Nationale identiteit

'Een wereldlijke tempel'. Zo zou men misschien het Parijse Panthéon nog het beste kunnen aanduiden. Mijn reisgids schrijft over dit opmerkelijke gebouw het volgende. Als necropolis voor de atheïstische burgers van Frankrijk herbergt het Panthéon verlichte geesten als Voltaire, Rousseau, Victor Hugo, Zola, Louis Braille (inderdaad, de uitvinder van het blindenschrift), Jean Jaurès, de verzetsheld Jean Moulin en een schrijn met het hart van de linkse held Gambetta. Cruciaal moment in de geschiedenis van het Panthéon was 1791, twee jaar na de revolutie. Toen werden de ramen dichtgemetseld en veranderde het Panthéon van kerk in eregalerij. Kruis, alle sculpturen en schilderijen met christelijke motieven werden verwijderd.

Binnen in het Panthéon vinden we muurschilderingen van Puvis de Chavannes en Jean-Paul Laurens die te maken hebben met de roemrijke geschiedenis van Parijs en van Frankrijk. Hoogtepunt voor mij was een blik op het graf van Voltaire. Zijn lichaam werd op 11 juli 1791 onder grote luister bijgezet. Hij ligt tegenover zijn tegenvoeter Rousseau. Dat zou geen van beiden hebben bevallen (zij liggen letterlijk met hun voeten tegenover elkaar), maar daarmee hebben de Fransen kennelijk geen rekening willen houden. Misschien is het Panthéon wel het meest karakteristieke gebouw van Parijs. Opvallend is dat Frankrijk met deze eregalerij van grote denkers de identiteit van de Franse cultuur aanwijst in een aantal ideeën. Vrijheid, gelijkheid en broederschap vindt men overal terug, evenals de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger. Op de rand van het nieuwe millennium zijn deze ideeën nog steeds richtinggevend. Fransen hebben daarom ook geen moeite met hun nationale identiteit.

Voor Nederlanders is het veel moeilijker om aan te wijzen wat ons bindt. Vandaar ons geworstel bij officiële aangelegenheden wanneer die nationale identiteit verwoord moet worden. “In belangrijke mate vormt het publieke geweten het bindmiddel dat de nationale gemeenschap bijeen houdt”, zei koningin Beatrix in haar kerstrede (Trouw, 27 december 1997). “Dit begint met belangstelling voor de publieke zaak: de wil tot mede-weten.” Maar wat dat geweten van ons vergt of waaruit het algemeen belang bestaat, komen we niet te weten. Koningin Beatrix zegt: “In de komst van het Kerstkind ervaren we Gods erbarmen met de mensheid. In het leven van Jezus is sprake van een voortdurende aandacht voor armen: behoeftigen, uitgestotenen, mensen die zijn vastgelopen, figuren aan de rand van de samenleving. Hij leert ons anders naar mensen en dingen kijken en de hand te reiken aan wie mededogen behoeft.”

Een probleem met deze voorstelling van zaken lijkt mij dat het een standpunt formuleert dat slechts voor een deel van de Nederlandse burgers richtinggevend is. Het is misschien wat de koningin als iets belangrijks ervaart en misschien ook haar gezin. Maar voor Joden, Islamieten, humanisten, vrijdenkers en agnosten betekent de komst van het Kerstkind weinig of niets. Met alle respect, maar als “bindmiddel dat de nationale gemeenschap bijeen houdt” zijn de punten die de koningin opvoert dan ook niet geslaagd. Men kan natuurlijk stellen dat we met de platte lol van cabaretiers als Youp van't Hek of met het Oranjegevoel tijdens voetbalwedstrijden of met de Elfstedenkoorts wel voldoende sociaal bindmiddel hebben, maar dat lijkt mij toch een gebrekkige basis.

Het lijkt een interessante opdracht om ons in 1998 te gaan bezinnen op de vraag of we andere aanknopingspunten van nationale identiteit kunnen vinden die niet zo platvloers zijn als de lolbroekerij van cabaretiers en die bovendien passen in een multiculturele samenleving waarin één specifieke religie zijn monopoliepositie heeft verloren. In een jaar waarin we de tweehonderdste verjaardag vieren van de Staatsregeling voor het Bataafsche Volk, de honderdvijftigste verjaardag van de grondwet van 1848 en de vijftigste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens moet het mogelijk zijn iets te vinden dat vergelijkbaar is met wat de Fransen hebben gevonden aan het eind van de achttiende eeuw.

We moeten bouwen aan een eigen Panthéon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden