National Gallery in Washington krijgt topwerken van weduwe

Van onze kunstredactie WASHINGTON - De vorige week overleden Amerikaanse Betsey Cushing Whitney heeft de National Gallery of Art in Washington acht schilderijen van vroeg-moderne meesters nagelaten.

Onder de werken bevindt zich een zelfportret van Vincent van Gogh uit september 1889, het eerste dat hij schilderde nadat hij was opgenomen in Saint Rémy. Eerder dit jaar kreeg het museum al Van Goghs schilderij 'Witte Rozen' uit een andere nalatenschap. De gift van Cushing bestaat verder uit doeken van Toulouse-Lautrec, Matisse, Van Dongen, De Vlaminck, Marquet, Braque en Dufy. Aan het Museum of Modern Art in New York liet de weduwe werk na van Picasso, Cézanne, Matisse en Van Gogh. De totale waarde van beide donaties wordt door de New York Times op 300 miljoen dollar geschat.

Cushing was de weduwe van Jock Whitney, voormalig uitgever van de New York Herald-Tribune en trustee van de National Gallery. In 1990 liet Cushing het werk 'At the Moulin de la Galette' van Renoir veilen. Een Japanner kocht het voor het recordbedrag van 78 miljoen dollar. Cushings vermogen werd in 1990 op 700 miljoen dollar geschat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden