Nanjing is China's symbool van Japanse wreedheid

Morgen, 77 jaar na dato, is er voor het eerst een nationale herdenking van het bloedbad dat Japan aanrichtte in de Chinese stad Nanjing. Het tekent de beroerde verhouding tussen de landen: Peking wil een symbool hebben van het Japanse militarisme.

Wie wil weten waarom de relatie tussen China en Japan zo ongemakkelijk is, moet de metro nemen naar station Yunjinlu in Nanjing, en dan uitgang 2. Bordjes wijzen de weg naar 'De herdenkingshal voor de slachtoffers van het bloedbad van Nanjing door de Japanse invasiemacht'.

En zodra je bij de herdenkingshal arriveert - meer dan een hal: een terrein met standbeelden, waterpartijen, bomen, een stenen vlakte en een museum - kan over de slachtoffers ook geen misverstand meer bestaan, in elk geval niet over hun aantal. Het staat direct bij de ingang in grote cijfers: 300.000. En niet alleen daar, overal keert het terug, ook in letters uitgeschreven en dat in verschillende talen: Vittime trecento mila, Opfer drei hundert tausend, Victimes trois cents mille.

Dit monument herdenkt niet alleen, het klaagt ook aan. Hier wordt een boodschap aan de Chinese bezoekers gebracht - 'Leve de onverwoestbare geest van het Chinese volk', lezen we - maar ook aan Japan: 'Deze handen, ten hemel geheven in een poging om te overleven, vormen een aanklacht tegen de onmenselijke moordpartij door de Japanse agressor.'

Het bloedbad van Nanjing - ook bij Chinezen bekend onder de Engelse term 'massacre' - vormt het historische dieptepunt in de verhouding tussen China en Japan, maar het woord 'historisch' is misschien niet helemaal juist. De gebeurtenissen uit 1937 zijn weliswaar verleden tijd, maar zolang ze in Japan betwist worden, blijft men er in China over spreken alsof ze gisteren plaatsvonden.

Nanjing was in de jaren dertig van de vorige eeuw de hoofdstad van China, en werd door Japan veroverd op 13 december 1937, tijdens de Tweede Chinees-Japanse oorlog. Op de val van de stad volgden zes weken van nietsontziend geweld, gericht tegen krijgsgevangenen en burgers, een periode die ook wel 'De verkrachting van Nanjing' wordt genoemd.

Het is niet zomaar een metafoor; verkrachtingen waren een belangrijk element in het terroriseren van de bevolking. Naar schatting 20.000 meisjes en vrouwen werden het slachtoffer. Als ze vervolgens niet als troostmeisjes ter beschikking werden gesteld aan de Japanse soldaten, werden ze veelal vermoord; er zijn foto's van dode vrouwen met bamboestokken in hun vagina.

In totaal kwamen, volgens het Chinese Nanjing Oorlogsmisdaden Tribunaal (1946), in zes weken meer dan 300.000 mensen om het leven. Foto's van de verschrikkingen - onthoofdingen, executies met bajonet, het levend begraven van mensen, de rivier de Jangzi vol lijken - vullen de wanden van het museum, waar de ene na de andere geschrokken schoolklas langs trekt. Het getal 300.000 is overal. Er wordt gesproken over 'een holocaust', een volstrekt on-Chinese term.

undefined

Skeletten

Verderop - het complex is zeer uitgestrekt - liggen skeletten van slachtoffers tentoongesteld. Maar niet alles hier is afschrikwekkend, er staat ook een groot standbeeld voor de vrede, en daarachter zuilen met de teksten die zijn uitgesproken op de jaarlijkse herdenkingsbijeenkomsten: 'Wij, het Chinese volk, zijn een vredelievend volk.' Sommige bezoekers dragen Chinese vlaggetjes, waarmee ze aansluiten bij een tekstbord in het museum: 'De geschiedenis van Nanjing is een belangrijk element in de patriottische educatie van het volk'. Dezelfde tekst veroordeelt 'pogingen om de herinnering aan deze beestachtige daden te verdraaien'. Overbodig te melden wie dergelijke pogingen ondernemen.

Alles wat in Japan wordt gedaan en gezegd om de verantwoordelijkheid voor het eigen verleden te relativeren, wordt in China met argusogen gevolgd. Het is niet het enige struikelblok tussen beide landen; de confrontatie rond de Diaoyu- of Senkaku-eilanden in de Zuid-Chinese Zee mag er ook zijn. Maar de moeizame omgang met de erfenis van de oorlog bepaalt wel de toon tussen Peking en Tokio, zegt Cao Dachen, hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Nanjing. "Het krenkt de Chinese gevoelens, en dat heeft gevolgen."

undefined

Keizer

Cao, die gespecialiseerd is in Japan en het land vaak bezoekt, ziet de Japanse houding als een welhaast noodzakelijke voortzetting van de mythes die de Japanners tijdens de oorlog in het leven riepen. Omdat ze na 1945 niet rigoreus afscheid hebben genomen daarvan, kampen ze nu met taboes die een 'Vergangenheitsbewältigung' naar Duits model in de weg staan.

Het is heel concreet, zegt Cao: "In 1946 heeft het Internationale tribunaal van Tokio, onder druk van de Verenigde Staten, de keizer uitgezonderd van vervolging. Japanse politici zijn bang dat dit weer ter discussie komt te staan als het verleden echt wordt onderzocht. Ze moeten vasthouden aan het idee dat de keizer overal buiten stond, anders stort hun hele verhaal in. En wat klopt er dan nog wel?"

Voor de huidige Japanse premier, Shinzo Abe, geldt dit in het bijzonder, zegt Cao; zijn grootvader van moeders kant, die tijdens de oorlog minister was, werd na de capitulatie gevangengezet, maar nooit berecht, en in 1948 vrijgelaten. Wat beweegt Abe als hij het Yakusuni-monument in Tokio bezoekt, waarom wil hij het Japanse leger meer bewegingsvrijheid geven, wat brengt hem ertoe het verschijnsel 'troostmeisjes' te minimaliseren? Cao ziet hierin 'rechts-extreem nationalisme', en hij trekt een rechte lijn naar het Japanse denken van toen.

undefined

Beschavingsmissie

"Kijk," zegt hij, "dit heb ik uit Japan meegenomen." Hij opent een map met prenten uit de jaren dertig, waarop te zien is hoe de Chinese bevolking Japanse militairen als vrienden verwelkomt. "De Japanners maakten elkaar wijs dat ze een beschavingsmissie uitvoerden - ze creëerden een nieuw Azië en bevrijdden de Chinezen van de Amerikanen en de Britten."

Dat Japanse soldaten wreedheden begingen tegen burgers, was voor het thuisfront onbestaanbaar. "Toen bij het Tokio-tribunaal het bloedbad van Nanjing werd behandeld, geloofden de Japanse kranten simpelweg niet dat het echt had plaatsgevonden."

Cao wil wel erkennen dat zowel China als Japan zich van oudsher beschouwen als de superieure natie in Azië, maar hij denkt dat de eigendunk in Japan toch net iets verder reikt. "Daar beschouwt men zichzelf als afstammelingen van de goden. Als de nummer 1 van het universum."

Het is alsof in China met het verstrijken van de tijd de last van het verleden groter wordt; het herinneringscentrum in Nanjing werd gebouwd in 1985, bijna vijftig jaar na dato, en het is sindsdien gestaag uitgebreid, met een voortdurende nadruk op het getal 300.000 - een argument in steen tegen Japanse auteurs die het dodental graag zo laag mogelijk schatten.

En dit jaar besloot de Chinese regering van de dertiende december een nationale herdenkingsdag te maken, ter markering van de dag waarop het bloedbad van Nanjing begon. Een regeringswoordvoerder verklaart dat dit 'noodzakelijk' was 'in de huidige omstandigheden'.

Ook hoogleraar Cao wijst op de verslechterde relatie met Japan om te verklaren waarom de geschiedenis van Nanjing steeds meer op de voorgrond wordt geplaatst. Een gevaar ziet hij er niet in; het is goed om de Chinese bevolking aan het verleden te herinneren, zegt hij, en het is zeker niet verkeerd om hetzelfde te doen voor de Japanners.

Hij kent genoeg Japanse historici die wel degelijk erkennen wat in 1937 is gebeurd, al hanteren ze verschillende schattingen van het dodental. Maar hij constateert ook dat anderen blijven proberen de geschiedenis wit te wassen, en dat de Japanse politiek daar gevoelig voor is. "De Chinese boodschap aan Tokio luidt: respecteer de feiten."

undefined

Conventionele strijd

Richtten Japanse militairen werkelijk een bloedbad aan in Nanjing? De burgemeester van de Japanse stad Nagoya, Takashi Kawamura, kan het zich niet voorstellen. Zijn vader diende in 1945 als soldaat in Nanjing en werd door de plaatselijke bevolking heel vriendelijk ontvangen - dat was onmogelijk geweest als de Japanners acht jaar daarvoor een massamoord hadden gepleegd in de stad.

Dus toen in 2012 een delegatie uit Nanjing op bezoek kwam in Nagoya - zustersteden sinds 1978 - maakte Kawamura van zijn hart geen moordkuil en vertelde hij de Chinese gasten dat er weliswaar gevochten was in hun stad, maar dat dat een 'conventionele militaire strijd' was geweest, geen bloedbad met verkrachtingen en moorden.

Sindsdien is de stedenband tussen Nanjing en Nagoya opgeschort. "De historische feiten van het bloedbad staan onomstotelijk vast," verklaarde het stadsbestuur van Nanjing.

'Nanjing is het belangrijkste symbool geworden van de Japanse barbaarsheid in de oorlog in Azië', schrijft Ian Buruma in zijn boek 'Wages of Guilt'. En dus is alles wat hieraan raakt extreem gevoelig. De Chinezen hechten, ook op overheidsniveau, grote waarde aan het slachtoffertal van 300.000 en hanteren dat als een mantra in alle documentatie over het bloedbad. In Japan woedt intussen een onophoudelijk debat over de vraag of er überhaupt iets onoorbaars heeft plaatsgevonden in 1937. En onder degenen die menen van wel, wordt getwist over de cijfers.

Het dodental van 300.000 werd al in januari 1938 genoemd, aan het einde van de zes weken durende geweldsexplosie, op basis van verklaringen van westerse getuigen, onder wie missionarissen. Bij het Nanjing-tribunaal in 1946 werd het getal uitgesplitst in 150.000 geregistreerde en 190.000 vernietigde lijken, waarbij men het totaal op de een of andere manier stelde op 300.000 in plaats van 340.000.

Omdat het ging om verschillende categorieën slachtoffers (burgers en krijgsgevangenen) die op verschillende locaties aan hun einde kwamen (binnen en buiten de stadsmuren van Nanjing) is het allerminst verwonderlijk dat de schattingen uiteenlopen.

undefined

Hoe rechtser...

In Japan hanteren historici over het algemeen veel lagere cijfers dan in China, variërend van 10.000 tot 20.000 doden, al zijn er ook die de Chinese lezing geheel onderschrijven en uit solidariteit regelmatig het herdenkingscentrum in Nanjing bezoeken. Maar een rechtse auteur als Tanaka Masaaki, schrijver van het boek 'De fantasie van het bloedbad van Nanjing', voerde bijvoorbeeld aan dat de Japanse volksaard zich helemaal niet leende voor massamoord. "Anders dan in Europa of China vindt men geen enkel geval van geplande, systematische moord in de gehele geschiedenis van Japan."

Zo is Nanjing in Japan evenzeer een symbool geworden als in China; de houding jegens '1937' verraadt waar men politiek staat. Hoe rechtser en nationalistischer, hoe meer twijfel aan de feitelijkheid van het bloedbad. Buruma: "Voor links, en ook voor veel liberalen, is het bloedbad van Nanjing hét symbool van het Japanse militarisme, gesteund door de verering van de keizer. De nationalisten kiezen de tegenovergestelde positie. Om het ware karakter van Japan te herstellen, moet de keizer weer het religieuze hoofd van de natie worden en Japan weer een legitieme militaire macht. Het bloedbad van Nanjing, of elk ander voorbeeld van extreme Japanse agressie, moet daarom worden genegeerd, afgezwakt of ontkend."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden