Naïeve muziek zonder ironische poses

SEIJE SLAGER

Wanneer verloor de popmuziek definitief haar onschuld? Misschien wel in 1966, toen Frank Zappa de illusie van binnenuit opblies, met het album 'Cruising with Ruben & The Jets', waarop hij de doo-wop muziek uit de jaren vijftig op sardonische wijze ontleedde.

Zelf liet Zappa in het midden of die plaat een parodie of een eerbetoon was. Maar wie hem eenmaal beluisterd heeft, kan niet meer met een onbevangen oor naar de naïeve popmuziek uit de jaren vijftig luisteren. Die krijgt gelijk cynische bijgedachten bij de emoties en situaties die daarin worden bezongen, en muzikaal omlijst. Klinkt er een arrangement dat een onbezorgd autoritje suggereert, dan herinner je je automatisch hoe Zappa een vergelijkbaar arrangementje droogjes voorzag van de tekst 'Cheap thrills in the back of my car'.

Iets van dat cynisme zit op voorhand ook in je oordeel als je anno 2011 geconfronteerd wordt met een 'meidengroep'. Niet een band die toevallig uit vrouwelijke muzikanten bestaat, zoals Warpaint, maar een band die nadrukkelijk lijkt te dwepen met naïviteit en onbevangenheid. Zoals de vier Noorse dames van Razika, allemaal geboren in 1991, die zich op hun zojuist verschenen debuut 'Program 91' uitputten in zomerse niets-aan-de-hand-pop.

Dat soort meidenpop behoort tot een ver verleden, een Eden waar we omstreeks 1966 uit verdreven zijn. Je bent tegenwoordig geneigd om meidengroepen in een van de twee hoofdcategorieën in te delen. Aan de ene kant heb je de groepen die niet meer zijn dan een instrument in de handen van producers die hun hapklare muzikale sentiment aan de man willen brengen - het gemakzuchtige sentiment dat Zappa ooit deconstrueerde. En dan heb je de groepen die juist een ironisch of politiek statement willen maken door terug te grijpen op de naïeve muziek van weleer. Maar dan zijn ofwel de teksten ineens heel feministisch, ofwel zijn de Phil Spector arrangementjes door een punkfilter gehaald.

Maar dan Razika. Al vrij snel op 'Program 91' komt een cover van 'Why have we to wait' voorbij, een nummer van de Noorse sixtiesgroep The Pussycats. Het wordt met zo- veel verve gebracht dat je de vier dames pardoes van authenticiteit verdenkt.

Terwijl je de rest van de plaat voorbij hoort komen, laat je langzaam je cynisme zakken, en raak je steeds meer in de ban van het muzikale brouwsel dat Razika hier opdient. Ze grijpen niet in de eerste plaats terug op de jaren zestig, er zit ook heel veel skapop in hun sound: in het intro van 'Nytt på nytt' wordt tamelijk opzichtig teruggegrepen op The Specials. Daarnaast horen we wat Lily Allen terug, en ja, toch ook een vleugje Warpaint.

Het gaat allemaal net goed, als je de dames zo hoort spelen. Ze wisselen Noors met rammelend Engels af, en muzikale virtuozen zijn het ook niet. Maar wat je daarbij ook voor ze inneemt, is dat ze weigeren de kaart te spelen van het 'charmant rammelende bandje': ze lijken daadwerkelijk hun best te doen om strakke arrangementen neer te zetten, en daar net voldoende in te slagen om ermee weg te komen.

Naïeve muziek zonder ironische poses dus. En daardoor onweerstaanbare muziek.

Zou het lang duren? Straks gaan ze heel veel toeren, en leren ze hun instrumenten veel te goed bespelen. Of cultuursociologie studeren aan de universiteit, en gaan ze dubbele lagen in de teksten inbouwen.

Ach, waarschijnlijk doen ze dat al lang, ik versta geen Noors. Maar in dat geval laat ik me graag in de maling nemen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden