Nationale Parken hebben alleen vernislaagje nodig

Analyse Het stelsel deugt, maar de politiek laat de parken al drie jaar aan hun lot over.

De nationale parken in ons land moeten op de schop, vinden PvdA en D66. Qua organisatie en beleid, wel te verstaan. Ze moeten groter en aantrekkelijker worden, vinden Lutz Jacobi en Stientje van Veldhoven. En het hoeven er niet zo véél te zijn. Liever een paar robuuste parels, dan twintig kleintjes.

Ze verwijzen daarbij naar landen als de Verenigde Staten en Schotland, waar burgers en overheden trots zijn op hun 'groene kathedralen'. Dat moet ook in Nederland kunnen. Vanaf 2017 moet een nieuwe Raad Nationale Parken gaan beoordelen welk natuurgebied in aanmerking komt voor de nieuwe status. Jaarlijks moet voor deze parken 2 miljoen euro worden vrijgemaakt.

Jacobi en Van Veldhoven suggereren dat het oude stelsel van nationale parken niet langer voldoet. Dat is een omkering van zaken. Sinds 1969 toen de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN wereldwijde normen opstelde waaraan nationale parken moesten voldoen, is er in Nederland nauwgezet gewerkt aan de oprichting van zulke beschermde plekken. Maar liefst twintig gebieden voldeden aan de eisen: kwaliteit, grootschaligheid en bescherming 'waarvoor de hoogste autoriteit zich verantwoordelijk voelt'.

Het betrokken ministerie verleende daarop de status van Nationaal Park, en het Samenwerkingsverband NP zorgde voor de coördinatie en een gemeenschappelijk huisstijl. Een nieuwe Raad Nationale Parken is niet nodig: de staatssecretaris van Natuur en het samenwerkingsverband vormen die samen al. Ook het afnemen en opnieuw toekennen van de status aan slechts enkele grote parken, is geen optie. De huidige twintig parken bezitten hun status op basis van de internationale normen, en daar kan niemand iets aan veranderen.

Toch zien Jacobi en Van Veldhoven terecht dat de vernis van de parken afbladdert. Maar dat is niet de schuld van de parken, maar van de politiek. De Kamer steunde oud-staatssecretaris Bleker toen hij in 2011 zijn handen van de parken aftrok. De Kamer ging ook mee in de decentralisatie van het natuurbeleid, waardoor niet langer het Rijk, maar de provincies de beheerders van de nationale parken werden. Die hebben die verantwoordelijkheid inmiddels over de schutting gegooid, waardoor gemeenten als Steenwijkerland en Rijssen-Holten moeten vergaderen over het geringe budget dat overblijft voor wat ooit parels waren met internationale allure. Dat de rijksoverheid de regie weer terugneemt, zoals Jacobi en Van Veldhoven bepleiten, is om toe te juichen. Maar daarvoor is geen stelselwijziging nodig. Het stelsel deugt.

Wat niet wel zeggen dat er geen vernieuwingen mogelijk zijn die de parken 'robuuster' kunnen maken. Natuurbeschermer Stefan Pasma stelde in september vorig jaar in Trouw voor de twintig huidige parken om te vormen tot negen hele grote. Het plan van Jacobi en Van Veldhoven lijkt daarop gebaseerd. Zonder dat kleine gebieden hun status verliezen, liggen er kansen in dat samengaan van parken. Maardan moeten de verschillende natuurorganisaties die allemaal een lapje natuur beheren en soms bezitten, en de provincies die over het geld gaan, wel meewerken.

Een andere optie is de nationale parken te verbinden aan de twintig nationale landschappen, want die bestaan ook in Nederland. Deels overlappen hun doelen en activiteiten, die ook vaak in dezelfde regio's plaatsvinden. Samen vormen zij robuuste eenheden. Een dergelijke samenwerking vindt makkelijker plaats onder regie en met steun van de (rijks-)overheid, die in beleid toont dat het de status van nationaal park weer serieus neemt. En dan gaan burger die beschermde natuur misschien wel als 'kathedraal' zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden