Nationaal Jeugdorkest haalt met Roberto Benzi heel respectabel niveau

AMSTERDAM - Traditiegetrouw sluit het Nationaal Jeugdorkest zijn zomertoernee af in het Amsterdamse Concertgebouw. Na optredens in het op dit moment met Europese cultuur overladen Spanje zat het zaterdagavond in blakende welstand op het podium van de helaas maar half gevulde grote zaal, om onder zijn nieuwe chefdirigent Roberto Benzi een zwaar programma op hoog niveau af te werken.

Benzi is sinds een jaar muzikaal verantwoordelijk voor de verrichtingen van dit een paar keer per jaar uit muziekstudenten gerecruteerde ensemble. Zijn voorganger Adam Gatehouse is er in zijn negen jaren als chef in geslaagd het orkest naar een professionele status op te werken, waarin geen enkele speeltechnische uitdaging uit de weg werd gegaan en met grote regelmaat gesproken mocht worden van artistieke topprestaties die zich konden meten met die van de betere fulltime orkesten.

Een aantrekkelijke basis om op verder te borduren, maar ook een gevaarlijke, zoals in de tweede helft van het concert heel voorzichtig bleek. Gatehouse gaf zichzelf en zijn musici nooit iets cadeau en ging er terecht vanuit dat elk programma van de grond af moest worden opgebouwd, omdat hij in dit aan sterke doorstroming onderhevige orkest steeds met nieuwe onervaren mensen te maken had. Hij wist een grote discipline, alerte speelcultuur en vaak opvallende klankschoonheid tot vaste maatstaf te maken, maar dat niveau moest wel steeds opnieuw bevochten worden.

In de symfonische fantasie 'Harold in Italie' plukt Benzi overduidelijk de vruchten van dit beleid en wist daar een heel nieuw elan aan toe te voegen. Zo soepel, prachtig helder van klank, meeslepend in de melodische rijkdom van Berlioz, stralend en evenwichtig in diens orkestrale pracht heb ik het orkest zelden gehoord. Als prettige bijkomstigheid werd mijn jarenlange reserve tegenover deze partituur nu omgezet in bewondering en enthousiasme, waarvoor solist Jurgen Kussmaul zeker mede verantwoordelijk was. Hij zette de zware altviool-solo met feilloze precisie neer, zonder enige behoefte om meer te willen schitteren dan Berlioz aan deze obligate partij had toebedeeld. Kussmaul maakte zichzelf volstrekt onderdeel van het orkest, heel integer en uiterst muzikaal. en dus met dit opmerkelijke resultaat.

De tweede helft van dit pogramma was aan Bartok gewijd. Diens concert voor orkest blijft een van de belangrijkste toetsstenen voor elk orkest, zowel in technisch als in muzikaal opzicht. Benzi dirigeerde met grote gebaren, met overzicht en zwier, met evenveel gevoel voor de demonische kanten van de muziek als voor de meer speelse, zoals in de prachtig geslaagde dans der paren van het tweede deel.

De totaal-indruk viel dus zeker heel positief uit, maar een reeks details deed bij mij een vaag gevoel van onrust ontstaan. Inzetten en intonaties in het koper waren lang niet altijd zuiver, het klankevenwicht in het hele orkest evenmin. Met zijn thematische materiaal schuift Bartok voortdurend door alle orkestgroepen heen en daar vielen nu een paar maal zwarte gaten, omdat Benzi de juiste groep niet voldoende uitlichtte. Ik vrees dat hij hier toch teveel vertrouwde op de absoluut niet geringe capaciteiten van zijn musici en vergat dat ook de puntjes op de i moeten worden gezet.

Met de opwindend gespeelde Roemeense volksdansen als uitsmijter bleef het optreden toch op een heel respectabel niveau, en ik hoop oprecht dat mijn lichte kritiek volgende keer opzij gezet kunnen worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden