Nadya is een Gronings meisje geworden

Dorien Pels en Bart Zuidervaart

Als Nadya (11) zo rond 21.00 uur gaat slapen, legt haar moeder een matras naast het bed. Via het strookje vloer dat nog overblijft, kunnen ze naar de wc, die ze, net als douche en keukentje, delen met vijf Afrikaanse mannen in de vier andere kamertjes op deze etage. Lawaai houdt Nadya regelmatig uit haar slaap.

Ruim zes jaar wonen moeder en dochter in dit kamertje in het asielzoekerscentrum, ergens in het noorden van het land. Heeft Ivanka Petrova nog dagelijks heimwee naar haar moederland, Nadya wil niks meer met Rusland te maken hebben. Ze spreekt beter Nederlands dan Russisch.

Op advies van haar advocaat doet Petrova het interview onder een gefingeerde naam.

Moeder en dochter vroegen een half jaar te laat asiel aan om nu onder de pardonregeling te vallen. Volgens de IND kunnen mensen als Petrova terug naar een veilig deel van Rusland. De aanvraag werd afgewezen. Vervolgens startten ze een reguliere procedure op medische gronden. Ook die is uiteindelijk afgewezen.

Met een rapportage over het kind, van de Rijksuniversiteit Groningen, doen ze nu opnieuw een aanvraag. Orthopedagoge Margrite Kalverboer noemt terugsturen in haar rapportage ’van een ondenkbare hardheid’. „Dat betekent dat aan het gunstige ontwikkelingsperspectief van Nadya abrupt een einde komt”, schrijft ze.

Moeder kan niet zonder psychologische hulp. Die zal ze in Rusland niet krijgen. De twee staan er daar alleen voor, stelt Kalverboer.

De moeder is smal, met een spits gezicht en een Russisch gevoel voor drama, Nadya, daarentegen, straalt no-nonsense uit. Een blakende puber van bijna twaalf. Ze trekt de koelkast open op zoek naar wat lekkers.

Nadya is vrolijk, lawaaiig en goed in alles op de kleine basisschool waar ze nu al jaren deskundig wordt opgevangen. Haar brede schouders heeft ze te danken aan de plaatselijke zwemclub, waar ze een van de beste zwemsters is en medailles binnensleept. Als haar moeder onhandig naar woorden zoekt, kijkt Nadya quasi-wanhopig naar het plafond. Met Groningse tongval: „Nou zeg je het weer niet goed”.

Nadya’s liefste wens: in Nederland blijven. Ze doet er alles aan om te bewijzen dat ze net zo gewoon is als ieder ander Nederlands meisje. Ze is een Groningse geworden, schrijft Kalverboer.

Gewoon is ze echter allerminst. Moeder en dochter Petrova ontvluchtten het door oorlog verscheurde Tsjetsjenië. Nadya zat verstopt toen haar grootmoeder werd vermoord, haar vader wordt vermist. Moeder zag geen toekomst in Rusland en kwam, via een tussenpersoon, naar Nederland. Bij aankomst ging het slecht met allebei; ze bleken te lijden aan posttraumatische stresstoornis. De kleine Nadya liet zich soms apathisch op de grond vallen.

Praten over wat haar is aangedaan kan moeder niet zonder in paniek te raken. Ze heeft hulp van een psychiater en slikt medicijnen. Als Nadya ritselt met het papiertje van een chocolaatje, schiet Petrova uit haar slof. „Ik kan zo niet mijn verhaal vertellen.” Tegen de journalist: „Ik kan me zo slecht concentreren, zie je. Alles is te veel.”

Ze doet er alles aan om haar dochter tegen haar eigen angsten te beschermen, ziet ook Kalverboer. Maar dan moet er wel snel zekerheid komen. „Mama niet huilen”, zegt Nadya ongerust als haar moeder stilvalt.

Petrova heeft de ouders van schoolvriendinnetjes van haar dochter op het centrum uitgenodigd om kennis te maken; sindsdien komen de kinderen regelmatig spelen. Ze zorgt dat er vervoer is naar de zwemwedstrijden. Voor een paar euro per week maakt ze de kantine op het terrein schoon, de enige manier om af en toe wat extra’s te kunnen kopen voor haar dochter.

De Russische zoekt naar de juiste woorden. Nederlands heeft ze zichzelf aangeleerd. „Ik ben landbouwkundig ingenieur, ik heb een verpleegstersopleiding. Toen ik hier kwam was ik dertig. Ik wilde nog kinderen, ik kon zo aan de slag met mijn achtergrond. Inmiddels zijn mijn beste jaren bijna voorbij.”

Buiten klinkt muziek, luid gepraat, de geur van frituur kringelt door het open raam. De Petrova’s wonen op de eerste etage van een van de drie lange barakken waarin de ongeveer driehonderd asielzoekers gehuisvest zijn. Het is warm en drukkend.

Petrova: „Ik denk dat Nederland dit doet zodat de mensen het opgeven en toch teruggaan. Dit leven is zo moeilijk. Een gevangene weet op z'n minst nog wanneer hij vrijkomt, ik niet. Het enige wat me op de been houdt is mijn dochter, zij is alles wat ik nog heb.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden