Naschrift / Niet beroemd, toch interessant

Een necrologie gaat niet over de dood maar verhaalt juist over de bijzonderheden van het leven van de overledene.

’Heb je mijn necrologie al geschreven? Mag ik ’m zien?” Jaren voor zijn ontijdige dood stelde John Lennon die vraag aan een muziekjournalist.

Lennons vraag zegt iets over de mate waarin de obituary (in goed Nederlands: de necrologie, het ’stukje in de krant bij iemands overlijden’) in Engeland is ingeburgerd. Wie daar ook maar enigszins beroemd is, weet zeker dat de tekst al klaarligt waarmee hij of zij na overlijden herdacht zal worden.

Britse kranten doen daar veel aan. Veel dagbladen in Engeland hebben elke dag een, zo niet twee pagina’s met necrologieën. Ze hebben er ook flinke, aparte obit-redacties voor. Zo heeft de Daily Telegraph een ploeg van vijf redacteuren en tien medewerkers. Sommige kranten – The Times, bijvoorbeeld – voegen een vleugje mysterie aan de tekst toe door externe auteurs lang tevoren al om een necrologie van collega’s te vragen – maar die naam bij de uiteindelijke verschijning niet te vermelden.

Vertaald naar het Nederlands taalgebied zou dat betekenen dat Hugo Claus de vraag krijgt om alvast de necrologie van Harry Mulisch te schrijven, die te zijner tijd anoniem wordt afgedrukt. Dat maakt van een necrologie nog wat sterker a conversation piece: de lezer vraagt zich af welke beroemde A de dode B verbaal heeft afgelegd.

Engelse obits hebben een zekere faam omdat ze, zo gaat althans het verhaal, zo buitengewoon prikkelend en geestig geschreven zouden zijn, niet gehinderd door onnodige eerbied die karakterfouten wegcensureert. Dat is soms waar, maar niet altijd. Toen in 1998 de bisschop van Edmonton overleed, Brian Masters, hield The Independent het er, vrij verhullend, op dat ’zijn parochianen hem eerder respecteerden dan aardig vonden’.

The Times zei het beduidend harder: „Hij was geen begenadigd predikant, het beste dat van zijn preken gezegd kan worden is dat zij meestal kort waren.”

Het is ook een mythe dat ’de’ Angelsaksische obit altijd zo diep in aard en hebbelijkheden van de overledene doordringt. Neem de necrologie voor Mariska Veres, ooit de leadzangeres van Shocking Blue, dat in 1970 de wereld veroverde met ’Venus’. Begin december 2006 overleed zij; half december wijdde The Times een necrologie aan haar. Na wat zinnen over haar memorabele verschijning volgt de zin die het diepst in haar karakter graaft: „Buiten het podium viel ze meer op door haar milde, gereserveerde manier van doen, en – in sterk contrast met het imago van de jaren zeventig-rockchick – rookte ze niet, gebruikte ze geen drugs en dronk ze nooit iets sterkers dan thee.”

Minstens zo boeiend, maar minder bekend dan de traditie van Engelse kranten, is die van sommige Duitse. Die zoekt het veel minder in het portret van Bekende Mensen en evenmin in, al dan niet dwangmatige, geestigheid. Daar gaat het om onbekende mensen, over wier niet eerder vertelde levens wordt verhaald.

Zo staan nooit beroemd geworden inwoners van Berlijn in Der Tagesspiegel geportretteerd op een manier waarvan je als lezer niet alleen denkt: ’Die had ik best willen kennen’, maar ook ’Tja, zo is het leven soms’. Ver buiten Berlijn zijn die stukjes reden om op donder- en vrijdagen een exemplaar van die krant te kopen, wanneer de Nachrufe-pagina’s erin staan. Een supporter van de Köpenickse voetbalclub Union die vanaf een balkon doodvalt; een excentrieke natuurkundige met een fotografisch geheugen; een mislukte meubelmaker die zijn draai pas vindt wanneer hij oude volksmuziek ontdekt en de bijbehorende instrumenten gaat bouwen. Geen mensen die ooit de voorpagina van enige krant gehaald hebben, maar wel levens die de moeite waard zijn om opgetekend te worden. Want al betreft een necrologie iemand die op dat moment dood is, de tekst gaat over diens leven.

In Nederland wordt ook alweer een paar eeuwen op krantenpapier herdacht – zo lang er kranten bestaan. Het begon, uiteraard, met hooggeplaatsten: zomer 1750 hield de Opregte Groningse Courant ziekbed en overlijden van de koning van Portugal, Johan V (’de Prachtlievende’) bijvoorbeeld nauwgezet bij.

Necrologieën van beroemde mensen zijn er nog altijd, maar de laatste jaren is de grotere aandacht voor het leven van ’gewone’ Nederlanders. Zij worden anno nu interessant genoeg geacht om de pers te halen. Zo hebben Elsevier (met ’Leven & Dood’) en de Volkskrant (met ’Uit het leven’) wekelijks een necrologierubriek. Als eerste Nederlandse krant begint Trouw nu, op woensdag, met een wekelijkse necrologiepagina. De bedoeling is om op die pagina zowel het bijzondere levensverhaal van volstrekt onbekenden te plaatsen als de necrologie van mensen die ’maar een klein beetje beroemd’ zijn – bijvoorbeeld omdat hun prestatie bekender is dan hun naam. Zo heeft iedereen talloze ballpoints in huis, maar wie heeft paraat dat het een uitvinding is van de Hongaar László Bíró? Het is dat Bíró (1899-1985) alweer ruim twee decennia dood is, maar hij zou zeker op de wekelijkse pagina hebben thuisgehoord.

Voor leden van het koninklijk huis, gezichtsbepalende politici, artiesten op de grote podia, helden van de groene mat en het witte doek blijven we de dag na overlijden plaats inruimen. Wie bij leven iets minder in de spotlights heeft gestaan, komt op woensdagen op de nieuwe pagina 'Naschrift’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden