit bij de kever niet zozeer in de genen maar meer in de opvoeding. Maar de omvang van het broedsel, van ei en mestvoorraad, wordt wel bepaald door genen van moeder kever. Hoe de jonge mestkever ter wereld komt hangt dus niet alleen af van de genen die hij heeft overgeërfd, maar ook van genen die hij níet meekreeg.

Genen versus omgeving

Dat klinkt als lood om oud ijzer, maar dat is het niet. Er wordt al decennia gevochten over de vraag of eigenschappen genetisch zijn of worden bepaald door omgevingsfactoren. Het sprintvermogen van dat atletiektalent, is dat geërfd of getraind? En de wiskundeknobbel van die student?

Nature versus nurture, heet de strijd in het Engels, genen versus omgeving, of genen versus opvoeding. In die strijd was het altijd het een of het ander. Als van een eigenschap zoals lichaamslengte werd aangetoond dat die voor 10 procent kon worden herleid tot genetische verschillen, dan moest 90 procent van de lichaamslengte wel uit omgevingsfactoren komen, factoren zoals de kwaliteit van voeding en zorg.

De mestkever laat zien dat het zo simpel niet is en dat er in die nurture, in de omgeving, ook een genetische component zit. En nu is dat voor het eerst ook bij de mens aangetoond. In een grootscheeps onderzoek op IJsland werd aangetoond dat de leerprestaties van kinderen niet alleen worden bepaald door genen die ze van hun ouders krijgen, maar ook door genen die ze níet krijgen.

Database

Dat dat onderzoek op IJsland werd gedaan, is geen toeval; daar is deCODE gevestigd, een van oorsprong Amerikaans bedrijf dat gespecialiseerd is in de analyse van genetische eigenschappen van mensen. Van meer dan de helft van de IJslanders zijn de genetische eigenschappen in kaart gebracht. En voor velen van hen geldt dat ook de genen van een of beide ouders in de database zitten. Bovendien is van iedereen de onderwijscarrière bekend. Dat maakt het mogelijk na te gaan hoezeer leerprestaties zijn terug te voeren op genen van de nakomeling zelf, op genen van zijn ouders, of op niet-genetische factoren.

De eerste factor is aanleg, de laatste is omgeving, en wat er tussenin zit is door de onderzoekers tot genetic nurture gedoopt. Het zijn niet je eígen genen, maar het gaat om je genetische achtergrond. Dat die een rol speelt is niet verrassend, want dat kenden we al uit de dierenwereld. Maar nieuw en opwindend aan deze studie is dat je in de genetische data kunt aanwijzen waar die invloeden zitten, zegt Philipp Koellinger, die het onderzoek in vakblad Science van commentaar voorzag. Koellinger is een econoom, die verzeild is geraakt in de genetica. Hij leidt aan de Vrije Universiteit in Amsterdam onderzoek naar de genetische basis van economisch gedrag.

Voor het scheiden van aanleg en opvoeding werd tot nu toe veelal gebruikgemaakt van onderzoek aan geadopteerde kinderen of, nog beter, tweelingen die op jonge leeftijd waren gescheiden en in verschillende omgevingen opgroeiden. Met de bloei van de genetica komen er nieuwe onderzoeksmogelijkheden. En dat, zegt Koellinger, is niet alleen interessant voor sociaal wetenschappers zoals hij, maar bijvoorbeeld ook voor medici. "Neem de immuunreactie op een ziekteverwekker. Die is voor een deel genetisch bepaald. Maar soms doet het immuunsysteem van iemand niet wat je op grond van die genen zou verwachten. Er spelen andere factoren en het is voor de geneeskunde van groot belang te kunnen nagaan waar die dan liggen."

Scheiding

Terug naar de leerprestaties: dat de omgeving van het kind, in de vorm van zijn ouders, hierop invloed heeft is niet nieuw. Maar nu valt na te gaan welke invloed ouders hebben door hun gedrag en welke invloed door hun eigen genetische eigenschappen.

Het hele nature/nurture-debat ging mank aan het idee dat je die twee strikt kunt scheiden, zegt Koellinger. Maar dat kan alleen als genen een duidelijk zichtbare biologische functie hebben. De kleur van je ogen wordt bepaald door zulke genen. Maar, zegt Koellinger, dat zijn de uitzonderingen. Het overgrote deel van onze eigenschappen wordt bepaald door een samenspel van genen en omgevingsfactoren.

Het is verbazingwekkend om te zien hoe genetici dat samenspel uit elkaar kunnen rafelen bij een eigenschap als leerprestaties. Koellinger doet daar zelf ook onderzoek aan. Maar waarom leerprestaties? Dat is, anders dan de kleur van je ogen of je lichaamslengte, toch een heel ingewikkelde eigenschap, met heel veel genen en omgevingsfactoren in het spel? Koellinger: "Dat klopt. Maar leerprestaties zijn heel belangrijk in een mensenleven. Ze zijn bepalend voor je welvaart, je gezondheid, je nageslacht. En ze zijn goed te meten, want schoolprestaties worden bijgehouden."

IQ-verschillen

Er was recent politieke commotie over dit onderwerp, omdat in de rangen van het Forum voor Democratie (FvD) werd geroepen dat er systematische en wetenschappelijk bewezen IQ-verschillen zijn tussen volkeren. Een droevig debat, zegt Koellinger. "Natuurlijk zijn er verschillen in IQ-score tussen mensen en tussen groepen mensen met verschillende afkomst. Maar het is misleidend om te suggereren dat die verschillen onveranderlijk zijn, omdat intelligentie erfelijk bepaald is. Nog erger is de suggestie dat de ene mens, de rijke blanke, boven de andere staat, omdat hij door zijn erfelijke aanleg beter scoort op een IQ-test. Dat is een complete misinterpretatie van erfelijkheid."

Erfelijkheid is geen natuurlijk gegeven, zegt Koellinger, maar afhankelijk van omgevingsfactoren. Intelligentie is in rijke landen meer erfelijk bepaald dan in arme. Want in rijke landen heeft vrijwel iedereen voldoende te eten, goede zorg en gezonde leefomstandigheden. Dat zijn factoren die in arme landen het verschil tussen mensen kunnen maken. Bovendien zijn in verschillende populaties niet dezelfde genen in het spel. Als je de relevante genen bekijkt in een populatie van rijke, blanke Amerikanen, dan zie je dat die 15 procent van hun verschil in leerprestatie bepalen. Bekijk je diezelfde genenset bij arme, zwarte Amerikanen, dan verklaren die bij hen nog geen 5 procent van de verschillen in leerprestatie. Erfelijkheid is omgevingsgebonden, benadrukt Koellinger.

"Ik vind het zorgwekkend dat politici hierover zulke misleidende informatie verspreiden. Dat is niet van vandaag, dat is in het verleden ook gebeurd, maar we leven nu in een tijd van grote vorderingen in de genetica aan wetenschappelijke kant en een groei van populisme aan politieke kant. We zouden heel veel winnen, als mensen zouden inzien dat het in de genetica niet zwart-wit is."

Lees ook: Zit extreme verlegenheid in de genen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden