Nationaal stadion Zambia een bedevaartsoord

DOORWERTH - Het Stadion van de Onafhankelijkheid in Lusaka is voor heel Zambia een gedenk-arena geworden. “Ik loop er nog dagelijks langs de graven van de jongens die zijn verongelukt”, zegt assistent-bondscoach Freddie Mwila.

Zambia is nog altijd een serieuze kanshebber om zich ook met de nieuwe ploeg voor de eindronde van het WK-voetbal te kwalificeren. De selectie is door het ministerie van ontwikkelingssamenwerking een zeventien dagen durend trainingskamp in het nabij Arnhem gelegen Doorwerth aangeboden en ook zo ver van huis gaan de gedachten nog vaak terug naar die rampzalige 28ste april. Die dag hingen op Wembley bij de wedstrijd Engeland-Nederland de vlaggen halfstok en herdachten spelers en publiek de enkele uren eerder omgekomen voetbaltrots van Zambia. Alle achttien spelers, begeleiders en bemanningsleden van de Havilland Buffalo, een militair toestel, kwamen om het leven. Het gezelschap was op weg van Mauritius naar Dakar, waar tegen Senegal een WK-duel moest worden gespeeld. Na een tussenstop in Libreville (Gabon) stortte het vliegtuig neer.

Halve cirkel

Ian Porterfield, een Schot, is de nieuwe bondscoach, die “met respect terug denkt, maar toch vooral vooruit wil kijken”. Volgens Freddie Mwila kan de ramp nooit worden vergeten en is het nationale stadion intussen een bedevaartsoord. Op een stuk papier tekent Mwila het stadion dat aan de weg van Lusaka naar Kitwe ligt en legt uit: “Alle toeschouwers maken tegenwoordig gebruik van een zij-ingang. Aan de noordkant van het stadion zijn de spelers en coaches in een halve cirkel begraven. Voor elke wedstrijd die er nu wordt gespeeld, brengen de toeschouwers eer aan de doden. Toen we hadden besloten toch aan het WK-toernooi te blijven deelenemen, was Marokko onze eerste tegenstander. Die wedstrijd zal ik nooit vergeten, het was zeer emotioneel. Het stadion was met 35 000 mensen uitverkocht, iedereen passeerde vooraf de graven. We wonnen met 2-1 en behielden de kans om volgend jaar toch aan het eindtoernooi mee te doen.”

Die doden rond het stadion; het zijn de spelers John Soko, Eston Mulenga, Timothy Mwitwa, Nuba Mwila, Kenan Simambe (allen van de topclub Nkana Red Devils), Whiteson Changwe, Moses Masuwa (Kabwe Wariors), Efford Chabala (Mufulira Wanderers), Moses Chikabala (Cambishi), Patrick Banda (Profund United), Robert Watiyakeni, Wisdom Chansa, Samuel Chomba (allen van Dynamos in Zuid-Afrika), Kelvin Mutale en Derby Makinka (beiden van El Ettifaq in Saoedi-Arabie), Godfrey Kangwa (Olympic Casablanca, Marokko) en de op het moment van de ramp zonder club zijnde Ruben Mwanza en Winter Mumba. In de graven om het stadion rusten voorts de coaches Godfrey Chitalu en Alex Chola.

De vedetten van de ploeg die bij Europese clubs onder contract staan, ontsnapten aan de ramp. De PSV'er Kalusha Bwalya, diens broer Joel die in Belgie bij Herenthals speelt, Johnson Bwalya van het Zwitserse FC Bulle en Gibby Masela zouden op een andere manier naar Dakar reizen. Voor Kalusha gold meteen dat hij met een nieuwe ploeg wilde doorgaan. Dat achtte de aanvoerder de beste manier om de doden te gedenken. Mwila: “En zo dacht iedereen er eigenlijk over. Kalusha is trouwens een perfecte aanvoerder.

Hij is ongekend populair in Zambia, maar in de ploeg wil hij niet de grote man zijn. Kalu is echt een teamspeler. Hij speelt niet voor zich zelf, maar voor het team en voor de eer van zijn land.''

Wonderploeg

Kalusha was er ook bij toen Zambia tijdens de Olympische Spelen van 1988 in Seoul een historische 4-0 zege op de duurbetaalde professionals van Italie behaalde. De Italianen speelden toen met hun schaduwnationaal elftal, maar werden mede door drie goals van Kalusha ruim verslagen. Van die wonderploeg zaten zes spelers in het rampvliegtuig.

De nieuwe ploeg is nog drie punten verwijderd van de WK-eindronde. Voor 26 september staat de thuiswedstrijd tegen het al uitgeschakelde Senegal op de rol. Als die wedstrijd wordt gewonnen, volstaat op 10 oktober in de afsluitende uitwedstrijd tegen Marokko een gelijkspel. In dat geval wordt Zambia meer dan waarschijnlijk door Ivoorkust en Kameroen naar het eindtoernooi vergezeld. Als het zo ver komt is Noord-Afrika wel heel duidelijk door Zwart Afrika van het eerste plan verdrongen. Ivoorkust won begin 1992 ook al de African Cup. Vanaf de kwartfinales was dat equivalent van het Europees kampioenschap voor landenploegen ook al een volledig Zwart-Afrikaanse affaire. De verliezend finalist was toen Ghana, nu verrassend al in de eerste fase van het Afrikaans kwalificatietoernooi uitgeschakeld. Freddie Mwila, zelf eind jaren zestig, begin jaren zeventig professional bij Aston Villa en het Amerikaanse Atlanta Chiefs en tot voor kort bondscoach van Botswana: “Die uitschakeling van Ghana was voor mij niet zo'n grote verrassing.” Met spelers als Abedi Pele (Olympique Marseille), Anthony Yeboah (Eintracht Frankfurt), Prince Polley (FC Twente), Nii Lamptey (PSV) en Anthony Baffoe (Metz), heeft Ghana nochtans een aantal grote namen. Mwila: “Grote namen, ja, maar geen grote ploeg meer. Die vedetten uit Europa kunnen het bij de ploeg van Ghana niet meer opbrengen voor een ander te werken. Gelukkig is dat probleem bij ons onbekend.”

“Een goeie vraag, een heel goeie vraag”, zo zegt Mwila als hem naar de noodzaak van een buitenlandse bondscoach voor Zambia wordt gevraagd. “Van oudsher wordt in ons land op de Engelse manier gevoetbald. Hoe kan het ook anders in een land dat door Livingstone de weg is gewezen. Maar naast die Engelse inslag heeft ons voetbal natuurlijk ook de typisch Afrikaanse aspecten van snelheid, souplesse en balvaardigheid. Nu hebben we dus een Schotse coach, ik kan het prima vinden met Ian Porterfield, maar of een buitenlander noodzakelijk is weet ik niet.”

Deze Ian Porterfield kwam het Zambiaanse aanbod in juni goed uit. De voormalige speler van Raith Rovers in Schotland en Sunderland en Sheffield Wednesday in Engeland, was juist als manager bij Chelsea ontslagen. “John Fashanu (een ex-international van Engeland met Nigeriaanse roots, red.) legde voor mij in Afrika het contact. Er is in Zambia heel veel aanbod van talent. Zambia heeft ook een echte profcompetitie met veertien clubs. En het voetbal leeft er enorm. Wie in Zambia als voetballer goed is, is meteen een held van het volk. Een voordeel voor mij is dat alle spelers Engels spreken.” Freddie Mwila: “Engels is vaak de verbindingstaal. In Zambia worden 73 talen gesproken, waarvan het Bemba en het Nyanja de boventoon voeren.”

Minister van sport

Zonder de in Europa onder contract staande spelers, speelt de Zambiaanse selectie de komende twee weken oefenwedstrijden tegen Kozakken Boys, Ajax 2, Rheden, RBC en ADO Den Haag. Zonder de 'Europeanen' dus, “maar ik hoop wel dat Kalusha van PSV nog enige tijd bij ons kan zijn. Hij is een voorbeeldig aanvoerder”, aldus Porterfield. De competitie in Zambia draait intussen gewoon door. Zonder de spelers die eerst al twee trainingsweken in Straatsburg doorbrachten en aansluitend tot 7 september in Doorwerth blijven. Mwila: “De clubs missen nu hun beste spelers, maar het belang van het nationale elftal gaat nu eenmaal boven alles. Het is een belang dat direct onder de minister van sport valt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden