Review

Nadine Gordimer legt met een vlijmscherp fileermes het hart van Zuid-Afrika bloot

Met 'Het huiswapen' heeft de Zuid-Afrikaanse schrijfster Nadine Gordimer (1923) haar twaalfde roman geschreven. Algemeen geldt zij als een groot romancière, maar in eigen land wordt zij nauwelijks gelezen, ook niet nadat ze in 1991 de Nobelprijs voor literatuur ontving. Gordimer wordt weleens verweten dat ze voor een buitenlands lezerspubliek over Zuid-Afrika schrijft, maar dat is een oneigenlijk verwijt.

Feit is dat Gordimer vanaf haar romandebuut in 1953 ('The Lying Days') een fictieve geschiedenis van Zuid-Afrika heeft geschreven. Fictief, omdat al haar boeken de Zuid-Afrikaanse politieke en sociale werkelijkheid tot thema hebben en synchroon lijken te lopen met die werkelijkheid. 'Deep history,' 'geschiedenis van binnenuit', noemt Stephen Clingman dit in zijn belangwekkende studie 'The Novels of Nadine Gordimer'.

Gordimer zat er dan ook helemaal niet mee toen haar na de vrijlating van Nelson Mandela en de eerste democratische verkiezingen in de geschiedenis van Zuid-Afrika werd gevraagd of haar pen zou opdrogen nu het raison d'être, de basis van haar schrijverschap, de bijzondere historische omstandigheden in haar land, was verdwenen. De analogie met schrijvers uit de oostbloklanden lag voor de hand: die waren ook ingehaald door de geschiedenis. Hun pen werd hun door de nieuwe werkelijkheid uit handen geslagen.

De gebeurtenissen in Zuid-Afrika, hoewel niet van het type Jericho, waren wel degelijk een antwoord op wat er in Oost-Europa gebeurde, de onderdrukking in Zuid-Afrika was even minutieus doorgevoerd, de censuur even hard. Maar misschien was de onderdrukking in Zuid-Afrika zichtbaarder, de beelden van Soweto '76 waren even aangrijpend en bepalend als de beelden van historische opstanden elders ter wereld. Zuid-Afrikaanse schrijvers probeerden een antwoord te vinden op hun eigen reddeloosheid, ze werden voortdurend gedwongen hun eigen positie schrijvenderwijs te herijken.

Op het dieptepunt van de Zuid-Afrikaanse geschiedenis, begin jaren tachtig, schreven J. M. Coetzee en Nadine Gordimer in antwoord op de ontwikkelingen in hun land ieder een apocalyptische roman, respectievelijk 'Life and Times of Michael K' en 'July's People'. De Afrikaanstalige schrijver Etienne van Heerden ging nog verder. Hij schreef alle ballast van het beladen verleden van zich af in de vuistdikke roman 'Casspirs en Campari's', een tour de force waarin feit en fictie onontwarbaar lijken. Waar vrijheid ontbreekt, is de politiek je lotsbestemming.

Wie het zo lang volhoudt als Gordimer, dit jaar wordt ze vijfenzeventig, moet over een lange adem en een flinke dosis doorzettingsvermogen beschikken, zeker in een land als Zuid-Afrika. Een niet geringe prestatie, kortom, deze nieuwe roman van de grande dame van de Zuid-Afrikaanse letteren. Indachtig de woorden van collega-schrijver André Brink dat Zuid-Afrika voor de schrijver een goudmijn is, onderzoekt zij de lagen van de Zuid-Afrikaanse samenleving op aders.

Een andere vergelijking is misschien gepaster: Gordimer hanteert een vlijmscherp fileermes, waarmee ze laagje voor laagje het binnenste van de Zuid-Afrikaanse samenleving blootlegt. Altijd schrijvend aan dezelfde roman, met altijd andere ingrediënten.

In 'Het huiswapen' worden we geconfronteerd met Harald Lindgard en zijn vrouw Claudia. Hij zit in de directie van een verzekeringsbedrijf, zij is arts. Ze leiden een rustig bestaan, hebben zich altijd afzijdig gehouden van de politieke realiteit om hen heen, ze behoren tot de gegoede burgerij, ze zijn 'liberals'. Dan gebeurt er iets dat hun bestaan op zijn grondvesten doet schudden. Hun zoon Duncan pleegt een moord.

We volgen in het boek de wederwaardigheden rond Harald en Claudia, die de verschrikkelijke gebeurtenissen ieder op hun eigen manier proberen te verwerken. Gordimer weet ze goed tot leven te brengen, Harald met zijn katholieke achtergrond (hij is een trouw kerkganger), Claudia met haar humanistische levensovertuiging. De roman ontwikkelt zich als een thriller, hoewel Gordimer op bladzijde tweeëntwintig tussen twee alinea's door en passant meldt: “Dit is geen speurdersroman.”

Zoon Duncan krijgt een zwarte advocaat toegewezen, Hamilton Motsamai, een joviale man, een van de beste strafpleiters die het land kent. Hij is een representant van het nieuwe Zuid-Afrika, kundig, zelfbewust, verre van onderdanig. In deel twee van 'Het huiswapen' volgen we de rechtszaak tegen Duncan. De doodstraf is uitgesloten, omdat die in de nieuwe bedeling ongrondwettig is verklaard.

Ik ken geen ander boek van Gordimer waarin God en de godsdienst zo'n grote rol spelen. Steeds wordt gerefereerd aan het zesde gebod: 'Gij zult niet doodslaan.' Over het hele boek ligt een Dostojevskiaanse doem, nog versterkt door het motto dat Gordimer aan haar roman meegaf: 'De misdaad is de straf', van de Israelische schrijver Amos Oz.

Zo is het verband met misdaad en straf, schuld en boete meteen gelegd. Met een moreel besef dat “het geweten de bedwinger van de hartstochten” is of behoort te zijn. Met geweld als alledaags verschijnsel, en Gordimers even prachtige als nuchtere commentaar: “De mensen waren vergeten dat het ook anders kon.”

Dostojevski wordt letterlijk aangehaald: Harald ontdekt in een notitieboekje van Duncan een aantekening uit 'De idioot' over Natasja Filippovna: “Ze zou zich al lang geleden hebben verdronken, als ze mij niet had gehad: dat is de waarheid. Ze doet het niet, omdat ik misschien verschrikkelijker ben dan het water.”

Op de achtergrond speelt nog een ander belangrijk element mee: het feit dat Duncan, de jonge veelbelovende architect - 'dat verwende jongetje' - homoseksueel is, iets waarvan zijn ouders onkundig zijn. “Nous sommes tous créatures melées d'amour et du mal”, zegt iemand in de rechtszaal tegen moeder Claudia.

Duncans homoseksualiteit geeft het boek een extra dimensie bovenop die moord, die al even complex is door de dubieuze rol van Duncans 'vriendin' Natalie, kwade genius, die door het boek heen steeds aangeduid wordt met Natalie/Natasja.

In deze roman worden behartigenswaardige morele kwesties aangekaart, die niet alleen in Zuid-Afrika - een van de gewelddadigste samenlevingen ter wereld - maar ook in Nederland, waar mensen op straat worden doodgeschopt, weerklank zullen vinden. Een zeer tot de verbeelding sprekend boek, kortom, waarin Gordimer opnieuw een ader blootlegt van de goudmijn die Zuid-Afrika heet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden