Review

NANCY KRICORIAN - 'Armeniers wachten nog steeds op Turkse excuses'

Half struikelend komt ze de lounge van haar hotel binnenvallen. Een druk publiciteitsprogramma en een hardnekkige jetlag beginnen hun tol te eisen. Maar de Armeens-Amerikaanse Nancy Kricorian (1960) weet zich snel te herstellen. Als literaire scout voor een aantal grote Europese uitgeverijen beseft ze maar al te goed wat de promotie van een nieuwe roman met zich meebrengt: “Ik hang dagelijks uren aan de telefoon om contacten te leggen, informatie te geven en te praten over voorschotten en marketing budgets”, zegt ze, terwijl ze zich opmaakt voor haar zoveelste schrijfinterview. Sinds ze enkele maanden geleden zelf als schrijfster debuteerde, heeft ze ook de andere kant van de medaille leren kennen.

'Zabelle', in het Nederlands vertaald onder de titel 'Armeense ogen', is een terugblik op het bewogen leven van Zabelle Chahasbanian, een vrouw die in grote lijnen getekend is naar Kricorians grootmoeder. Als ze haar leven ten einde voelt lopen, wordt ze bestookt door de spoken uit het verleden, met name de herinneringen aan de massamoord op de Armeniërs door de Turken in 1915, tijdens de nadagen van het Ottomaanse rijk. Uitgeweken naar de Syrische woestijn, slaagt ze er ternauwernood in om samen met een aantal lotgenoten aan de hongersdood te ontsnappen. Ze belandt in een weeshuis in Istanbul waar ze zich een Turkse naam moet aanmeten, wordt geadopteerd door een welgestelde familie en uitgehuwelijkt aan een Armeense kruidenier, die in Amerika woont. Ze krijgt drie kinderen, van wie de oudste, Moses, de naam krijgt van een man op wie ze heimelijk verliefd is. Maar het is juist deze zoon die zich van zijn familie distantieert en in Californië een carrière als televisiepredikant opbouwt. De enige bij wie ze haar hart kan uitstorten is haar vriendin Arsinee Manoogian, die zij als kind in de woestijn ontmoet heeft en die door een grillige speling van het noodlot in hetzelfde Amerikaanse plaatsje terecht is gekomen waar ook Zabelle zich heeft gevestigd.

“Dat laatste lijkt misschien een fictionele kunstgreep”, zegt Kricorian, “maar het is mijn grootmoeder wel degelijk overkomen.” De plaats van handeling, Watertown Massachusetts, is ook doelbewust gekozen: Kricorian groeide er zelf op. Met zijn vier Armeense bakkers, drie Armeense kerken en twee Armeense culturele centra op een bevolking van 40 000 mensen waarvan eenderde van Armeense afkomst is, is het een typisch voorbeeld van de hechte gemeenschap die de Armeniërs met name in de randgemeenten van de grote kunststeden in Amerika vormen.

“Voor mij als beginnend schrijfster is het ideaal”, zegt ze lachend. “Er wonen zo'n 900 000 Armeniërs in de Verenigde Staten en overal waar ik tijdens mijn promotietournee kom, zit de zaal vol 'homies', dat is een heel vertrouwd gevoel.” In Amsterdam, met een Armeense gemeenschap van zo'n 6000 man, had ze eenzelfde ervaring: “Je herkent die gezichten onmiddellijk en je merkt dat het boek veel losmaakt bij de mensen. Het haalt herinneringen naar boven aan hun eigen ervaringen met de genocide die in 1915 plaats vond.”

Ik laat haar een recent artikel uit de New York Times zien, waarin wordt gesuggereerd dat de Turkse Armeniërs er geen behoefte aan hebben om die historische gebeurtenissen weer op te raklen. Ze lacht schamper: “Ik ken dat verhaal: gelukkige tijden in Istanbul! De werkelijkheid is dat de Armeense kerk nog steeds tegenwerking ondervindt en dat er in de media anti-Armeense propaganda wordt gemaakt. Je kunt wel zeggen dat ze het in vergelijking met de Koerden betrekkelijk goed hebben, maar vergeet niet dat van de twee miljoen Armeniërs uit het begin van de eeuw er nog maar 70 000 over zijn in Turkije. Die wonen nu bijna allemaal in Istanbul, waar ze in verband met de aanwezigheid van veel Europeanen nu met rust worden gelaten.”

“In datzelfde artikel wordt beweerd dat de omstandigheden waaronder destijds die massamoord heeft plaatsgevonden nog steeds niet helemaal duidelijk zijn. Onzin. Dat heeft alles te maken met het feit dat de Turkse regering miljoenen dollars betaalt aan lobbyisten en politieke relaties om systematisch te ontkennen wat er gebeurd is. Voor alle Armeniërs die ik ken, liggen die zaken volstrekt helder. De tragiek is dat er indertijd anderhalf miljoen mensen zijn vermoord en doodgehongerd, maar dat er 83 jaar later nog steeds volledig ontkend wordt dat het hierbij om een georganiseerde overheidscampagne ging. Dat maakt het zo moeilijk te verdragen en als ik eraan denk wat mijn grootmoeder en al haar lotgenoten allemaal hebben moeten meemaken doet het mijn bloed nog steeds koken. Het argument van de Turkse overheid dat ze de Armeniërs moesten deporteren omdat ze samen zouden zweren met de Russen is ook onzinnig, omdat ook de mensen die niet in Anatolië maar in het kustgebied woonden, mijlenver van Rusland verwijderd, eenzelfde behandeling te verduren kregen.”

“Duitsland heeft in ieder geval tegenover de wereld schuld bekend ten aanzien van de genocide op de joden, maar Turkije heeft dat nooit gedaan. De verachting die mijn volk ten deel is gevallen, het besef als ongedierte vertrapt te zijn is een bittere erfenis die heel diep zit, zelfs bij de mensen van mijn generatie. Mijn grootmoeder heeft er nooit met haar eigen kinderen over gesproken omdat het te pijnlijk was en een te grote last op de schouders van haar kinderen zou leggen. Tegenover haar kleinkinderen heeft ze er wel over gepraat, daarom is het niet verwonderlijk dat die generatie, waar ik ook toe behoor, het nu op papier kan zetten.”

Net zoals andere volkeren die eeuwenlang onderdrukt zijn geweest en zich noodgedwongen over de aardbol hebben verspreid, kennen de Armeniërs een sterke saamhorigheid, die zich onder andere uit in allerlei culturele activiteiten, waarbij de eigen taal een belangrijke rol speelt. Ook de kerk - de meeste Armeniërs zijn christenen - speelt een belangrijke rol in het beleven van de gemeenschappelijke identiteit. Van een uniforme eredienst is overigens geen sprake: “Je kunt de Armeense kerk het best vergelijken met de Russisch- of Grieks-orthodoxe kerk”, legt Kricorian uit. “Zelf groeide ik op in de Armeense Broederschapskerk, een protestante variant die aan het eind van de negentiende eeuw geïntroduceerd werd door zendelingen uit New England, die vergeefs hadden geprobeerd de moslims te bekeren. Toen ik een jaar of zeven was, hadden ze in Watertown een doopsgezinde predikant uit het zuiden ingehuurd, die als twee druppels water op Billy Graham leek. In de periode daarvoor had hij in New York City gewerkt bij het 'Jews for Jesus'-genootschap! De geloofsopvattingen bestonden ook uit een merkwaardig samenraapsel van puriteinse opvattingen, afgedekt met een laagje Armeense mystiek. Maar ondanks de verschillen in de kerk toch een sterk bindende kracht binnen onze gemeenschap.”

Het is ondertussen een hele opgave de eigen identiteit te handhaven binnen een cultuur die zo alomtegenwoordig aanwezig is als de Amerikaanse. Vooral bij de jongere generatie ligt het gevaar van veramerikanisering voortdurend op de loer. “Als kind”, vertelt Kricorian, “wilde ik eerst ook niet naar de Armeense school gaan, je zet je af tegen je ouders - zoals Moses in mijn roman - en wilt Amerikaanser zijn dan de Amerikanen. Pas op latere leeftijd heb ik les genomen om de taal onder de knie te krijgen. Dat valt niet mee, want ik zit nog steeds op kleuterschoolniveau!”

“Toch denk ik niet dat de Armeense taal op sterven na dood is: het is nog steeds zo dat alle kerkdiensten in het Armeens worden gehouden en de taal krijgt steeds weer nieuwe impulsen door de recente immigratiegolven zoals die van de Armeniërs uit Beiroet aan het eind van de zeventiger jaren en de mensen uit de voormalige Sovjetrepubliek Armenië. Bovendien heeft het begrip 'roots' de laatste decennia enorm aan populariteit gewonnen. Mensen schamen zich niet meer voor hun afkomst, het is zelfs op een bepaalde manier 'chic' geworden. Je vindt dat ook terug in de literatuur: kijk maar naar het werk van Maxine Hong Kingston, Toni Morrison en Louise Eldrich. Dat mijn roman is verschenen bij een bekende uitgeverij is niet zo verbazingwekkend: het is duidelijk gebleken dat er een behoorlijke markt is voor boeken waarin ethnische identiteit een belangrijke rol speelt.”

Kricorian doet geen moeite haar achtergrond te verloochenen: de scout kijkt voortdurend over de schouder van de schrijfster mee. Met ontwapenende nuchterheid kan ze haar literaire ambities relativeren: “Na mijn studie Franse literatuur heb ik me op Columbia University gestort op het schrijven van poëzie. Daar is natuurlijk geen droog brood mee te verdienen. Als scout ben je meer met de zakelijke kant van het literaire bedrijf bezig. Nu is dat soms wat pijnlijk, want ik weet precies wat de bedragen zijn die sommige andere debutanten kunnen incasseren, zelfs voor romans die nog geschreven moeten worden! Als ik dat met mijn eigen voorschotten vergelijk... Ach, het houdt je wel met beide benen op de grond. Vanuit mijn marketing-achtergrond heb ik er overigens wel vertrouwen in dat mijn roman zijn weg zal vinden. Er is op de eerste plaats een Armeens publiek voor, ten tweede zit er vaart in het verhaal, zodat je het uit wilt lezen en tenslotte is er een goeie markt voor fictie die geschreven is door vrouwen.”

“Over de literaire betekenis op langere termijn valt eigenlijk geen zinnig woord te zeggen. Het klinkt misschien hard, maar je maakt gewoon onderdeel uit van een grote industrie. Boeken zijn net als worstjes op een lopende band - okay, ik weet dat het een weinig verheffende vergelijking is, maar toch - en de productie is gigantisch. Er kan maar heel even aandacht aan dat worstje besteed worden, dus je moet alles uit de kast halen op dat ene moment dat er naar gekeken wordt! Het is wel treurig, maar zo werkt het en je wilt toch dat jouw worstje het beste is!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden