Opinie

Nationale Ballet danst voorspelbare lappendeken

Het Nationale Ballet met ‘In Space’. Het Muziektheater t/m 20/6. www.hetballet.nl.

Dans is de plaatsing van het lichaam in de ruimte en in de tijd. Wat zou het opleveren om met drie generaties dansmakers terug te gaan naar die basis, vroeg Het Nationale Ballet zich voor ‘In Space’ af. Niets nieuws, zo bleek. Logisch ook: zonder dwingend theatraal of dramaturgisch concept, resulteert zo’n breed uitgangspunt in een lappendeken.

HNB-dansers en aspirerende choreografen Juanjo Arques, Nicholas Rapaïc, Peter Leung en Daniela Cardim lieten zich voorspelbaar leiden door de beperking van de ruimte (dansen in een afgesloten plastic kubus) en het beslechten van de ruimte tussen dansers en publiek. Hun dansinstallaties in de foyer leverden fraaie plaatjes op, maar geen nieuwe inzichten.

Improvisatiedanser Michael Schumacher werd door HNB aangetrokken om de ruimtelijke conventies te doorbreken die aan de theaterzaal kleven. Aldus werd er gedanst op de gangpaden. Op geïmproviseerde klanken van trombone, klarinet en viool steeg het piep-piep-knorgehalt, toen de violiste in een podiumbedekkende Linda Wagenmakers-songfestivaljurk uit de orkestbak rees. Waar overigens géén dansers onder vandaan kwamen – wat dan wel weer zo ruimtelijk zou zijn geweest.

Een pijnlijk overbodige vertoning, zeker omdat hierna Hans van Manens ‘Situation’ (1970) werd gedanst: Een ballet dat iconisch laat zien, hoe een ruimte de gesteldheid van het lichaam kan bepalen en de interactie kan dicteren. Het werk fungeerde als inspiratiebron voor het hele project, maar van de reprise ging niet veel stimulerends uit. Alleen Sefton Clarke wist de dreihing van beklemming tussen muren, onder het wegtikken van de klok tastbaar te maken.

Van de drie HNB-huismakers Ted Brandsen, Hans van Manen en Krzysztof Pastor, kwam ‘Moving Rooms’ van de laatstgenoemde als grootste verrassing uit de bus. De dansers verplaatsen zich in een schaakspel van lichtvlakken van veld naar veld, waardoor een wereld aan emoties ontstaat. Met een mooie rol voor voormalig HNB-danser Rubi Pronk, die als engel der wrake, of juist liefde, de ruimte doorklieft met zijn immer onmenselijke extensies.

Ted Brandsen lijkt in zijn ‘The Space Between’ door te gaan op - en soms door te slaan in - zijn fascinatie voor massa, snelheid en verplaatsing. Dansers als wervelingen op het al zo wervelende ‘The Hours’ van Philip Glass: met Larissa Lezhnina, die apotheotisch à la Maurice Béjart door ‘de massa’ hoog de lucht in wordt getild.

En Hans van Manen? Die doet eigenlijk al jaren hetzelfde. Maar hij gebruikt zó’n dwingend ruimtelijk concept, dat zijn werken altijd fris en onontkoombaar zijn. De pas de deux ‘Tears’ voor Igone de Jongh en Alexander Zhembrovsky op Rachmaninov zet hij in de ruimtelijke context van het komen en gaan van zeven dansers, en geeft het daarmee een ongekende dramatische lading.

Hoe belangrijk een dwingend concept is, bleek definitief uit de bombastische dansquilt die de drie in-house choreografen als finalenummer in elkaar hadden gestikt. Onderhoudend – ja; samenhangend – nee.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden