Nationaal rapporteur: registratie misbruikslachtoffers is niet op orde

Herman Bolhaar. Beeld ANP

Het vastleggen en volgen van meldingen van seksueel misbruik, gebeurt nu niet goed, constateert Herman Bolhaar, de pas aangetreden nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen in zijn eerste rapport.

Het belangrijkste advies- en meldpunt Veilig Thuis registreert niet in alle 26 regio’s op eenzelfde manier. Jeugdhulpverleners registreren niet de aanleiding waarom een kind hulp krijgt. "Als we niet weten waaróm, dan weten we ook niet óf het de juiste hulp is", zegt Bolhaar.

Samen met het centraal bureau voor de statistiek heeft de rapporteur een hele toer moeten uithalen om precieze cijfers te achterhalen. Zo kwam Bolhaar er achter dat 13 procent van de minderjarige meisjes die hulp ontvangen voor seksueel geweld in een gesloten instelling zit. In 2016 ging het om circa 680 meisjes die deze zwaarste vorm van jeugdhulp krijgen. "We weten onvoldoende wat er vooraf is gegaan aan die plaatsing, wat zij daarvoor voor hulp hebben gehad. Misschien hadden hulpverleners eerder en effectiever kunnen ingrijpen. Ik vind het hoe dan ook heftig dat de problemen bij een groot aantal kinderen zo hoog oplopen dat hun vrijheid wordt beperkt.”

Bolhaar keek naar CBS-cijfers en eerdere enquêtes onder jongeren. Daaruit concludeert hij dat naar schatting 13.000 meisjes en 7.800 jongens tussen 12 en 17 jaar in 2016 slachtoffer waren van een ernstige en fysieke vorm van seksueel geweld. Dat zijn er minder dan in 2012. Dat is het goede nieuws uit het rapport.

Wel vertrouwen in vrienden

Veel kinderen die seksueel misbruik hebben meegemaakt, blijken te vertellen wat er met hen is gebeurd, maar vooral aan vrienden, niet aan volwassenen. Naar schatting slechts 4 procent van de kinderen wordt door professionals, bijvoorbeeld docenten, herkend als slachtoffer.

Maar liefst 57 procent van de jongens en 42 procent van de meisjes die seksueel geweld hebben meegemaakt, geeft aan helemaal geen hulp te hebben gehad. Van de 13.000 meisjes geven 6650 aan uiteindelijk wel enige vorm van zorg te hebben gekregen. Bij de jongens krijgt een veel kleiner percentage jeugdhulp, en die is ook lichter.

Bolhaar denkt dat de omgeving de plicht heeft om beter op te letten. “Ik wil niet beweren dat de hulp die er is, niet deugt, ik zie alleen maar betrokken professionals. Misbruik is ook een intiem onderwerp waar slachtoffers niet makkelijk over praten." Slachtoffers moeten nog betere toegang hebben tot hulpverlening. "We zullen nog meer manieren moeten vinden om achter de voordeur te komen. De gemeentelijke wijkteams zijn al een goede beweging, maar het gaat ook om interesse bij omstanders, om willen weten.”

Veilig Thuis is al bezig met het verbeteren van de registratie en het werken volgens vaste, landelijke protocollen. Maar volgens Bolhaar moeten medewerkers beter getraind worden in eenduidige registratie en het stellen van de juiste vragen. “Dat vraagt dat het ministerie en de Vereniging Nederlandse Gemeenten daar structureel budget voor vrijmaken.”  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden