Nationaal Rapporteur: Herhalingsrisico van zedendelinquent wordt niet goed beoordeeld

De Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, Corinne Dettmeijer, tijdens een persconferentie in Nieuwspoort.Beeld ANP

Het risico dat een zedendelinquent opnieuw de fout in gaat, wordt in Nederland niet goed ingeschat. Als deskundigen de rechter adviseren of een verdachte een behandeling nodig heeft of niet, gebruiken ze daarvoor vaak niet de internationaal erkende wetenschappelijke beoordelingsmethoden die er zijn. In plaats daarvan gaan zij op eigen inzicht af.

Volgens de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, die onderzoek deed naar het fenomeen, is er daardoor sprake van zowel onder- als overbehandeling van zedendelinquenten. En dat is in beide gevallen niet bevorderlijk voor de veiligheid van de maatschappij, concludeert de Nationaal Rapporteur Corinne Dettmeijer in het rapport ‘Gewogen Risico’.

De afgelopen weken ontstond veel onrust rond Michael P., de man die verdacht wordt van betrokkenheid bij de dood van de Utrechtse Anne Faber. De man zat een gevangenisstraf van twaalf jaar uit voor een dubbele verkrachting van twee tienermeisjes en een reeks gewelddadige afpersingen in 2010. Omdat het einde van zijn straf in zicht was, was P. aan het terugkeren in de maatschappij. Dat deed hij in een forensische psychiatrische instelling in Den Dolder – waaruit blijkt dat betrokken deskundigen het nodig vonden hem te behandelen voordat hij vrij zou komen.

Dat hij destijds door de rechter alleen gevangenisstraf kreeg opgelegd en geen behandelverplichting, komt doordat P. niet wilde meewerken aan het onderzoek in het Pieter Baarn Centrum. Deskundigen konden daardoor geen oordeel geven over eventuele stoornissen. Hoewel het de rechter in zo’n geval vrijstaat toch een behandeling te verplichten, gebeurt dat vaak niet.

'Weigerende verdachten krijgen vaak een te lichte behandeling'

Het rapport van de Nationaal Rapporteur gaat niet over de zaak P., maar laat in algemeenheid zien wat er in het Nederlandse systeem misgaat bij het inschatten van het recidivegevaar. En dat blijkt vooral problematisch bij verdachten die niet meewerken aan het onderzoek. Die groep krijgt daardoor relatief vaak een te lichte behandeling opgelegd, aldus Dettmeijer.

Dit terwijl juist in die gevallen de wetenschappelijke methode die in Nederland amper wordt toegepast, uitkomst biedt. In die methode worden volgens een vast stramien allerlei factoren gescoord waarvan bekend is dat ze invloed hebben op de kans op herhaling. Een gesprek met de verdachte is daarvoor niet altijd nodig. Een deskundige kan zich ook baseren op het strafrechtelijke dossier, door bijvoorbeeld te kijken naar iemands strafblad, het verleden met relaties of eventuele verslaving. Volgens de Nationaal Rapporteur volgt dan een relatief betrouwbare score over het recidivegevaar.

In plaats van die methode te gebruiken, doen gedragsdeskundigen in veel gevallen helemaal geen uitspraak over de kans op herhaling – dat gebeurt in 47 procent van de zaken. In nog eens 22 procent van de gevallen wordt het recidiverisico ingeschat zonder instrumenten, maar alleen op basis van gesprekken. En als er door de Nederlandse deskundigen wel een wetenschappelijk instrument wordt ingezet, dan gebruiken ze vaak niet de methode van scoren, maar komen ze zelf tot een conclusie.

Dettmeijer zegt het te betreuren dat in Nederland niet de juiste instrumenten worden ingezet, terwijl die wel beschikbaar zijn. Bekend is dat ongeveer twaalf procent van de zedendelinquenten ooit opnieuw een zedenmisdrijf pleegt. Het is aan deskundigen en de reclassering om de rechter te adviseren bij wie dat risico groot dan wel klein is. Uiteindelijk moet dat leiden tot de juiste behandeling, en dus tot het verkleinen van de kans dat iemand nieuwe slachtoffers maakt, aldus Dettmeijer.

Lees ook de opiniebijdrage van advocaat R.P. de Boer over dit onderwerp. Hij stelt dat rechters, zodra er geen psychiatrisch rapport is over de geestestoestand van de verdachte, niet snel bereid zijn tbs op te leggen - terwijl dit wel mogelijk is. "Had in het geval van Michael P. niet het gezonde, academisch geschoolde verstand van de rechter moeten prevaleren boven de veiligheid (het ingedekt zijn van zijn oordeel) door middel van een psychiatrisch rapport?" 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden