Nationale parken in een dichtbevolkt postzegelland

Volgens PvdA en D66 moeten de twintig nationale parken in Nederland herkenbaarder worden. Al bij de eerste waren er twijfels over grootte en gebruik.

Een dichtbevolkt postzegelland als Nederland en nationale parken, dat is per definitie behelpen. Zelfs Jac. P. Thijsse, grondlegger van de vaderlandse natuurbescherming, had er maar weinig vertrouwen in. "Het gescherm met het woord Nationaal Park verveelt me al lang", schreef hij op 7 april 1937 aan een andere pionier, Piet van Tienhoven, voorzitter van Natuurmonumenten. "De Hooge Veluwe verdient dien naam allerminst; onze Veluwezoom kan er nog net eventjes aanspraak op maken, wanneer wij den Imbosch er bij hebben en tot aan den IJssel gaan en dan verder zoo weinig mogelijk ingrijpen." Alleen in zijn dromen kon Thijsse zich er nog iets bij voorstellen. "Het meest gaat het er nog op lijken bij het duinenlandschap van Texel, Vlieland of Terschelling of liever nog, we zouden van een echt Nationaal Park kunnen spreken wanneer we al de duinen van Cadzand tot Rottum ongerept lieten en bevrijd van konijnen en wateronttrekking."

Juist Natuurmonumenten, waarover Van Tienhoven toen ook al presideerde, had in 1930 de Veluwezoom tot Nederlands eerste nationale park uitgeroepen. Dat gebaar werd mede mogelijk gemaakt door een omvangrijke schenking van de Twentse textielfamilie Van Heek. De bestuursleden van Natuurmonumenten waren enthousiast geworden door een werkbezoek aan een aantal parken in de Verenigde Staten.

Daar was het idee van nationale parken ook ontstaan. Het Amerikaanse Congres in 1872 gaf in een kolossaal gebied (om en nabij een vijfde van de oppervlakte van Nederland) in de toekomstige staten Wyoming, Montana en Idaho een beschermde status. Yellowstone was al sinds mensenheugenis woon- en jachtgebied van Indianen, al was het er op grote hoogte in de wildernis niet vergeven van de mensen. Zo'n tweehonderd jaar geleden volgden de eerste belangstellenden van Europese origine. Zij waren onder de indruk van de weidse panorama's, de geisers en de canyons. Vanaf de jaren zestig van de negentiende eeuw trokken steeds meer wetenschappelijke expedities het bijzondere gebied in. Bepalend was een tocht van een gezelschap onder leiding van de geoloog Ferdinand Haydn in 1871. Zijn bevindingen reikten verder dan het kleine kringetje van geleerden en andere standaard-geïnteresseerden, omdat Haydn de indrukken van Yellowstone ook liet vastleggen door een fotograaf en een schilder.

Een jaar later werd Yellowstone's werelds eerste nationaal park. Opmerkelijk in een land dat zijn 'Frontier' nog steeds naar het westen aan het verleggen was. De pioniersmentaliteit met op de achtergrond altijd de droom om fortuin te maken met de mogelijkheden die de VS boden zat er diep. Dat Yellowstone zijn bijzondere status kreeg, had dan ook niet alleen te maken met de onomstreden natuurwaarde van het gebied.

Veel volksvertegenwoordigers beschouwden de bergachtige en moeizaam toegankelijke streek als 'onland'. Financieel zou er toch nooit iets te halen zijn. Zo'n bestempeling als nationaal park kon dus weinig kwaad. In latere jaren bleek dat een vergissing. In de bodem van delen van Yellowstone Park bleek onder meer olie en goud schuil te gaan. De status van het gebied stond de winning daarvan in de weg.

De door Thijsse gewenste uitbreiding van de Veluwezoom met de Imbosch kon in 1938 inderdaad plaatsvinden. Later groeide het gebied nog verder tot de huidige grootte van zo'n 5000 hectare, peanuts voor Amerikaanse begrippen maar voor Nederland heel wat. In 1935 werd De Hoge Veluwe nationaal park. Het Rijk leende 800.000 gulden voor de verwerving door een speciale stichting. Anton Kröller verkocht de 5600 hectare omdat zijn scheepvaart- en ertsbedrijf in financiële problemen was geraakt. De kunstverzameling van zijn vrouw Helene Kröller-Müller hoorde daarbij. Voorwaarde was wel dat er in het nationaal park een museum werd gebouwd voor het exposeren van de collectie. Het was voor Natuurmonumenten, eerder benaderd voor de aankoop van Kröllers jachtterrein, reden om af te zien van de deal. De organisatie deed niet in kunst.

Uit linkse hoek kwam kritiek op de handelwijze van het Rijk. In tijden van aanhoudende begrotingstekorten en bezuinigingen werd het grootkapitaal gesubsidieerd. Wat nuchterder beschouwd, deed de Nederlandse Staat goede zaken. Alleen al de kunstverzameling werd toen al op vijf miljoen gulden getaxeerd.

Na de oorlog werd Nederland nog actiever op het gebied van nationale parken. In 1950 financierden diverse overheden een beschermde status van De Kennemerduinen. Door internationale verplichtingen naar aanleiding van in Unesco-verband gemaakte afspraken uit 1969 ontwikkelde Nederland zijn beleid op dit gebied nog verder.

Wel bleef in Nederlandse nationale parken in economische zin meer mogelijk dan in soortgelijke gebieden in de meeste andere landen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden