Naema Tahir

Naema Tahir (Slough, Engeland, 1970) is schrijfster. Van 1996 tot 2003 werkte ze als juriste voor de ministeries van buitenlandse zaken, justitie en economische zaken en voor de Verenigde Naties. Tot maart 2006 was ze juriste mensenrechten voor de Raad van Europa in Straatsburg. In 2005 debuteerde zij als schrijfster met ’Een moslima ontsluiert’. Begin dit jaar verscheen haar tweede boek ’Kostbaar Bezit’.

Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

„Ik was verliefd op God. Ik bad zeven keer per dag, droeg wel eens een hoofddoekje in bed omdat ik dacht dat zoiets mij zuiver zou maken. Ik voelde een soort gloeiing als ik aan Hem dacht. Een onbereikbare liefde. Ik was niet zozeer bezig met de Koran, of met regeltjes, ik was vooral heel devoot. God was iemand die mij helemaal accepteerde zoals ik was.

Ik ben in Engeland geboren. Toen ik tien was verhuisden we naar Nederland. Op mijn veertiende vertrokken mijn moeder, mijn zusjes en ik naar Pakistan om vervolgens, twee jaar later, weer naar Nederland terug te keren. Wat was ik: Britse? Nederlandse? Pakistaanse? Ik denk dat ik, om mijn onrust te bedwingen, steeds religieuzer werd. Dan was ik in ieder geval een moslima, een meisje van God. Toen we voor de tweede keer naar Nederland verhuisden, begon ook mijn onvrede op te spelen. Ik ging naar het vwo, vond mezelf vreselijk, had liever blond willen zijn. Ik was timide. Voelde me verloren. Ontheemd. Maar ik was vooral woedend. Op mijn ouders, op mijn omgeving, op alles en iedereen – op den duur ook op God. Waarom moest mijn leven zo zijn? Ik begon een dagboek bij te houden waarin ik niet alleen over mijn woede schreef, maar ook citaten, songteksten en boektitels noteerde; ik denk dat die nieuwsgierigheid mijn redding is geweest. Ik durfde me te openen, aan mijn verwarring toe te geven. Ik zag de meisjes om mij heen. Ze haalden negens, maar baden nooit. Ze hadden vriendjes, dronken bier en aten kroketten maar waren niet bang voor de hel. Mijn beeld van goed en kwaad ging wankelen doordat ik werd geconfronteerd met wat empirisch waar was. Kijk maar: deze meisjes zijn ongelovig, maar toch gelukkig.

Uiteindelijk kwam er om praktische redenen een einde aan mijn devotie. Ik ging in een studentenhuis wonen en moest, omdat ik nog vijf keer per dag bad, ook vijf keer per dag naar de douche om mij te reinigen. Die douche bevond zich in de keuken. Toen een van de meisjes uit het huis daar op een gegeven moment een schampere opmerking over maakte, ben ik ermee gestopt. Gewoon, uit verlegenheid. De vraag die me daarna bezighield, was: wat stelt mijn religie eigenlijk voor als ik – na zeven jaar volledige devotie – stop met bidden omdat een of andere Hollandse trien me uitlacht? Hoe kon ik zo makkelijk die rituelen over boord gooien? Ik herinnerde me discussies met mijn vader waarin ik hem had aangespoord vaker te bidden. ’Ik aanbid God door voor jullie te zorgen’, zei hij. Dat kon ik eerst niet accepteren, maar beetje bij beetje ben ik zijn kant opgeschoven – om hem uiteindelijk voorbij te gaan. Ik volg een beetje de soefi-lijn. Geen Koran, geen imam, maar een directe relatie met God. Soefi’s zeggen: God, dat ben je zelf. Dat voel ik ook zo. De kracht ligt hier, in mijn hart, in mijn ziel. Van binnen.”

Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

„In Pakistan had ik een leraar Arabisch die tevens godsdienstlessen gaf. ’Afgoderij’, zei hij, ’is alles wat ervoor zorgt dat jij tijdens het gebed niet aan God denkt. Computer, televisie, muziek, lekker eten, jongens – alles’. Ik begreep wel dat mijn puberliefde voor Michael Jackson daar onder viel en ook het kijken naar ’Miami Vice’ – waarin veel geweld werd gebruikt – kwam mij ineens heel zondig voor. Televisie kijken was trouwens sowieso heel zondig. Wie een televisie kocht, haalde volgens onze leraar een varken in huis. Een onrein ding. Toch herinner ik me vooral de schok die zijn opmerking bij mij teweeg bracht. Zo maak je iedereen bang voor het leven, bang voor iedere menselijke ervaring. Hoewel hij ook maar een eenvoudige man was die door moest geven wat hij zelf ooit had geleerd, heeft die les zich toch in mijn geheugen vastgezet als een criminele daad.”

Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

„Ik weeg elke zin af. Ik kan, bijvoorbeeld, een personage ’Dood aan God!’ laten zeggen, maar ik kan ook schrijven dat haar geloof wankelde. Ik kies de taal die bij mij past. Schoonheid is altijd mijn uitgangspunt. Het zou mooi zijn als er, binnen de moslimcultuur, ook op die manier naar kunst gekeken zou worden. Niet langer beoordelen of iets goed of fout is, maar er de schoonheid van in proberen te zien. De moslimwereld heeft een Woody Allen nodig; iemand die zichzelf, als jood, kan relativeren. Je moet jezelf – en je geloof – op de hak durven nemen. Er is natuurlijk geen hiërarchie van vrijheden, maar ik denk toch dat de vrijheid van meningsuiting, van expressie, groter moet zijn dan de vrijheid van godsdienst. De vrijheid van religie zet je in een identiteit vast – die van al dan niet gelovige – de vrijheid van meningsuiting breekt je daaruit los. Er moet méér expressie komen zodat mensen zich er uiteindelijk ook minder door bedreigd gaan voelen. Nu voelen zij zich nog bedreigd doordat ze worden teruggeduwd in – en aangesproken op – hun identiteit. Als iemand mij op mijn twintigste ’vuile Pako’ noemde, werd ik razend. Nu doet het me niets. Naarmate ik mij meer ging bewegen in de bredere groep van de samenleving vielen steeds meer etiketten weg. Ik zocht verwantschap met ruimdenkende, intelligente, nieuwsgierige, openhartige mensen – daar wil ik bij horen. Dát is – naast de familie – mijn gemeenschap geworden. Ik ben getranscendeerd. Die etnische scheidingslijn zegt mij niks meer. Ik heb een Pakistaanse achtergrond, maar die bepaalt mij niet langer. Natuurlijk krijg ik klachten uit die groep: er zijn al weinig jonge, Pakistaanse schrijfsters, staat er eindelijk één op en wat doet ze? Ze schrijft over het verbod op vrouwelijke seksualiteit! ’Je geeft Pakistan een slechte naam!’ ’Er zijn te weinig tegengeluiden, wacht nog even met dit onderwerp.’ Maar als ik er nu niet over mag schrijven, wanneer dan wel? Ik had natuurlijk ook een grappig migrantenverhaaltje kunnen bedenken over de immigratieperikelen van een naar het Westen vertrokken vader, maar dit onderwerp houdt me nu eenmaal veel meer bezig. Het is een verhaal dat voor alle culturen geldt: zodra de vrouw gaat proeven aan haar seksualiteit, begint de man zijn macht te verliezen. Dáár wilde ik over schrijven. Die controverse zocht ik op.”

Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

„Drie jaar geleden ben ik voor het laatst op vakantie gegaan. We reden zevenhonderd kilometer, aan één stuk door, naar een plaatsje in Normandië waar we drie weken zouden doorbrengen. Na twee dagen zei ik tegen mijn man: ’Ik moet terug naar Den Haag. Ik heb nog zoveel dingen te doen’.

Ik kom niet tot rust. Ik móet bezig zijn. Voor een deel heb ik dat van mijn ouders meegekregen. Ze hadden het niet al te breed en moesten, om hun zes kinderen groot te kunnen brengen, altijd hard werken. Maar het heeft ook met mijn eigen worsteling te maken: door al die migraties liep ik een taalachterstand op. Toen we voor de eerste keer naar Nederland kwamen, zat ik op mijn tiende tussen de 8-jarigen. Een paar jaar later gebeurde in Pakistan precies hetzelfde en toen ik, terug in Nederland, op het vwo ook nog een keer bleef zitten was er uiteindelijk een verschil van drie jaar. Drie jaar! Dat voel je elke dag. Iedere schooldag was een confrontatie met mijn achterstand. Die móest ik wegwerken. Doorgaan. Niet stoppen. Die onrust ben ik nooit meer kwijtgeraakt.”

Eer uw vader en uw moeder

„Je kunt je ouders alleen eren door voor jezelf te kiezen, door je eigen weg te vinden. Ja, desnoods tot hun verdriet. Als je het leven leidt dat zij zich voor jou hadden gewenst – en ongelukkig bent – zal hun verdriet alleen maar groter zijn.

Ze hadden graag gezien dat ik met een Pakistaan uit de Punjab was getrouwd, dat ik een keurig baantje op een kantoortje had gevonden, kinderen had gekregen die we in het weekend bij hen zouden brengen. Dat we met z’n allen naar klassieke Punjabi-films zouden kijken en gelukkig zouden zijn. Toch geloof ik dat ze mij inmiddels wel accepteren zoals ik ben. We hebben ook weer contact, op mijn manier. Ik zorg ervoor dat ik, via een broer of zus, altijd weet hoe het met ze gaat, of ze iets nodig hebben. Toen mijn oma onlangs overleed, heb ik gebeld en met beiden gesproken.

Ik mis hen niet op een fysieke manier. Ik mis de dingen die mij een warm gevoel gaven. Mijn moeders keuken. De dichterlijke kant van mijn vader* toen ik hem vertelde te gaan schrijven en vroeg of ik zijn twee favoriete poëziebundels – samen met een woordenboek Urdu-Engels, de belangrijkste werken uit zijn bibliotheek – mocht lenen, heeft hij me die twee boeken, die al veertig jaar bij hem in de kast stonden, geschonken. Op dat moment zag ik geen moslim, misschien zelfs geen vader, ik zag alleen maar liefde en schoonheid. Dát is het contact dat ik soms mis.

Toen ik ’Een moslima ontsluiert’ had geschreven wilde ik graag dat mijn ouders het lazen. Ze moesten trots op mij zijn. Maar trots, weet je, is a bloody thing. Je bent een leven lang patriarch – en de vrouw van een patriarch – die alles bepaalt en dan komt er ineens zo’n eigenwijze westerse vrouw die over van alles begint te piepen* Ik had veel bereikt, tien jaar als juriste gewerkt, diverse succesvolle banen gehad, een interessante vriendenkring, allerlei ambities – genoeg om trots op te zijn, maar hoe moet je trots zijn op een dochter die niet naar je heeft geluisterd?

Ik wéét dat ze het zijn, maar ze zullen het nooit zeggen. Het maakt me niet meer uit. Ze tonen hun liefde misschien niet zoals ik dat doe, maar ik voel wel dat het zuiver is. Wat rest – en pijnlijk blijft – is het feit dat ik niet de dochter kan zijn die zij hadden willen hebben. Ik ben uit mijn rol gestapt. Het enige wat ik kan doen is laten zien dat ik gelukkig ben.”

Gij zult niet doodslaan

„Nee, ik heb mij hier nooit bedreigd gevoeld, maar ik wil ook niet naïef zijn. Ik moet me bijna elke dag afvragen of ik mij, met mijn achtergrond, op mijn eigen manier kan uiten. Ik heb een publieke rol gezocht – meer literair dan maatschappelijk – en ik weet dat ik dingen zeg waarvan sommige mensen de schoonheid niet inzien. Voor hen is schoonheid alleen datgene wat niet tegen moslimregels indruist. Mijn boek is expliciet seksueel, het laatste verhaal – waarin een vrouw in haar echtgenoot haar God, haar overheerser ziet – gaat sommigen waarschijnlijk ook te ver. De groep moslims die de scheiding tussen ’goed’ en ’mooi’ niet kunnen aanbrengen, lijkt almaar groter te worden. Daarom is het van het grootste belang dat er meer kunst komt. Het klinkt misschien overdreven, maar toch ben ik hiervan overtuigd: alleen de kunst kan ons nog redden.”

Gij zult niet echtbreken

„Het duurde een jaar voordat ik mijn eerste, heftige ’nee’ durfde uit te spreken. Ik heb zelfs getwijfeld: zou ik dat huwelijk toch niet gewoon door laten gaan? Wat maakt het eigenlijk uit? Ik wist ook dat mijn vader positieverlies zou lijden, als de familie van de man die ze voor mij hadden uitgekozen te horen zou krijgen dat de verloving verbroken zou worden. Het was een zware tijd voor mij – hoe hadden ze dit, buiten mijn medeweten om, kunnen regelen? – maar het was voor mijn ouders waarschijnlijk nog veel zwaarder. Zij zitten gevangen in de timewarp die Salman Rushdie ooit beschreef: migranten die in het Westen volgens de normen en waarden van het land van herkomst leven en die blijven steken in de tijd. Ze hadden er geen oog voor dat de positie van veel vrouwen in Pakistan was veranderd. Vrouwen konden scheiden, in moderne steden zoals Lahore en Karachi zetten ze eigen bedrijfjes op. De Pakistaanse vrouw heeft een grotere economische rol gekregen waardoor ze ook vrijer in seksualiteit en relaties is geworden. Ze heeft meer bewegingsvrijheid, meer keuzevrijheid. Toen ik mijn gevoelens niet langer wilde onderdrukken en vertelde dat ik de verloving wilde verbreken, verwachtten zij donder en bliksem van mijn verloofde, maar die man zei gewoon: ’Oké, geen punt’. Voor hem, levend in Pakistan, gold die timewarp niet.

Het is een pijnlijke periode voor mijn ouders geweest, maar op een gegeven moment waren ze voor het fait accompli gesteld. De kogel was door de kerk, er klonk nog even een echo en daarna was het stil.

Nee, de aankondiging van mijn huwelijk was geen nieuwe kogel. Ze vinden mijn echtgenoot een prachtige man – en dat is hij ook – maar als schoonzoon wordt hij nog steeds niet erkend. We zijn in stilte getrouwd. Op maandagochtend, lekker goedkoop. Geen gedoe. De ringen waren het duurst. We waren tien minuten getrouwd toen ik het volgende stel aan zag komen. Ze stapten uit een glimmende witte cabriolet. Zij droeg een echte bruidsjurk en iedereen bleef staan om haar te bewonderen. Daar stond ik dan, in mijn broekpak. Ik weet nog hoe teleurgesteld ik was. Waarom kijkt niemand naar mij? Ik ben toch ook een bruid?”

Gij zult niet stelen

„Als kind heb ik ooit eens een paar snoepjes van een toonbank gejat. O ja, en later, op school, heb ik een keer een stukje gepikt van een gum die zo lekker rook. Dat was het. Braaf hè? Ik denk dat ik zo gedisciplineerd was omdat ik daardoor ook niet hoefde te twijfelen. Ik wilde, als meisje, zelfs het leger in. Het Pakistaanse leger is heel goed georganiseerd – net zoiets als de Belastingdienst in Nederland. De hiërarchie, weten wat je rol is; dat is een levensstijl die mij nog altijd aanspreekt.”

Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

„Het zijn met name mannen die zich afvragen of ’Kostbaar Bezit’ autobiografisch is. Vooral bij het verhaal over sadomasochisme lijken ze ervan overtuigd te zijn dat ik me daar ook mee bezighoud – anders zou ik er toch niet over schrijven? Een van mijn zussen – slimme vrouw, docente op een school – wilde het boek niet lezen omdat ze mij als zus wilde blijven zien, niet als de schrijfster van erotica. Ze weet dat het niet autobiografisch is, maar ze was toch bang een ander beeld van mij te krijgen door wat ik had geschreven. O, dus zó zit Naema in elkaar.

Toen ik jurist was, interesseerden mijn collega’s zich nauwelijks voor mijn privé-leven. Wat deed mijn kleur sokken ertoe, of de hoeveelheid wijn die ik dronk? Nu is dat kennelijk wel interessant. En een verhaal over sadomasochisme, zelfs als het is verzonnen, is natuurlijk helemaal sappig. Weet je wat het is? Ik kan extatisch worden van het schrijven, maar het schrijverschap is iets waar ik heel erg aan moet wennen.”

Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

„Ik ben wel eens jaloers op vrouwen die kunnen dansen. Ik ken geen andere manier van expressie dan schrijven. Door te schrijven, kon ik mijn gebied uitbreiden, met anderen in contact komen. Het is steeds van het grootste belang geweest dat ik de taal zou beheersen, dat ik me daarin soepel zou kunnen bewegen. Ik weet waar het uit voortkomt – en het kost me niet veel moeite om het gevoel uit mijn studententijd, het ontheemd zijn, de achterstand – op te roepen. Ik móest ook zoveel, toen. Het heeft even geduurd, maar ik ben nu zielsgelukkig. Ik voel me gezegend, diep bij mezelf, in harmonie. Er zijn van die dagen – dan barst ik bijna van geluk.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden