Nationale feestdagen

Hoe kijken betrokkenen terug op de Europese eenwording? Welke toekomst wacht Europa? Trouw belicht in een serie de geschiedenis van Europa. Vandaag: Tjerk Westerterp, die van 1967 tot 1971 het Tweede Kamerlidmaatschap combineerde met de functie van Europarlementariër. 'De Tweede Kamer was in die tijd wel beter op de hoogte van de Europese politiek.'

'Ik woon hier al sinds 1967", zegt Tjerk Westerterp (81), terwijl hij het bezoek binnenlaat in zijn vrijstaande huis aan de rand van de Noord-Brabantse gemeente Ulvenhout. Zijn opmerking brengt het gesprek direct op Europa.

Want in de tijd dat Westerterp zijn huis met uitzicht op de maisvelden kocht, combineerde hij maar liefst drie politieke functies. Hij was wethouder van deze Brabantse gemeente, maar ook Tweede Kamerlid én Europarlementariër. "Dat was pootaan spelen. Ik was wethouder geworden toen ik nog geen Europarlementariër was. Maar toen ik kort daarna naar het Europarlement kon, heb ik eerlijk gezegd niet overwogen om het wethouderschap eraan te geven. Het overleg over dingen die in het dorp speelden, was zó mooi concreet. Terwijl Europa zo abstract was. Het was ook altijd vechten voor Europa."

Het Europarlement bestond uit afgevaardigden uit de nationale parlementen, totdat in 1979 voor het eerst rechtstreekse verkiezingen werden gehouden voor het Europees Parlement. Ook Westerterp bekleedde, voor de KVP, zo'n 'dubbelmandaat' van 1967 tot 1971, toen hij staatssecretaris werd van europese zaken.

Uit onderzoek van het Haagse Montesquieu-instituut blijkt dat de Nederlandse parlementariërs met zo'n dubbelmandaat in Den Haag zorgden voor kennis over en begrip voor Europa.

Westerterp herkent dit volkomen. "Met name bij de begroting buitenlandse zaken namen de Europarlementariërs in de Kamer het woord. Mijn partijgenoot Joseph Luns was minister van buitenlandse zaken. Die was, op zijn zachtst gezegd, niet zo voor de Europese integratie. Maar hij wilde wel heel graag dat Engeland toetrad. In de Kamer zag je dat vanuit alle partijen de mensen met een dubbelmandaat opkwamen voor Europa en zeiden: "De politieke integratie van Europa moet wel doorgaan. Het is goed als Engeland erbij komt. Maar ook dat land moet wel willen meedoen met de integratie."

Een ander discussiepunt waren de pogingen van de Franse president De Gaulle. "Die hamerde er voortdurend op dat de lidstaten onderling de besluiten moesten nemen, zonder lastige inmenging van Europese Commissie of Europarlement." In 1965 speelde hij het zo hard dat Frankrijk zelfs gedurende een half jaar alle besluitvorming in Brussel boycotte. "De crisis zette het voortbestaan van de Europese Economische Gemeenschap op het spel. Dat vonden wij weinig Europees, en dat lieten we in Den Haag wel weten." De crisis werd uiteindelijk bezworen door landen het vetorecht te geven over beslissingen die van 'vitaal belang' waren.

Westerterp had op dat crisismoment zelf nog niet zo'n dubbelmandaat. Maar omdat hij van 1953 tot 1963 op het secretariaat van het Europees Parlement had gewerkt, was hij bijna vanaf het begin betrokken bij de in 1952 opgerichte 'assemblée générale' van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. "Die ervaring als ambtenaar was zelfs de belangrijkste drijfveer om in 1963 naar de Tweede Kamer te gaan. Ik wilde eigenlijk naar het Europees Parlement, en dat kon toen niet anders dan door lid te worden van het nationale parlement. Helaas waren er toen andere kandidaten in de Tweede Kamer voor het Europarlement. Mijn kans kwam pas in 1967."

Westerterp kan niet zeggen of de parlementariërs met een dubbelmandaat enthousiast voor Europa waren, omdat ze, net als hijzelf, eerder belangstelling voor Europa hadden ontwikkeld, of dat zij het enthousiasme ontwikkelden omdat ze zich in Straatsburg meer in de standpunten van andere landen moesten verdiepen.

"Ik denk dat het beide was. In Straatsburg werd gestreden om de bevoegdheden van het Europees Parlement. Het was niet het belangrijkste agendapunt, maar het zorgde wel voor solidariteit, die over de landen heen ging."

Als ambtenaar bij het Europees Parlement was Westerterp er al getuige van geweest dat de Europarlementariërs in 1958 besloten om niet meer per land bij elkaar te zitten maar per politieke ideologie. Dat moment wordt inmiddels beschouwd als de echte geboorte van het Europees Parlement. Hoe hard de Britse premier Cameron deze maand in Berlijn ook mocht roepen dat volgens hem dit systeem van 'algemene Europese partijen' zijn langste tijd gehad heeft en 'onrealistisch' is.

"Het feit dat de partijen elkaar in Straatsburg vonden heeft naar mijn mening ook heel veel bijgedragen aan de latere totstandkoming van het CDA in 1980. In Straatsburg zaten de KVP, de AR en de CHU in één fractie. We waren eraan gewend geraakt."

Westerterp vertelt hoe de Nederlandse Kamerleden 's avonds in Straatsburg bij elkaar kwamen in café 'Chez Julia'. "Er ontstond een soort 'Strasbourgeoisie', die internationale, maar ook nationale problemen doornam. Het waren mensen als Jaap Boersma en Kees Boertien van de ARP en Henk Vredeling en Jaap Burger van de PvdA. We groeiden naar elkaar toe. Kamerleden waren in mijn tijd beter op de hoogte van wat er in Brussel speelde. Er werd alerter op de Brusselse besluitvorming gereageerd."

Zo is hij stomverbaasd dat Kamerleden vorige maand een debat aanvroegen omdat de Europese Commissie Nederland voor het EU-Hof dreigt te slepen vanwege de Hedwigepolder en de niet-nakoming van natuurafspraken. "De Kamerleden wilden weten hoe het zover heeft kunnen komen. Terwijl bestuurders en politici in Brussel zich juist afvragen of ze de afgelopen jaren niet teveel geduld met Nederland hebben gehad. Ik kan me niet herinneren dat Nederland vroeger op een dergelijke manier voor het EU-Hof belandde."

Over de voor- en nadelen van het dubbelmandaat is veel gediscussieerd. Hoewel het combineren van de twee functies moeilijker werd nadat de Europarlementariërs in 1979 rechtstreeks werden gekozen, was het nog steeds toegestaan. Met name vanuit het eurosceptische Denemarken, dat samen met het Verenigd Koninkrijk en Ierland uiteindelijk in 1973 tot de Unie toetrad, was er een lobby om het dubbelmandaat zelfs verplicht te stellen. Dat zou de beste garantie bieden dat de Europarlementariërs dezelfde mening hadden als de nationale parlementen. Andere politici wezen er juist op dat, door het combineren van de functies, politici onvoldoende tijd en aandacht konden geven aan hun werk. In 2002 besloten de lidstaten dat met ingang van de Europese verkiezingen van 2004 het dubbelmandaat voor Europarlementariërs verboden zou zijn.

Tjerk Westerterp herkent uit zijn tijd niet dat de Europarlementariërs door hun dubbele rol per se het standpunt van hun nationale parlementen kwamen uitdragen. Ook heeft hij nooit gehoord dat nationale parlementen juist mensen naar Straatsburg stuurden om daar Europese besluiten te frustreren.

"Vandaar dat achteraf wel wordt gezegd dat de delegatie in het Europarlement Europeser was dan de doorsnee bevolking. Toch sta ik er nog altijd achter dat we zo voortvarend waren. Wat bereikt is, is niet alleen zeggenschap voor het parlement over het EU-budget, maar ook de rechtstreekse verkiezingen. Daar heb ik me persoonlijk zeer hard voor gemaakt."

Die verkiezingen hebben alleen niet gebracht wat Westerterp voor ogen stond. "We veronderstelden dat de partijen vanzelf een Europese campagne zouden gaan voeren, en de bevolking zich meer betrokken zou voelen. Nu ik erop terugkijk, aarzel ik of Europese verkiezingen, met de geringe deelname van zo'n 40 procent van de bevolking, wel zo'n goed idee zijn. Terug naar het dubbelmandaat lijkt me ook geen oplossing, daarvoor heeft het Europarlement nu ook teveel taken. Maar nationale parlementen kunnen misschien wel de Europarlementariërs kiezen. Het is een stap terug, maar het is misschien wel een remedie tegen het feit dat het Europarlement nu helemaal apart staat."

Tijdens zijn werk in Den Haag heeft hij altijd het gevoel gehad met een missie bezig te zijn voor een politieke unie. "Dat we die nog altijd niet hebben, is natuurlijk een grote teleurstelling. De belangstelling voor de EU is in Den Haag maar matig. Alleen alles wat er fout loopt, wordt nu aan Brussel toegeschreven. Mensen denken misschien dat het nu wel genoeg is met de samenwerking. Maar als je naar de geschiedenis kijkt, zie je dat landen ook ooit zijn geboren uit regio's. Op dezelfde manier zal Europa één worden.

Nederland heeft altijd geprofiteerd van de Europese integratie. Nu is dat even niet zo en wordt er meteen op de rem getrapt. Dat raakt me. Terwijl het belang van Nederland als klein land vooral ligt bij een goede samenwerking en een sturende rol voor de Europese Commissie.

Hij zucht heel diep. "Ik durf niet te zeggen of dat goed komt. Ik vind het in ieder geval heel verstandig dat Van Rompuy en Barroso nu bezig gaan met een Europese Bankenunie. Maar het is frappant dat Nederland daar alweer onmiddellijk 'nee' op zegt. Ik ben zeer sceptisch over de mogelijkheid om Griekenland binnen de eurozone te houden Maar zo'n Europese bankenunie vind ik een goed idee. Ik vind de Nederlandse bezwaren niet zwaarwegend genoeg. Dat mensen nu roepen dat ze niet voor die Grieken willen opdraaien, doet pijn. Dat is een solidariteit die wij in Europa juist wilden. Het betekent niet dat ze in Griekenland niet de nodige maatregelen moeten nemen om zelf orde op zaken te stellen, maar het kenmerk van een verenigd Europa is juist solidariteit."

Eerdere afleveringen in deze serie verschenen op 31 maart en 25 mei.

Tjerk Westerterp
De CDA-politicus Tjerk Westerterp (81) was bijna vanaf het begin nauw betrokken bij het Europees Parlement. Van 1953 tot 1963 werkte hij als ambtenaar voor het Europarlement. Van 1963 tot 1971 zat hij voor de KVP in de Tweede Kamer. Die functie combineerde hij in de periode 1967-1971 met het lidmaatschap van het Europees Parlement. In 1971 werd hij staatssecretaris van Europese Zaken. Van 1973 tot 1977 was hij minister van Verkeer en Waterstaat. Na zijn pensionering was hij korte tijd actief voor Leefbaar Nederland. "Ik heb daar spijt van, ik voel me nog altijd het meeste thuis bij het CDA", zegt hij daar nu over.

'Europarlement staat nu wel heel erg apart'
Otto Snoek fotografeerde nationale feestdagen in heel Europa: hoe de bevolking van Groenland tot Vladivostok een revolutie of onafhankelijkheid viert. Zoals op de foto boven van een Oranjemars in Belfast op 12 juli. Met de jaarlijkse marsen herdenken de protestanten de slag aan de Boyne.

Op de foto hiernaast is de nationale feestdag van Luxemburg te zien, de National Feierdag. Deze wordt jaarlijks op 23 juni gevierd, vijf maanden na de geboortedag van de voormalige groothertogin Charlotte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden