Natte grond

De tuin is te nat om in te werken maar ik heb een vlondertuin zodat met rekken en strekken wat gewied kan worden.

Het meeste onkruid en veel zaailingen zitten echter tussen de planken van de vlonders. Gelukkig zijn die planken geschroefd en makkelijk te verwijderen zodat af en toe het stuifzand van de lappen zwart plastic geveegd kan worden waarbij zaailingen van kattenkruid, prikneus en kaasjeskruid als beloning dienen. Geknield op de losse plank waarlangs ik de grasranden afsteek kan ik vaste planten afknippen. Van planten met holle stelen knip ik minder af en knak de stelen om zodat er geen water in komt. Het fijngeknipte snoeisel wordt tussen struiken gestrooid zodat wormen het kunnen recyclen. Zo blijven voedingsstoffen in de tuin terwijl de activiteiten van de wormen de grond luchtig houden. Ook de waterafvoer wordt erdoor bevorderd. De laatste jaren komt er helaas zoveel water uit de duinen de polder in dat ik de droogte verdragende planten die in het oorspronkelijke tuinplan stonden, moest vervangen. Geen Dryas suendermannii meer of Sedum album 'Murale' maar Mimulus en Lysimachia mummularia, Lobelia fulgens, Lythrum salicaria en Persicaria affinis (voorheen Polygonum). Al het vocht brengt ook iets positiefs. Eindelijk pronk ik nu met de in het najaar geplante Anemone blanda 'Blue Shades'. Rond de roze-rood blozende schoenlappersplanten (Bergenia) waarvan verschillende soorten als het vriest rood verkleuren staan voor het eerst roze Anemone blanda 'Charmer'. In het najaar plant ik er nog een paar handen met knollen bij. De omvangrijke plek Bergenia vraagt meer tegenwicht dan de vijentwintig stuks die ik er zuinigjes plantte. De eerste Anemone coronaria 'Mr. Fokker', enkelbloemig blauw en 'Sylphide', enkelbloemig violetroze, zijn tussen de tulpen geplant. Over tien weken bloeien ze zodat de uitgebloeide tulpen feestelijk worden opgevolgd. Deze anemonen kunnen met tussenpozen tot half juni worden geplant, neem voor de snij eens dubbele. Mag het tuinieren met de handen door de natte grond beperkt blijven, het tuinieren met de ogen wordt door niets belemmerd. Kijken en nog eens kijken en aantekeningen maken! Grote gele narcissen zijn tussen grijsblauwe lavendel terechtgekomen en moeten in juli worden verplant, maar mistig grijs-blauwe Scilla mischtschenkoana kleurt er fantastisch bij en ook de fijne helderblauwe aartjes van Scilla bifolia die ruim voor de hardblauwe Scilla siberica bloeit. Daar mogen er meer van komen! In de tuin valt nu Aucuba japonica 'Variegata' op. Deze tot anderhalve meter hoge struik heeft leerachtige groengeel gevlekte bladeren. Een standplaats onder hoge druipende bomen is niet bezwaarlijk. Bij hosta's wordt door de eeuwige drup de waslaag van het blad beschadigd dat er daardoor verbrand uitziet.

Soms ziet Aucuba er triest uit, ondervoed en altijd in zijn eentje. Planters die geen rekening houden met de toekomstige breedte van de struik hakken liefdeloos een tak weg. Als snoeien nodig is kan het nu nog. Recept voor een haast lichtgevende schaduwtuin: Meerdere aucuba's (mannelijke en vrouwelijke vanwege de bessen) met een voedzame turfachtige strooisellaag rond de voeten. Plant daarna vrouwenmantel, geelbonte lamium en hosta's met een geelbonte rand zoals de kleinbladige H. 'Golden Tiara' of de zeer grote H. 'Zounds'. Daartussen royaal bollen en knollen van winterakoniet, erythronium, Narcis 'Hawera', Allium moly en groengele lelies. Moderne doorbloeiende goudgele daglelies (hemerocallis), Euphorbia polychroma en Ligularia maken het af.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden