Nachtblauwe blik, donkerrode lippen

Allard Schröder brengt met roman vol hersenschimmen een ode aan romantiek en magie

Naar verluidt schreef Allard Schröder (1946) vroeger onder pseudoniem kasteelromans en andere laaggeletterde boeken alvorens hij zich tot de hoge literatuur bekeerde. Toeval of niet, je ziet nog steeds sporen van die verguisde literatuur terug in zijn werk. Zo komen er in zijn werk geesten voor, spoken zelfs, zoeken mensen naar een graal en lijden ze soms aan geheugenverlies. Overigens zijn dit elementen die in de negentiende eeuw heel gebruikelijk waren, ook in gevierd werk als dat van Goethe, E.T.A. Hoffmann en Edgar Allan Poe en, van veel eerder datum, Shakespeare. Je zou kunnen zeggen dat Schröder die traditie van sprookjes- en griezelliteratuur in ere houdt.

Ook zijn jongste roman 'Sebastiaans neus' grossiert in geheimzinnige verschijnselen. Sebastiaan Welsend wordt niet alleen geboren met een erfelijk belaste grote neus maar ook met een duister voorgeslacht. Zijn vader, schijnbaar conformist maar fout in de oorlog, was een onbetrouwbare scharrelaar. Niet voor niets wordt Sebastiaan een zoon van Saturnus genoemd, de god die zijn kinderen opat.

Sebastiaan, een stuk braver, leest zich in zijn jeugd de oren van het hoofd in de bibliotheek waar hij ook Henri ontmoet, mannennaam voor het meisje Henriëtte, op wie hij verliefd wordt. Als hij later in zijn leven ontslagen wordt op de bank waar hij werkt, haalt hij het in zijn door een nachtelijke geest geplaagde hoofd, om die ouwe vriendin weer op te sporen. De geest verdwijnt halverwege het boek als Sebastiaan aan een tumor wordt geopereerd, alsof Schröder wil zeggen, bovennatuurlijke verschijnselen hebben ook natuurlijke oorzaken, maar Sebastiaans obsessie met Henri verdwijnt niet. Met de geest is ook een groot deel van zijn geheugen verdwenen, zodat hij nu als het ware onbevlekt aan zijn zoektocht kan beginnen.

'Sebastiaans neus' beschrijft die zoektocht vol misverstanden en teleurstellingen; als hij in Amerika zit, zit Henri juist in Nederland. Een andere minnaar in het boek, Duke, die het voorzien heeft op Henri's dochter Ariëlle, komt naar Nederland als zij juist weer naar Amerika vertrokken is. En Henri zelf blijkt, eenmaal gevonden, eigenlijk nogal tegen te vallen. De concertpianiste die Sebastiaan in zijn fantasie van haar gemaakt heeft blijkt in werkelijkheid een wat verloederde hippie met onduidelijke partners en onechte kinderen.

Niets is wat het lijkt, behalve in de fantasie, en dat is dan ook waar deze roman over gaat: de rechtvaardiging van het najagen van illusies, door Schröder zonder reserves verwoord: "Henri had de nacht altijd verwelkomd als een dageraad, als het begin van alles, als het rijk waarover zij alleenheerseres was. In de heilige schemering van haar fantasie trok zij over de wereld in een wagen met luipaarden bespannen en zong ze haar muziek. De blik van haar ogen was helder en nachtblauw, haar lippen waren donkerrood als geronnen bloed. Ze had het juiste midden van de dag en het licht achter zich gelaten, geen wet kon haar nog hinderen, niets belette haar naar het hoogste te reiken, dat zich voor haar zou openen wanneer ze voor zijn poorten stond. Treed binnen, mijn vorstin, dit is uw wereld."

Schröder beschrijft een hedendaagse sprookjeswereld waarin mensen zich laten sturen door hersenschimmen. 'De hand die hem tot hier gebracht had, wist wat hij deed. Het zal de hand van die duistere gast zijn geweest die hem door het leven had geleid', staat er op de laatste pagina's over Sebastiaans queeste, want dat is wat Schröder feitelijk in kaart brengt: de geheimzinnige instanties die ons leven leiden, geen god, geen modern technologisch vernuft, maar een onvatbare macht. Schröders ode aan de romantische negentiende eeuw is er tegelijk een aan het magische universum, waartegen onze platte, rationele wereld schril afsteekt. Dat hij die wereld zo overtuigend weet neer te zetten is vooral te danken aan zijn glanzende en fantastische stijl en aan zijn verbeelding die zich niet schaamt voor de vruchten van de hoog-romantiek, die door de hedendaagse literatuur allang niet serieus meer genomen worden maar die in het werk van Allard Schröder doorleven alsof ze nooit zijn weggezuiverd.

Allard Schröder: Sebastiaans neus De Bezige Bij; 448 blz. euro 24,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden