Nahr el-Bared wacht op de slag

Het Palestijnse vluchtelingenkamp Nahr el-Bared moet als waarschuwing dienen voor de andere kampen: laat dit soort groeperingen niet toe.

Bij de noordelijke ingang naar het kamp Nahr el-Bared staan soldaten op wacht. Enkel ziekenauto’s mogen naar binnen. „We zijn bezig de duimschroeven wat strakker aan te draaien”, zegt een luitenant. Hij draagt geen strepen. „Ze hebben scherpschutters, ze halen de officieren er zo uit.”

Het is ’rustig’. In de verte klinkt een mitrailleurgeweer. De luitenant wacht op orders om het kamp te bestormen. Bij de zuidelijke ingang hebben ze vandaag geen vluchtelingen gezien. Naar schatting zijn meer dan de helft van de 40.000 Palestijnen het kamp inmiddels uit. Een advocaat is woensdag met dertien man in één auto ontvlucht „Wat er nog zit heeft geen vervoer”, denkt hij.

Het kamp, dat grenst aan de Middellandse zee, is nog geen vier kilometer lang, en amper een kilometer breed. Het leger heeft zich met tanks verdekt opgesteld in de akkertjes en het riet dat het kamp omgeeft.

Hij heeft geen contact met het kamp, want de mobiele telefoons zijn inmiddels leeg. Het kamp zit al dagen zonder water en elektriciteit.

De ravage in het kamp schijnt enorm te zijn. Een journalist die binnen is geweest, vertelt dat het hoofdkwartier van Fatah al-Islam weg is. „Het leger heeft met zwaar materieel geschoten. Het is één grote puinhoop.” Hoe soldaten daar binnen willen vallen is hem een raadsel. „Heb je die bepakking van ze gezien? Die raken knel in die kleine steegjes.”

Fatah al-Islam kwam zes maanden geleden voor het eerst het kamp binnen druppelen. Het begon met een klein kantoortje, al gauw namen ze een heel gebouw in beslag. Ze kwamen met wapens, en met geld.

De bewoners zeggen dat ze er weinig tegenin konden brengen. En trouwens, ze waren niet agressief. Ze gingen wel wat erg vaak naar de moskee. Nahr el-Bared is, omdat het jarenlang onder Syrische controle stond, het enige kamp in Libanon dat niet bewapend is. Alle andere kampen hebben hun eigen legertjes. Tot groot chagrijn van veel Libanezen. De burgeroorlog begon ooit omdat Palestijnse milities slaags raakten met christelijke milities.

Volgens Aboe Rafah, die ook woensdag het kamp ontvluchtte en nu met zijn familie in een school in het nabij gelegen kamp Beddawi slaapt, waren de leden van Fatah al-Islam vooral „Arabieren met een vreemd accent. Syriërs en Soedanezen, enzo. Er waren ook Libanezen bij, maar geen Palestijnen.” De soldaten bevestigen dat.

Syrië lijkt de splintergroepering te financieren. De leider, Sjaker el-Absi, zat twee jaar in een Syrische cel tot hij plots hier opdook. Voor Libanezen is het duidelijk: een Syrische gevangenis kom je niet zomaar uit.

Het lijkt erop dat de troepen die Osama Bin Laden ooit organiseerde in Afghanistan nu als religieuze huursoldaten de regio afstropen. „We hadden er één te pakken die ook in Irak en Tsjetsjenië had gevochten”, zegt de de luitenant.

Fatah al-Islam heeft aangekondigd te vechten tot de dood. Twee hebben zichzelf opgeblazen, twee anderen liggen sinds maandag dood langs de weg. Het Rode Kruis raakt ze niet aan vanwege de explosieven om hun middel. Het maakt de soldaten niet uit. „Al gaat het kamp tegen de grond, we krijgen ze te pakken.”

Hun boodschap naar de andere kampen is duidelijk: Zorg dat je dit soort groeperingen de kop in drukt, want anders doen wij het wel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden