Naturalistisch smokkelen, hoe verleidelijk

Kunnen we uit de theorie van Darwin waarin de afstamming van de mens verklaard wordt als een verdere ontwikkeling uit 'lagere' diersoorten, positieve conclusies trekken voor onze moraal?

Ja, schreef ik de vorige dinsdag (10 maart). Want als de mens van andere dieren afstamt, is de kloof tussen mens en dier minder radicaal dan door christendom en jodendom wordt aangenomen. Helemaal verkeerd, zegt Chris Rutenfrans (Trouw, 11 maart). Wie zo redeneert, bezondigt zich aan 'naturalistische drogreden'. Deze 'logische fout' wordt gemaakt door ieder die uit een theorie over hoe de wereld feitelijk in elkaar zit conclusies trekt over de moraal. En vervolgens begint Rutenfrans uitvoerig uit te pakken over... de negatieve consequenties voor de moraal die naar zijn idee voortvloeien uit het darwinisme. Maar dat is vreemd, want uit het darwinisme kunnen toch geen consequenties worden afgeleid voor de moraal?

De betekenis van de naturalistische drogreden wordt tegenwoordig nogal eens gerelativeerd. De term werd bekend door G. E. Moore (1873-1958) vermaard om zijn eetlust ('Moore wants more') en aandacht voor de maaltijd, waarbij elke filosofische conversatie taboe was (tijdens de 'serious business of eating' geen geklets). Moore maakte deel uit van de 'Cambridge Apostles', een groep filosofen waartoe ook Bertrand Russell behoorde. Gigantische wijsneuzen waren het, die Cambridge Apostles. De gehele geschiedenis van de filosofie was volgens hen eigenlijk niet veel waard. De ene filosoof na de ander zou zich hebben bezondigd aan redeneerfouten, waaronder de logische blunder dat uit feiten nomen worden afgeleid.

Zo zouden darwisten zich daaraan schuldig maken, Kapitalistische ondernemers als John D. Rockefeller en Andrew Carnegie beriepen zich inderdaad op darwiniaanse beginselen ter rechtvaardiging van hun hardvochtige visie op de Amerikaanse samenleving. Rockefeller vermeldde in een lezing voor een zondagsschool dat de groei van de grote bedrijven in de Amerikaanse samenleving te danken zou zijn aan de 'survival of the fittest'.

Maar ook in de natuurrechtsleer van Thomas en Aquino waarop de katholieke kerk zich eeuwenlang heeft gebaseerd zou men zich schuldig maken aan de naturalistische drogreden. Uit het feit dat mensen plegen te huwen en kinderen produceren leidt de thomist af dat het 'natuurlijk' is om dat te doen. En in dat 'natuurlijk' ligt dan niet aleen een beschrijving besloten over hoe iets in elkaar zit, maar tevens de aansporing om daar vooral mee door te gaan. Welke verleiding uitgaat van het 'naturlatisch smokkelen' blijkt uit de betogen van tegenstanders van het homo-huwelijk. Immers die komen er vaak op neer dat homo's geen kinderen kunnen maken en dat 'dus' homoseksualiteit eigenlijk als 'onnatuurlijk' zou moeten worden afgewezen of - een beschaafde variant van het eerste - het huwelijk dat op deze vorm van geslachtelijke liefde gebaseerd is niet 'echt' is.

Vermakelijk is dat de naturalistische drogreden zelden 'consequent' wordt ingeroepen. Hij wordt altijd van stal gehaald wanneer men ergens bezwaren tegen heeft. In plaats van die bezwaren te beargumenteren (een lastig klusje), beperkt zich men ertoe de tegenstander van een 'redeneerfout' te betichten. Natuurlijk mag men uit een feit geen norm afleiden. Uit dat de zon vandaag opkomt kan men niet afleiden dat hij op moet komen. Maar de discussie gaat vaak over wie zich aan de redeneerfout overgeeft. Ik geloof niet dat wie zegt dat als gevolg van het darwinisme mens en dier soortgenoten zijn en dat dáárom een gelijkberechtiging voor de hand ligt, zich schuldig maakt aan welke redeneerfout ook. Het is niet meer en niet minder de toepassing van het gelijksbeginsel. Daar kan toch weinig mee mis zijn?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden