Nacht op het wad

Glibberen over het slik met zwarte prutspetters tot boven de knieën, zompen over het natte zand, worstelen tegen de stroom en de eindeloze weidsheid van het wad ondergaan. Zon, zee, zand en klotsend water. En 's nachts te kooi op de historische loodsbotter Texelstroom.

door Corrie Timmer

,,Andersom die trap af, anders donder je naar beneden!'' begroet de schipper de deelnemers die in de voormiddag hun bagage aan boord brengen van het schip, dat ligt gemeerd aan de steiger bij het reddingsstation Texel ten noorden van De Cocksdorp. De wadgids staat al te wachten, tij is tijd. Lange broeken uit, vaseline op de kuiten en de tocht kan beginnen.

In straf tempo gaat de groep vlak onder de dijk langs richting Eendrachtpolder. De gids wijst al lopend op een paar bijzonderheden: de pootafdrukken van het strandpleviertje, een paar zeeboontjes en zeeklitten, allemaal familie van de zeeëgel. Een bosje grijsgroene zeealsem, matrasvulling uit vroeger dagen, wordt doorgegeven. Zeealsem ruikt lekker kruidig en is anti vlooi. Boven de hoofden uit een scholekster zijn boosheid over de verstoring van zijn territorium. Het is 'uitkijken en dagen tellen', want het slik is spekglad. Mooi is het wel; de zon schijnt, de zee geurt naar zout en het water klotst in een hypnotiserend ritme.

Zuigprut

Ter hoogte van hoeve Zeeburg gaat het gebeuren. Vier geulengidsen staan met lange bamboestokken de lopers op te wachten. De groep telt slechts één ervaren wadloper. Voor de anderen is het een onbekend avontuur. Komend uit alle windstreken, richten zij gezamenlijk de schreden richting Vlieland. Na de afzetting om het beschermde natuurgebied De Schorren, gaat het met zwart bemodderde kuiten rechtsaf. De watertemperatuur valt de deelnemers reuze mee. De eerste geul, 't Kiltje, is een stuk dieper water van zeker een halve kilometer breed. Er wordt gepolst en gezocht waar overgestoken kan worden. ,,Nog even overdwars mensen'', en dan gaat het vol vertrouwen achter de gidsen aan het diepe in. Al heel gauw komt het water tot borsthoogte en moeten de rugzakjes boven het hoofd getild om de zaak droog te houden. Allemaal leuk, maar dan begint de bodem verraderlijk te doen en te zuigen. Tot overmaat van ramp is het traject ook nog eens vol onzichtbare heuvels en dalen, wat het evenwicht niet ten goede komt. Iemand kukelt om. Een tochtgenoot helpt hem met een ruk aan zijn elleboog weer overeind en door gaat het weer. Een losgetrapte platvis tolt in een spiraal naar beneden, maar stilstaan om te kijken betekent wegzakken. Niet iedereen vindt het nu nog leuk, maar er is geen weg terug.

Dan ineens wordt de bodem steviger en het water ondieper. Een verademing. Eenmaal weer op het droge wordt kort halt gehouden om te verzamelen en een slokje uit de veldflessen te nemen. De plaat ligt bezaaid met grote bossen roodwier, de favoriete schuilplaats voor kleine visjes en garnaaltjes, die hierin veilig zijn voor pikgrage vogels. De gids vertelt aanschouwelijk hoe de grote strandgaper aan zijn naam komt en wijst op de vele pierenhopen en de 'palmboombosjes'overal om ons heen. Het zijn de verticale, uit zand gemetselde kokertjes van de kokerworm. De gerafelde boveneinden vangen voedsel en door de koker kan de worm bij gevaar razendsnel naar beneden wegschieten. De grote groene snottebellen die overal liggen zijn de eizakjes van de gespikkelde dieseltreinworm. Een enorme naam voor een beestje van amper twee centimeter. Je moet toch ergens in uitblinken als je niet groot bent.

Vaarwater

De volgende beproeving is Het Vaarwater van de Cocksdorp (VC). Er staat een behoorlijke stroming, zodat de groep als krabben overdwars gaat om een rechte koers te houden. De gidsen staan strategisch stroomopwaarts om eventueel afdrijvende wadlopers op te vangen. ,,Niet gaan zwemmen mensen, benen op de grond houden!'' De stevige, twee meter lange polsstokken van de gidsen kunnen in geval van nood dienst doen als onderdeel van een draagbaar. Het 'bed' zit opgevouwen in de grote rugzak van een van gidsen, evenals een EHBO-trommel, telefoon en marifoon. In de verte is reeds de mast te zien van de Texelstroom, die naar het Vogelzwin vaart om de groep daar op te pikken. Er wordt niet veel gesproken tijdens het lopen; iedereen heeft genoeg aan zichzelf.

Het wad is overweldigend door de grote leegte. Het idee op de bodem van de zee te lopen, die over enkele uren alweer heer en meester zal zijn op de nu begaanbare platen maakt de lopers klein. Ze worden nat, ze waaien droog, maar aan het eind van de tocht moet iedereen toch weer tot borsthoogte te water om via de ladder aan boord te komen. Daar wacht de droge bagage en geurt de koffie de vermoeide lopers tegemoet. Onderwijl manoeuvreert de schipper het schip naar het Foksdiep, het einddoel voor deze dag. Zeehonden liggen lui op een bank te knipperen tegen de zon. In de verte zijn nog juist de terugkerende wadgidsen te zien als kleine zwarte streepjes tegen de horizon.

Aan boord is het aanmerkelijk kouder dan op het wad. Niet iedereen heeft de juiste, warme en vooral winddichte kleding mee. Daar weet de schipper wel raad op: de ankerketting moet worden opgedraaid, een zwaar karwei dat de kou snel verdrijft. Evenals de jutter, een speciale Texelse kruidendrank, die na de stamppot geschonken wordt. Het is gezellig rond de tafel in de kleine kajuit en bij het schemerig schijnsel van de waxinelichten komen de verhalen los. ,,Ik vind het een hele ervaring'', zegt een van de deelnemers, maar het is wel een balanceren tussen spanning en avontuur. Op bepaalde stukken vond ik het best eng.''

Tegen twaalf uur, als iedereen kleine oogjes krijgt, komt de schipper met een verrassing: ,,Jongens, de wind is naar zes gegaan en het schip ligt aan het anker te krabben. Er moet een zwaarder anker uit en vannacht moeten jullie om beurten ankerwacht lopen.'' Is dit een grapje ter wille van het avontuur? Nee, het is serieus. Na gedane arbeid is het zoet rusten, al valt het niet mee om door de krappe openingen de kooien in te komen. Zachtjes deinend in Morpheus' armen is iedereen weldra onder zeil.

Ankerwacht

Een uur lang alleen op dek. Turen naar de signalen van de omringende vuurtorens, controleren op het kompas en het Global Positioning System (GPS) of het schip op de plaats blijft, luisteren naar het geklots van het water rond het schip en het fluiten van de wind door het tuigage. Het is een unieke ervaring en zeker een onderbreking van de nachtrust waard. In de vroege uren van de nacht de met sterren bezaaide hemel en tegen zonsopgang heel het kleurenpalet van de aanbrekende dag in lila, roze, rood en goud.

De nieuwe dag brengt na een stevig ontbijt, weer een heel andere ervaring. De zeilen moeten gehesen om huiswaarts te keren. Een scheurtje in het grootzeil wordt vakkundig gerepareerd en een paar man draaien met intussen verkregen routine het anker op. Geen van allen ervaren zeilers, volgt men gehoorzaam alle bevelen op van de strenge schipper, aan wie niets ontgaat. ,,Kijk eens of er aan bakboord iets uit die pomp komt! Hé daar, weg met je handen van die bolder. Denk om die touwen. Drie man om te hijsen, twee aan de fokkeschoot. Iedereen meewerken!'' Hoeveel ogen heeft die vent? Wat is in vredesnaam de fokkeschoot? Kreten als kluiverstagtalie, bak- en stuurboord, kat in het zeil, klauwval en nog veel meer, vliegen de bemanning om de oren. Als alle zeilen zijn 'gezet', koerst het schip op de vuurtoren aan. De dag, die zo kleurrijk begon, begint ineens te dreigen en ontlaadt zich in een fikse regenbui, die moedig door iedereen getrotseerd wordt. Dan worden de zeilen gestreken en vaart het schip de laatste meters op de motor terug naar het beginpunt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden